Artikel uit het Parool van 24-10-1987:

In de haven grazen nu de schapen


Terugblik op Schokland

De heren Toeter en Diender rustend aan de oude haven op de terp Emmeloord.
Foto: Jan Blom.

Kent u het treurige verhaal van de drie verdronken Schokkers? Het gebeurde op woensdag 15 oktober 1872. Het was ruw weer in het stadje Vollenhove in de provincie Overijssel. Maar schipper Klappe, 43 jaren oud, wilde graag naar Monnickendam om daar een nieuwe boot te laten maken. Het weer werd slechter en slechter. 'Nochtans besloot Klappe - en 't is velen een raadsel, wat den anders zoo omzichtigen visscher nu daartoe aanspoorde - om de reis te ondernemen.' Klappe verliet met zijn zoon en zijn vader de haven en ging op weg. Maar de storm werd bij het doodse, want ontvolkte eiland Schokland harder. Vele vissers hadden bij Schokland al een schuilplaats gezocht, maar op aandrang van zijn zoon Willibrordus besloot Klappe de reis voort te zetten. De reis voerde naar de dood.
Een Gooise visser wiens vaartuig groter was dan dat van Klappe, ontdekte een omgeslagen vissersboot met twee mannen op de omgekeerde bodem: het waren Klappe en zijn zoon. Maar omdat de Gooise visser zijn schuit niet kon wenden, moest hij ze God toevertrouwen.
De volgende dag voeren er twee schuiten uit om het schip te zoeken. Ze vonden het, schepten en pompten het leeg en vonden in het vooronder het lijk van vader Klappe.
Het verdriet van Vrouw Klappe was groot, maar zij vond troost in de godsdienst. “Kon ik hen maar eenmaal wederzien, mocht ik hen hier in de groeve kunnen bergen, dan ... dan zoude ik gelukkig zijn,” hoorde men haar menigmaal verzuchten.
Het was op de 5e november van dat jaar dat de arme stoelenmatter Pieter van der Woude langs het strand iets zag drijven. Hij vond het lijk van Klappe.
Twee dagen later vonden wat Bunschoter vissers het lijk van de zoon.

De kaart van Schokland uit 1632.

Terpen
Schokland. Een eiland dat niet meer bestaat. Het is niet verdronken, hoewel dat gevaar wel aanwezig was. In de negende of tiende eeuw vestigden zich daar enkele bewoners, maar het Pleistocene zand hield het niet, ondanks de dijken die men aanlegde; in enkele eeuwen nam de breedte van het eiland af van enkele kilometers tot enkele honderden meters. De lengte van ongeveer vier kilometer bleef gelijk. De bewoners trokken zich daarom terug rond de terpen: Emmeloord, de Middelbuurt, de Zuidert, de Kerkbuurt. Een sloot scheidde het eiland in twee delen: Ens en Emmeloord.
Eind 1829 werd er een volkstelling gehouden. Er waren nog 663 inwoners, van wie 359 ongehuwden, 24 weduwen en 30 weduwnaars.
Niet alleen werd het eiland steeds kleiner, de inteelt nam toe. De bewoners waren visser en dagloner, maar er waren ook een vroedvrouw, een bakker en een veerman.
In 1859 werd Schokland ontruimd. De toestand was onhoudbaar geworden.
Het eiland wordt nu omarmd door de Noordoostpolder.

Schokland bestaat dus alleen in de herinnering:

Kent gij het land der stille dromen,
Groen als smaragd - een toverfee?
Het paradijs van hooi en spiering,
Gebakerd in de Zuiderzee?
Hoe lokken ons uw zaal'ge dreven,
Waar klavergeur en zeedamp zweven,
O Schokland, oord van zoete vree.

De Kamper nachtboot schommelt,
In 't ruim de motor rommelt,
Wat passagier is dommelt
Al op de Zuiderzee.
O stoomschip, hoor ons zuchten:
Neem ons naar reiner luchten,
Naar 't eiland van genuchten,
Neem ons naar Schokland mee.

Aldus de onbekende dichter.
Binnenkort, op zaterdag 7 november, zal de ondergang van Schokland bezongen worden in een muziekspel door de Opera- en operettevereniging La Mascotte uit Emmeloord. De melodieën zijn bekend, de tekst van Fred van der Horst is nieuw; zo zal de daadwerkelijke ontruiming gezongen worden op muziek van het Slavenkoor van Nabuco.

