Artikel uit De Leeuwarder Courant van 06-06-1987:

"Emmeloord ligt er zoals het 130 jaar geleden verlaten is"


Nazaten van Schokkers willen voormalige eiland meer bekendheid geven

Tekst: Henk de Vos.
Foto's: Jan de Vries.

De oude gereconstrueerde haven met (rechts) het havenhoofd.
Vroeger diende de Schokker haven als vissershaven en als vluchthaven door schepen op het IJsselmeer.

Schokland, het eiland dat na de inpoldering van de Zuiderzee als een vis op het droge is gebracht, staat dit jaar meer dan ooit in de belangstelling. Op 1 oktober komt minister Neelie Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat naar het voormalige eiland in verband met de opening van het vernieuwde museum en. de overdracht daarvan aan de gemeente Noordoostpolder. Maar niet alleen de overheid heeft belangstelling voor Schokland. Het zijn vooraf de nabestaanden van de vroegere eilandbewoners die met een niet nader te verklaren nostalgie terugverlangen naar het oude nest en alles wat daarmee verband houdt. Ze hebben zich verenigd in een organisatie, de Vereniging van Oud-Schokkers, die twee jaar na haar oprichting al meer dan elfhonderd leden telt.
Een van haar doelstellingen is een juiste voorlichting over Schokland, dat in 1859 op bevel van de overheid werd ontruimd. Voorlichting, maar niet alleen over dat stuk van het voormalige eiland waar het museum is. "De meeste mensen denken dat dat Schokland is. Maar dat is beslist niet zo. Het is slechts een onderdeel daarvan", zegt Henk Toeter uit Kampen, de voorzitter van de vereniging.
Hij wijst op het meest noordelijke deel van het voormalige eiland, waar vroeger de grootste buurtschap, Emmeloord, lag. Daar was zelfs een roomskatholieke kerk met een eigen pastoor. Maar van dat kerkje is niets meer overgebleven, evenmin als van de meeste andere gebouwen. Alleen de voormalige lichtwachterswoning staat er nog en het huisje waarin de misthoorn zich bevond. Sinds de haven die daar lag is gereconstrueerd, is de belangstelling voor dit gedeelte aanmerkelijk toegenomen. "Maar die belangstelling staat in geen enkele verhouding tot de plaats die dit gebied in het verleden innam. Het was namelijk een belangrijke aanloop- en vluchthaven in de vroegere druk bevaren Zuiderzee en de thuishaven voor de grootste bevolkingsgroep van het eiland. Het was de voornaamste haven van het Zuiderzeegebied", aldus Toeter. "Er konden driehonderd schepen liggen. Het was een gewilde schuilplaats bij storm."
De vereniging zou niets liever willen dan dit voormalige Emmeloord weer zichtbaar maken door de nog aanwezige fundamenten te profileren en bloot te leggen en karakteristieke gebouwen te herbouwen, terwijl het water in de haven weer op peil zou kunnen worden gebracht. Het bestuur heeft daarover onlangs een uitvoerig gesprek met onder andere commissaris Han Lammers van Flevoland en burgemeester Roelof Hofstee Holtop van Noordoostpolder gehad. "Emmeloord is uniek omdat het zo authentiek is. Het ligt er nog zoals het 130 jaar geleden verlaten is. De sfeer van 'hier is het echt gebeurd' hangt hier nog", aldus Toeter. Als aanzet voor de gewenste 'visualisering' van Schokland en als eerbetoon aan de voorouders die destijds gedwongen waren hun geboortegrond te verlaten, zou men er graag een monument willen plaatsen in de vorm van een beeld van een Schokker paar, gekleed in klederdracht. De kunstenaar Siemen Bolhuis heeft daar al een ontwerp van gemaakt.

Voorzitter Henk Toeter van de Vereniging van oud-Schokkers met het door Siemen Bolhuis ontworpen beeld van het Schokker echtpaar.
Op de achtergrond de voormalige lichtwachterswoning van Emmeloord.
(Foto Hans Veenhuis)

Maar niet alleen de buurtschap Emmeloord, ook de andere voormalige woonkernen van Schokland zouden opnieuw geprofileerd moeten worden, vinden de oud-Schokkers. Behalve Emmeloord en de Middelbuurt van Ens waar het kerkje, de daaraan gebouwde pastorie en het museum staan, is dat ook De Zuidert, waar nog de fundamenten van een veertiende eeuws kerkje en een vuurplaat zichtbaar zijn. Van de drie buurtschappen is Emmeloord ongetwijfeld de oudste. Ze werd in oude archiefstukken omstreeks 1200 reeds vermeld.

