Artikel uit het Nieuw Kamper Dagblad van 22-10-1986:

“Voorouders moeten terug”


Beenderen opgegraven Schokkers opgeslagen in Amsterdams laboratorium

De gereformeerde kerk van Ens op Schokland in 1729.
Deze kerk kwam in 1717 in de plaats van de kerk op de zuidpunt van het eiland, die omstreeks 1821 wordt afgebroken.
De ruimte binnen de funderingen bleef echter in gebruik als gereformeerde begraafplaats.
Daar verrichtte Dr. De Froe in 1940 zijn opgravingen.
Tot een afronding van het onderzoek met de overblijfselen van de in de kerkruïne begraven Schokkers is het nooit gekomen.
Vanuit de Schokkervereniging wordt nu actie ondernomen om de beenderen van deze voorouders uit het Anatomisch Laboratorium in Amsterdam terug te brengen naar Schokland.

"Universiteit in gebreke gebleven"

Onderzoek werd nooit afgerond

(Door Gerard Berendsen)

KAMPEN / EINDHOVEN –"Een Schokker hoort op Schokland thuis". Onder dat motto gaan initiatiefnemer Bruno Klappe uit Eindhoven en het bestuur van de Schokkervereniging proberen de in 1940 voor wetenschappelijk onderzoek opgegraven beenderen van Schokkers, die voor de ontruiming van het eiland in 1859 overleden en op Schokland begraven lagen, terug te halen en opnieuw ter aarde te bestellen op het voormalige eiland. De overleden Schokkers werden vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog van hun laatste rustplaats op de zuidpunt van Schokland voor wetenschappelijk onderzoek overgebracht naar het anatomisch laboratorium van de universiteit in Amsterdam. Dit gebeurde door een team van de medische faculteit onder leiding van de antropoloog Dr. A. de Froe. Eindhovenaar Bruno Klappe, één van de ongeveer 800 leden van de vorig jaar opgerichte Schokkervereniging en uitstekend op de hoogte van de historie van Schokland en zijn bewoners, openbaarde zijn opmerkelijke plan in de vorige week verschenen derde uitgave van Het Schokker Erf, het 'clubblad' van de Schokkervereniging.

Weggespoeld
Toen de wetenschappers in juli 1940 op Schokland arriveerden voor hun opgravingswerkzaamheden, bleek het katholieke kerkhof van Emmeloord grotendeels weggespoeld te zijn door de steeds weerkerende stormvloeden. Het kerkhof van de gereformeerden op de zuidpunt bleek echter nog goed intact. Daarom besloot men zijn aandacht te richten op deze begraafplaats, die gelegen was binnen de ruïne van de middeleeuwse kerk. Deze kerk dateerde uit het begin van de 14e eeuw en is na de Reformatie in handen van de protestanten gekomen. In 1717 wordt een nieuwe kerk op de Molenbuurt in gebruik genomen, waarna de oude kerk gesloten wordt. Het gebouw vervalt daarna steeds meer en tenslotte wordt het omstreeks 1821 afgebroken tot op de fundering. Zoals bekend begroef men de doden vroeger onder de kerkvloer. Na de afbraak van de kerk bleef men de ruimten binnen de funderingen gebruiken als kerkhof. Buiten de kerk werden alleen de lijken begraven van Schokkers, die aan een besmettelijke ziekte waren gestorven.

Felle kritiek
De bij de opgravingen in de zomer van 1940 tevoorschijn gekomen kerkfunderingen werden in kaart gebracht en beschreven door A.J. Reijers, destijds hoofdopzichter bij de dienst gemeentewerken in Kampen. Eerder al schreef Reijers samen met H.J. Moerman uitstekende artikelen over de eilanden Schokland en Urk, die twee jaar geleden opnieuw werden uitgegeven door de Stichting Urker Uitgaven. De heer Reijers publiceerde zijn bevindingen over de opgravingen in 1940 in de Kamper Almanak 1940-1941, waarbij Dr. A. de Froe een korte inleiding schreef.
Vier jaar later, in de zomer van 1944, vond er weer een opgraving plaats op de zuidpunt van Schokland. Dit keer door P.J.R. Modderman, die zich concentreerde op de bouwkundige geschiedenis van het kerkje en hiervan verslag uitbracht in zijn proefschrift 'Over de wording en de beteekenis van het Zuiderzeegebied'. Modderman uitte daarin felle kritiek op het team van Dr. De Froe. "Het is jammer dat bij dat onderzoek geen rekening werd gehouden met de meeste elementaire begrippen van de opgravingstechniek. Het was zeer eenvoudig geweest hiervoor een deskundige te raadplegen. Men had dit van een wetenschappelijk onderzoek toch stellig mogen verwachten," aldus Modderman destijds.

