Artikel uit een onbekend tijdschrift van ??-??-1987:

Met tandenborsteltjes frunniken is er niet meer bij


Graven op bouwplaatsen en in beerputten

Gerard, Jacob Starreveld, Henk en Mathijs bij de gerestaureerde haven van het vroegere Emmeloord.

Graven in de bodem, op zoek naar resten van het alledaagse leven van lang geleden, wat is daar nu leuk aan?
Els de Groen in gesprek met drie enthousiaste amateur-archeologen.

In de middeleeuwen kon je de weg van Kampen naar Urk bijna helemaal te voet afleggen. Zo lang was het eiland Schokland toen nog, maar in de loop der tijd is er steeds meer grond afgeslagen, tot ruim een eeuw geleden het eiland moest worden ontruimd. De merendeels arme 'Schokkers' werden met hun bezittingen naar het vasteland gevaren, omdat hun reepje grond in de zee onvoldoende veiligheid bood. Sinds de drooglegging van de Zuiderzee ligt Schokland als een verdwaalde drempel in de vlakke Noordoostpolder, waar (scheeps-)archeologen het ene wrak na het andere vonden. Over zo'n vondst en de geschiedenis daarachter heeft Jacob Starreveld een boek geschreven: 'Het leugenschip van Schokland'.
Maar het zoeken gaat nog steeds door, in de polder maar ook daarbuiten. Willen de meeste mensen in hun vakantie surfen en zonnen, Gerard Aalbersberg (16), Henk de Haan (17) en Matthijs Brug (21) gaan graven. Archeologie is hun hobby.

Tijdnood
Gerard: "Drie jaar geleden, dertien was ik toen, kreeg onze school in Emmeloord het verzoek te helpen bij een opgraving. Hogestijn, een Amsterdamse archeoloog, was in tijdnood gekomen. Hij wist dat er nog iets interessants in de bodem moest zitten en schakelde schoolklassen in om het eruit te halen. Het was vlak bij Schokland. Eigenlijk was hij op zoek naar een nederzetting uit de Bronstijd, drie- tot vierduizend jaar oud, maar daaronder bleek tot zijn verrassing een vuursteenwerkplaats te zitten. Wij als scholieren moesten 'schaven', kijken tot waar de nederzetting liep, spitten en stenen uit de grond halen. Dat er op zo'n plek duizenden jaren geleden mensen konden wonen, komt omdat er rivierduinen waren. Op die zandheuvels, tussen water en slib, voelden ze zich veilig. Later zijn die duinen vaak weer helemaal verdwenen, maar de sporen van bewoning niet. Daarom zoeken archeologen de verhogingen in de ondergrond op. Want daar, in de restanten van wat vroeger rivierduinen waren, vind je de mooiste dingen. Overigens had ik ook voordat onze school te hulp werd geroepen al belangstelling voor archeologie. Er stond een advertentie in de krant, waarin Hogestijn, die archeoloog, om vrijwilligers vroeg. Zijn budget was te klein om er studenten van te betalen, dus zocht hij mensen als ik. Het eerste jaar was ik hopeloos. Schaven, heel voorzichtig laagje voor laagje verwijderen, is een secuur werk. Maar in plaats van een net vlak, maakte ik er een maanlandschap van, met allerlei kuilen erin. Ik was ook heel fanatiek als het voorwerpen vinden betrof, terwijl je juist geduldig moet zijn. Het tweede jaar ging het beter en deze zomer doe ik weer mee. Er zijn verschillende manieren van schaven om de bodem leesbaar te maken, zoals dat heet. Het tempo waarin je schaaft hangt van de belangrijkheid van de laag af. Vind je bij voorbeeld een koeiespoor en misschien ook nog wat botjes, dan kun je daaruit afleiden dat de mensen in die nederzetting vee hebben gehouden. Het is leuk al gravend op de geschiedenis te stuiten en iets meer van je eigen omgeving te weten te komen".