Opgravingen
Het is één van de activiteiten die door de Schokkervereniging worden georganiseerd: Voorzitter H. Toeter, een nazaat van de vroegere bewoners van Schokland, is er trots op. Hij staat voor zijn auto op de kleine parkeerplaats van de Oude Haven. Voordat we iets gaan bekijken, haalt hij uit zijn achterbak een groot bord waarop het ‘oude’ Schokland staat, zo rond 1600, en het Schokland zoals dat rond 1830 was. Hij vertelt over opgravingen die men hier heeft verricht bij de boerderij en waaruit blijkt dat er 4500 jaar geleden sprake was van bewoning, "Het eiland was dus vermoedelijk veel groter dan we weten."
Ondertussen is de tweede voorzitter, de heer Diender, er bij gekomen. Beiden zijn razend enthousiast over de ontdekkingen die ze in de afgelopen twee jaar van het bestaan van hun vereniging deden en de enorme documentatie die ze eerzamelden; de reconstructie van de geschiedenis is bij lange na nog niet volledig, maar ze weten wel al veel. Toeter: "Zo was er hier ook, daar waar u nu die koeien ziet, het Gieterse Meer... dat weten de mensen niet... en verder hebben we alle families die op Schokland woonden uitgezocht. Alle stambomen zijn nagenoeg compleet. Alle!"
Terwijl we naar de Oude Haven lopen, op de terp Emmeloord, wordt de treurige geschiedenis van het eiland nog eens opgehaald. Inderdaad, Schokland was een zeer belangrijk eiland. Zelfs vóór de Middeleeuwen was het al een basis voor de marine om de schepen te beschermen tegen de rooftochten die van het Gelderse uit werden ondernomen. Het eiland had een gunstige ligging voor de handelsvaart; verder was het een veilige ankerplaats voor vissers en schippers wanneer de westenwind zich tot een storm ontwikkelde. Schokland ligt namelijk precies op het westen. Maar die ligging was ook de oorzaak van haar ondergang, want de natuurelementen beukten het eiland steeds verder kapot. Men deed er alles aan, maar het eiland zakte dieper en dieper weg. De bevolking was daarom gedwongen zich op de terpen terug te trekken.
De heer Diender: "Je moet je voorstellen, daar waar wij nu lopen was vroeger een plankier van veertig centimeter breed en vier kilometer lang. Die verbond de terp Emmeloord met de terp Ens. Dat was vrij smal. De bewoners hadden dus een speciale techniek ontwikkeld om elkaar te passeren. Als ze elkaar tegenkwamen, pakten ze met beide handen elkaars middel en draaiden om elkaars as." Diender doet het voor. "De pastoor van Emmeloord - Emmeloord was goed katholiek - vond dat niet prettig, want de jeugd liep nogal eens over. En in Ens waren ze goed hervormd. Nou, je begrijpt dat die speciale passeertechniek waarbij men elkaar om het middel moest grijpen, nogal eens ... nou ja, daar komen dus wat wij noemen de gespikkelde huwelijken vandaan."
Het noordelijke deel van het kleine eiland viel onder Amsterdam en het zuidelijke deel onder Overijssel. Zo moest de burgemeester van Amsterdam éénmaal per jaar naar Schokland toe. P.C. Hooft bezocht zodoende de haven. En hoe werd hij ontvangen. Diender weet niet of het van Hooft komt, maar citeert uit zijn hoofd: ‘Dan dansten ende zij zongen van blijdscap.’
Voor blijdschap had de Schokker echter weinig reden. De armoede was verschrikkelijk. Door de stormen verloren de vissers hun schepen en zochten ze werk in het onderhoud van het eiland. Maar na elke winter was het eiland weer kleiner geworden.

Luchtfoto van het eiland, vlak voor de inpoldering.
Foto: KLM.

Weiland
De terp Emmeloord waarop we staan is misschien net vierhonderd meter lang en krap tachtig meter breed. Daarop stonden in 1832 zeventig huisjes van drie bij drie en er woonden toen zo'n zevenhonderd mensen. Het is nu alleen weiland.
Toeter: "Je kan je voorstellen wat er gebeurde op zo'n klein stukje grond met zoveel mensen. Ziekte, armoede, ellende. Het gebeurde dat binnen een week in één familie wel vijf mensen stierven. En men trouwde in."
We kijken naar de plek waarde haven moet zijn geweest. Men heeft er de contouren van aangegeven. De haven die vroeger plaats bood aan driehonderd schepen.
"Als Sylvain Poons zingt: ‘Daar is het water, daar is de haven waar je altijd horen kon: we gaan aan boord. De voerman laat er nou paarden draven en aan de horizon leit Emmeloord’, dan moet hij de haven van Schokland bedoelen want hier precies achter ligt, het nieuwe Emmeloord."
In de haven grazen nu schapen. Toeter en Diender zwijgen en kijken ernaar, en terwijl je alleen maar weilanden, wat bomen en helemaal achteraan enkele auto's ziet, zien en horen zij de Zuiderzee.
Diender draait zich om: "Ik heb eens berekend dat precies hier, recht tegenover dit punt, het huisje van mijn voorouders moet hebben gestaan."
Daarna staart hij weer naar de haven. "Mijn vrouw wil hier niet terug," zegt hij, "... bijgeloof ... Eens kwam schipper Joapikse de haven in met een mast vol vuur, dat voorspelde niet veel goeds. Dat had je vaak. Als het weer blak was. Blak, dan was het windstil op het water, drukkend, en heiïg. overal vliegen, een beetje zoals nu. In de lucht, zo weten wij nu, was dan veel elektriciteit en dan ging de mast gloeien. Dat wisten ze toen niet. Maar er gebeurde meer op het eiland'...
Inderdaad. Al in 1607 verdacht men Alidt Dircks en haar dochter Cathrijn ervan dat men ‘bij personen tovenarij causteerde’. Men deed daarvan aangifte bij landsvrouwe Barbara van Essenstein. Gelukkig kon tovenarij niet bewezen worden. In tegenstelling tot wat Geese Claes overkwam: zij werd wegens tovenarij veroordeeld tot eeuwige gevangenisstraf.