Echt Schokker museum
Henk Toeter heeft ervaren dat oud-Schokkers ook vaak teleurgesteld zijn als ze een bezoek aan het museum hebben gebracht. In dit museum worden de geologische en archeologische aspecten aanmerkelijk sterker benadrukt dan de cultuurhistorische. Afgaande op elders opgedane ervaringen zou als dat laatste zou worden uitgebreid, de belangstelling wel eens explosief zou kunnen toenemen, aldus Toeter. Hij is derhalve "uitermate nieuwsgierig naar de ontwikkelingen die dit jaar nog zullen plaatsvinden", waarbij hij doelt op de overdracht van het museum aan de gemeente. Toeter vraagt zich af of dan het cultuur-historisch aspect een gelijkwaardige plaats gaat innemen. "Of blijft er nog zo veel ruimte in de culturele markt dat in de toekomst gedacht mag worden aan een 'echt Schokker' museum?", vraagt hij zich af.
Volgens Henk Toeter was Schokland in vroeger eeuwen een belangrijk eiland door zijn gunstige ligging voor de handelsvaart. Vooral de handel op de Oostzee profiteerde daarvan. Vissers en schippers vonden het een veilige ankerplaats, terwijl ook de marine er belang bij had. Het vuurbaken op de zuidpunt van het eiland vormde een uitstekende koersaanduiding.
Maar op Schokland is in de loop der eeuwen door de voornamelijk arme bevolking ondanks de prachtige klederdracht vaak bittere armoede geleden. Het waren niet alleen vissers en schippers die er woonden, er waren ook arbeiders, middenstanders, onderwijzers en ambtenaren. Bovendien een burgemeester, een pastoor, een dominee, een dokter en een vroedvrouw.
Weinig bekend is dat er ook weverijen werden gevestigd om de armoede het hoofd te bieden. Het waren eigenlijk weefscholen, waar kinderen dit ambacht moesten leren. Tijdens hun leerperiode kregen ze geen geld voor hun produkten, daarna kwamen ze op een inkomen van ongeveer fl 1,40 per week. Naast hun werk moesten ze van de toezicht houdende commissie voor de weverijen "althans eenmaal per week onderwezen worden in de dingen die nodig zijn tot het aanleren van alle lager onderwijs". De onderwijzer die daarvoor zorgde, verdiende fl 25 per jaar aan dit werk.
Hoewel er kosten noch moeite werden gespaard om het voor de scheepvaart zo belangrijke eiland tegen de omringende elementen te verdedigen, was Schokland vaak een speelbal van water en wind. Niet alleen in de middeleeuwen, ook daarna maakten vloedgolven het eiland steeds kleiner. Nadat in de eerste helft van de negentiende eeuw al belangrijke delen van het eiland verloren waren gegaan, kreeg dit in de tweede helft zijn huidige vorm. Vooral de grote vloeden van 1824 en 1825 speelden daarbij een rol. De dijk werd ernstig beschadigd, delen van het eiland spoelden weg, huizen werden onbewoonbaar en een aantal bewoners verloor het leven. In deze periode was voor Schokland, wiens bewoners het toch al nooit breed hadden gehad, de armoede ongekend groot. De felle winter van 1830 deed daar nog een schepje bovenop.
Hoewel in 1834 de Middelbuurt en in 1840 in Emmeloord nog nieuwe kerken werden gebouwd, begonnen bestuurders zich af te vragen of de situatie nog wel zo voort kon duren. Er verschenen zelfs oproepen in de dagbladen om hulp. In 1839 waren er op het eiland 127 behoeftige gezinnen die samen 520 personen telden. En dat op een totaal van zo'n 700 inwoners.

Het voormalige eiland rijst uit boven de akkers.

Ontruiming
De omstandigheid dat het onderhoud van het eiland de staat inmiddels fl 9000 per jaar kostte en de nog steeds groeiende armoede van de bewoners deden het plan ontstaan het eiland te ontruimen. Ook de inteelt op Schokland droeg bij tot het nemen van dit besluit. Aanvankelijk had men na .de ontruiming de buurtschap Emmeloord aan de golven prijs willen geven. De schippers wilden echter de veilige uitwijkplaats aan de oostkant van het eiland niet missen en verzetten zich onder leiding van hun bekende Zwolse collega Schuttevaer met hand en tand tegen dit plan. Ze hadden het bestuur van Overijssel mee omdat die provincie voor haar kustverdediging belang bij het behoud van het eiland had.
In 1859, toen er in juli weer zo'n hevige storm had gewoed dat er gaten in de daken van de huizen waren geslagen, aanvaardde het parlement een regeringsvoorstel om het eiland te ontvolken. De 650 eilanders, van wie er 450 in Emmeloord woonden, kwamen in aanmerking voor een schadevergoeding: alle behoeftige Schokkers, die op het eiland waren geboren, zouden hun leven lang een uitkering van zes gulden per week genieten. Bovendien werd er honderd gulden verhuiskosten per gezin uitgekeerd. Het eiland werd ingedeeld bij de gemeente Kampen, waar ook een aantal oude Schokkers zich vestigde. Andere geliefde toevluchtsoorden van de Schokkers waren het buureiland Urk, Vollenhove en Volendam. Een aantal is ook naar Friesland. gegaan om zich daar aan visserij of veehouderij te wijden.
De ontruiming van het eiland hield niet in dat er nooit meer iemand zou wonen. Er bleven altijd enkele mensen om de nodige werkzaamheden te verrichten. Daartoe behoorden het bedienen van het vuurtorentje in het zuiden en de misthoorn in het voormalige Emmeloord alsmede het onderhoud aan de dijk die na de ontvolking werd aangelegd. Toen Schokland in 1941 door de inpoldering van het omringende land geen eiland meer was, waren de buurtschappen al lang verdwenen. Slechts twee plaatsnamen in de Noordoostpolder en enkele oude gebouwen op het voormalige eiland herinneren eraan.
En in september 1985 werd op Urk, waar veel oud-Schokkers woonden, voor de eerste keer een 'Schokkerdag' gehouden, waaruit de Vereniging van Oud-Schokkers is voortgekomen. De organisatie maakte een snelle groei door. Het aantal van tachtig leden waarmee werd gestart, groeide binnen enkele jaren tot meer dan 1100 uit. Haar tijdschrift 'Het Schokker erf', dat om de drie maanden uitkomt, bevat een schat aan informatie. Binnen de vereniging wordt dan ook veel aan historisch en genealogisch onderzoek gedaan. Zo beschikt ze over de complete burgerlijke stand van Schokland.
Van 11 juli tot half september wordt er in het Walkate-archief in Kampen een expositie van oude gebruiksvoorwerpen uit Schokland gehouden. Volgens Henk Toeter zijn daar zeer bijzondere bij.