Bouwgolf
Matthijs: "Ik ben lid van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland en van de werkgroep archeologie van de Vrienden van het Kamper Museum. Ik houd me vooral met stadsarcheologie in mijn woonplaats Kampen bezig. Dat moet ook nauwkeurig gebeuren, maar graven in een oude nederzetting, zoals Gerard doet, is millimeterwerk. Doe je het te grof, dan heb je het verpest. Meestal boren ze eerst in de bodem om een dwarsdoorsnede te krijgen en van tevoren te weten waar belangrijke lagen zitten. Van elk vlak dat je tegenkomt worden foto's en tekeningen gemaakt, daarna pas schaaf je verder. Er wordt helaas in Nederland veel vernield bij bouwwerkzaamheden. Ook in Kampen is nu een bouwgolf en aannemers kunnen niet wachten. Er is wel een wet die aannemers verplicht archeologische vondsten te sparen, maar ze krijgen geen enkele vergoeding als de bouw daardoor stil ligt. Dus zullen ze ons heus niet waarschuwen. De monumentenwet is van toepassing op grafheuvels en andere objecten in het vrije veld, maar in de binnenstad, die eigenlijk één groot archeologisch monument is, haalt de wet niets uit. Ik ben me ervoor gaan interesseren door het oude huis en de oude buurt waar ik woon. Toen bij ons achter een huis werd gesloopt, werd er van alles gevonden. Wij, van de werkgroep archeologie, gingen erheen voor de waterkelders en om beerputten leeg te halen. Smerig? Ja, in de polder werken is minder vies dan midden in een beerput staan om de prut eruit te scheppen. Maar het went. Wat eruit komt is verschrikkelijk onvruchtbaar en biologisch dood, dus niet als mest te gebruiken. Maar voor ons is een beerput voornaam, omdat hij inzicht geeft in een hepaalde periode van bewoning en de rijkdom of armoede van de mensen. Er werden namelijk ook scherven en soms zelfs gave voorwerpen in die putten gegooid."

Schuld van media
"Als ik betere toekomstmogelijkheden gehad had, zou ik archeoloog zijn geworden. Nu beschouw ik het als mijn hobby. Archeologie kost tijd en tijd is geld. In deze welvaartsstaat worden andere prioriteiten gelegd. De belangstelling van de bevolking gaat niet echt naar geschiedenis uit. Soms wijt ik het ook aan de media. Archeologische opgravingen zijn een lokaal gebeuren, het is zoeken naar het alledaagse leven van lang geleden. Maar de grote media staan zover van de mensen af".
Henk: "Als regio-contactpersoon van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis (tot voor kort: ter bestudering van de geschiedenis) probeer ik mensen vanaf twaalf jaar voor archeologie te interesseren. Het is een vereniging voor en door jongeren, want de oudsten zijn 25 en zij hebben de leiding over de kampen die we organiseren. Die kampen variëren van restauratiekampen, waarin je halfvergane dingen in hun oorspronkelijke staat terugbrengt, en archeologische kampen, waarbij we met alle aspecten van het veldwerk in aanraking komen, tot excursiekampen en experimentele kampen. Als voorbeeld van die laatste noem ik een kamp bij Eindhoven. Daar hebben we een boerderij uit de IJzertijd in zijn oorspronkelijke stijl opgebouwd en een week geprobeerd als mensen in de Bronstijd te leven. Dat wil zeggen: een waterput graven, potten bakken, dezelfde primitieve werktuigen gebruiken en een week géén televisie kijken. In de Flevopolder hebben ze tijdens zo'n kampweek zelfs in dierenvellen rondgelopen.

Spades en theelepeltjes
De leden van onze vereniging zijn geen speciale types: haar door de war, gebrild en verstrooid. Het zijn op de eerste plaats mensen die van geschiedenis houden. Wie 25 wordt, gaat eruit. Maar de jongsten groeien door en nemen geleidelijk bestuursfuncties over. Soms krijg ik telefoontjes van meisjes die zeggen: ik wil me wel opgeven, maar staat dat niet gek tussen al die jongens. Gewoon een misverstand, want veertig tot vijftig procent van onze leden zijn meisjes. Alleen bestaan er wat vooroordelen ten aanzien van archeologie. De een denkt aan ploeteren met spades, zwaar werk. De andere aan frunniken met theelepeltjes en tandenborsteltjes in de bodem. In werkelijkheid is het werk heel veelzijdig en spannend, als je archieven lezen en graafwerk gaat combineren om de sociale geschiedenis van mensen te achterhalen. Op dit moment zit ik samen met Matthijs in een veertiende-eeuwse ophopingslaag in het oude Kampen. We willen erachter komen wanner dat deel bewoond is geraakt en of Kampen daar is gesticht. Zoiets vind ik bevredigender dan in een disco rondhangen, maar het zal ook wel te maken hebben met het schoolvak geschiedenis. Vroeger zat ik op de mavo. Daar is het een kwestie van feiten en jaartallen uit je hoofd leren. Nu ik op de havo zit, word ik aangezet over alles na te denken en zelf conclusics te trekken. Nu vind ik geschiedenis het leukste vak".

Els de Groen

Informatie over de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis: Prins Willem Alexanderhof 5, 2595 BE Den Haag.