Dansende katten
Diender: “Men vreesde ook de dansende katten. Op de terp Ens had je namelijk een vuurplaats, dat was een baken voor de schepen. Men was bang voor die dansende katten. Het verhaal ging dat het vuur de vogels aantrok. Als de vlammen het vuur raakten, vielen ze geroosterd naar beneden en dienden als voer voor de katten. Veel vogels, veel dansende katten, slecht weer..."
Er duiken steeds meer verhalen op. Daar gaat het de Schokkervereniging ook om. Ze willen de cultuur van het eiland achterhalen. Toeter: "Zo hoorden we dat op Schokland ook een speciaal kerstlied bestond, zo'n 130 jaar geleden. We zijn tijden bezig geweest om dat te achterhalen en we hèbben het ook achterhaald. Onder meer via het Bisschoppelijk Archief in Haarlem. Vorig jaar is het in Urk weer gezongen. Merkwaardig is dat het lied ook in Vlaardingen bestaat. Hoe dat kan weten we niet, maar het is licht voorstelbaar dat Schokker vissers naar Vlaardingen zijn gegaan. Per slot van rekening zijn er Schokkers over de hele wereld verspreid, tot helemaal in Zweden en Denemarken."
Maar ook hadden de Schokkers een speciale klederdracht. Een duidelijk herkenbare krablap bij de dames, enigszins puntig toelopend.
Diender: "Ja, wat we eigenlijk willen is alles visualiseren. Zo'n haven, daar zou toch best weer wat water in kunnen. Een paar borden willen we ook neerzetten. Wat zou het niet leuk zijn als we met bomen en struiken konden laten zien waar de kerk was, waar het gemeentehuis stond, waar de andere huisjes waren en waar het kerkhof. Maar om dat voor elkaar te krijgen... "
Toeter en Diender lachen wat als ik vraag waarom dat niet gebeurt. "Je kan je afvragen: van wie is dit eiland. Het behoort aan Domeinen, aan de staat. Maar de staat heeft dit stukje weer bij Rijkswaterstaat ondergebracht, dat stukje bij Staatsbosbeheer, een ander stukje aan Monumentenzorg. Nu eens valt dit weer onder de gemeente en dan weer onder de provincie. Voor je weet zit je in de zevende bestuurslaag."

Storm op Schokland

Spatmuur
We gaan naar de Zuidert, een terp waarop het Enser kerkje heeft gestaan, dat is opgegraven. Men heeft lange tijd niet geweten dat hier een kerkje was dat in 1400 gebouwd is. Maar tot zeventienhonderd deed het nog dienst. Naast de fundamenten staat een spatmuur. De zee beukte hier zo erg, dat de kerkgangers bij het betreden kletsnat werden - vandaar de muur. Men moet bij hevig weer hier de zee tegen de muren hebben horen beuken. Ook over dit kerkje weer verhalen. Vaak kwam het namelijk voor dat men hier overleden bewoners begroef, maar de elementen waren soms zo grillig dat men bij Emmeloord de kist voorbij zag drijven. De restanten staan nu verscholen in de bossen, maar oorspronkelijk waren hier geen bomen, die zijn na de drooglegging in 1941 aangelegd.
Schokker en Diender beginnen ook hier weer over de weilanden te staren. Ze wijzen op de kleurverschillen in het land die de verschillende hoogten aangeven. Toeter: "Men heeft hier rond 1940 opgravingen gedaan. Men was hier op zoek naar de authentieke Nederlander. Dat onderzoek is nooit voltooid, althans er is nooit over gepubliceerd. Maar we hebben wel uitgezocht waar zich de beenderen bevinden. Die zijn in Amsterdam in het AMC. We zouden graag zien dat dat onderzoek werd voltooid."
Diender wijst op de karakteristieken van de Schokker - en hij wijst daarbij op zichzelf: "De Schokkers zijn lang, ze hebben lange ruggen en hun schedel is groter. Nu nog, als er een kindje geboren wordt, zegt het consultatiebureau vaak dat de schedel iets te groot is. En de vrouwen zijn, en ik citeer een hisoricus, ‘blank van huid en rondborstig met vrij brede heupen.’ Inderdaad Hollands welvaren."
Aan het einde van de tocht rond het eiland, zegt Toeter: "Gelukkig gaat het goed met onze vereniging. We hebben nu al zo’n twaalf-, bijna dertienhonderd leden. Meer als er ooit op Schokland zijn geweest. Bedenk wel: dit is het enige land in Nederland dat werd ontvolkt en waar de bewoners nimmer zijn teruggkeerd."

Theodor Holman

Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van documentatie van de Schokkervereniging en het blad Het Schokker Erf.
Het adres van de Schokkervereniging is Schweitzerstraat 59, 1433 AH Kudelstaart, of Bourgognelaan 104, 5627 KV Eindhoven.