Pijnlijk
In Het Schokker Erf onthult Bruno Klappe dat in de zomer van 1940 veel aandacht besteed is aan de opgravingen op Schoklands Zuidpunt. Klappe: "In krante-artikelen en omroepbladen wordt gesproken van verrassende resultaten en van belangrijk materiaal voor de antropologische wetenschap. Dr. De Froe schrijft in de Kamper Almanak 1940-1941 een korte uiteenzetting over zijn aandeel in de opgravingen. Resultaten worden hierin echter niet vermeld. De laatste zin in dat artikel luidde: 'Aan het groote belang dat de intensieve bestudeering van deze overblijfselen voor de kennis van de Nederlandsche bevolking in het bijzonder en voor de wetenschap van de mensch in het algemeen heeft, ontleenden wij het recht ze te vrijwaren voor algeheele vernietiging, ze te verwerven voor wetenschap en onderwijs...' Pijnlijk is het te beseffen dat dit tevens de laatste zin is, die de wetenschap over de opgegraven Schokkers heeft gepubliceerd."

Nooit afgerond
Een paar maanden geleden liet Bruno Klappe, nieuwsgierig geworden naar de resultaten van het onderzoek, bij Dr. De Froe informeren of hij inzage zou kunnen krijgen in het eindrapport. "De Froe deelde mij mee dat er in het geheel geen rapport is, omdat het onderzoek nooit is afgerond. Hij gaf toe dat dit in wetenschappelijke kringen ongebruikelijk is. Eind maart heb ik Dr. De Froe schriftelijk gevraagd naar de redenen van een en ander. Tot op heden heb ik daarop nog geen antwoord gehad. Zijn de resultaten achteraf gezien niet de moeite waard geweest? Is het een kwestie van geldtekort? Of is het soms de kritiek van Modderman op de zijns inziens amateuristische opgravingen?", vraagt Klappe zich af.

Vergeten hoekje
Vragen waarop hij graag antwoorden zou krijgen. Tegelijkertijd beseft Bruno Klappe dat de kans op een behoorlijke afronding van het onderzoek, 46 jaar na de opgravingen, erg klein is. Daarbij wil Klappe het. echter niet laten. De destijds opgegraven Schokkers zijn namelijk nog wel aanwezig in het Anatomisch Laboratorium in Amsterdam. Klappe: "Daar hebben zij hun laatste rustplaats gevonden in een vergeten hoekje. Dat moet voor hun vele nakomelingen een onbevredigende situatie zijn. Toestemming voor opgraving is toen gegeven vanuit de gedachte dat dit voor de wetenschap zeer belangrijk was. Nu blijkt dat men tientallen jaren nog niets met de overblijfselen van onze voorouders heeft gedaan. Naar mijn mening is de Amsterdamse Universiteit in gebreke gebleven en kan dus ook niet langer als eigenaar van de beenderen beschouwd worden."

Symbool
Bruno Klappe stelt dan ook voor alles in het werk te stellen deze Schokkers terug te brengen naar de plaats waar ze volgens hem thuishoren: Schokland. "Leg ze opnieuw te ruste in hun dierbare geboortegrond. Liefst allemaal, maar indien dit op problemen zou stuiten moet het toch mogelijk zijn dat de Amsterdamse Universiteit ons in de gelegenheid stelt minimaal één man en één vrouw naar Schokland terug te brengen. Laten we op hun graf een gedenksteen plaatsen ter ere van alle Schokkers, die noodgedwongen hun laatste rustplaats elders gevonden hebben. Laat de ‘onbekende Schokkers’ een symbool zijn van hun verbondenheid met dat armzalige stukje grond, waarop zij zich zo thuis voelden. Een verbondenheid, die bij velen van hun nazaten na al die jaren ook nog merkbaar is gezien het succes van de Schokkervereniging," zo besluit Bruno Klappe zijn oproep