Artikel uit De Noordoostpolder van 18-06-1987:

'Monument' hindert landbouwer


'Schatgravers' vermoedelijk nog jarenlang op kavel P14

Een luchtfoto van de opgravingen op de kavel van Vermunt.
Voor de aangerichte schade is een vergoedingsregeling overeengekomen tussen de landbouwer en de universiteit.

(Van één onzer verslaggevers)

ENS / AMSTERDAM - Het zal waarschijnlijk niet vaak in ons land voorkomen dat een monument met voeten getreden kan worden. Op kavel P14 van de landbouwer Gerard Vermunt aan de Oud-Emmeloorderweg bij Schokland kan dat. En zijn klompen trekt hij er niet voor uit. Sinds '83 worden op de kavel archelogisch onderzoek verricht door het Albert van Geffen Instituut voor Prea- en Protohistorie van de Universtiteit van Amsterdam omdat de plek "unieke gegevens" van een oude beschaving herbergt. Zolang het onderzoek duurt heeft het ministerie van WVC twee hectare van de grond tot 'tijdelijk monument' verklaard, met alle nadelige gevolgen voor de landbouwer van dien.
Zonder twijfel opzienbarend was het nieuws toen in '85 voetstappen werden gevonden van een vele duizenden jaren oude beschaving; een primitief volk dat leefde aan de oever van de nu geheten Overijsselse Vecht. Het houdt niet alleen de onderzoekers van het IPP bezig, maar ook landbouwer Vermunt die door de wroetende geleerden en studenten in zijn agrarische mogelijkheden wordt beknot. "Ik mag hier alle werkzaamheden uitvoeren voor zover het m'n beroep betreft, maar ik mag in m'n eigen grond niet dieper dan twintig centimeter komen; dus niet dieper dan de bouwvoor', aldus Gerard Vermunt.
Daarmee lijkt van direkte hinder weinig sprake, maar de overlast wordt veroorzaakt doordat het 'monument' niet geëgaliseerd mag worden. In de kavel bevinden zich oude dijkwallen van het voormalige eiland Schokland, die eeuwen geleden door de elementen zijn aangevoerd. Over de totale kavel is er al een hoogteverschil gemeten van 1,25 meter en op de plaats waar de opgravingen ook dit jaar weer verricht zullen worden, is het verschil ongeveer tachtig centimeter.
In '57 werd de kavel P14 al eens geëgaliseerd, maar vijf jaar geleden is besloten dat nogmaals te doen. Voor de laatste maal voor rekening van de Dienst der Domeinen. Een deel van die tweede egalisatie is al achter de rug, maar het deel waar de onderzoeken plaats vinden mag niet omgewoeld worden. Punt is namelijk dat zich onder de hoogten tamelijk onbruikbaar zand bevindt "zo dood als een pier", dat ter wille van de egalisatie er onder vandaan gehaald moet worden.

Probleem
Door uitstel van het vlak trekken van het land blijft het akkerbouwen een probleem. De gewassen op de hoge punten verdrogen te snel, mede als gevolg van de zandlaag. "Maar op die lage plekken verzuipen ze soms weer."
Met pijn en moeite heeft Vermunt het voor elkaar gekregen dat een deel van zijn land opnieuw gedraineerd werd. Daardoor wordt in ieder geval het water uit de lage plekken snel afgevoerd, maar blijft het droogteprobleem op de hoge stukken. Het financiële gevolg laat zich raden: minder opbrengst van de grond, dus minder inkomsten. Het ziet er naar uit dat deze inkomensderving voorlopig nog wel enkele jaren door zal gaan, omdat het onderzoek nog lang niet is afgerond. Volgens Vermunt zou dat zeker nog wel vijftien jaar kunnen duren.
Onderzoeker van het IPP, drs. Willem Jan Hogestijn uit Amsterdam, "onze schatgraver", durft geen jaartal te noemen: "De mankracht is er, maar zolang er geen zicht is op de hoogte van de bedragen die voor het onderzoek beschikbaar zijn, durf ik daar geen uitspraak over te doen."
Het IPP heeft van een op de universiteit beschikbaar staand bedrag van 90 duizend gulden, 55 duizend voor het onderzoek in de Noordoostpplder gekregen. Dat is dan wel ten koste gegaaan van de overige vakgroepen, "en het is maar de vraag hoe lang je zoiets kunt verdedigen", aldus Hogesteijn die de bewuste plek in de Noordoostpolder "zonder meer uniek" noemt. Volgens zijn zeggen is er nu geld vrijgemaakt bij verschillende instanties, waardoor er vijf jaar lang onderzoek verricht kan worden. Bij de provincie Flevoland heeft men aangeklopt voor een subsidie van bijna 25 duizend gulden en aan de gemeente Noordoostpolder is nog eens een bedrag van tien duizend gulden gevraagd. Als het geld binnen is hopen de wetenschappers met behulp van electronica sneller en efficiënter de opgravingen te kunnen afwerken. Tot die tijd wordt de voorlopige bescherming "tijdelijk monument" van het ministerie van WVC noodzakelijk geacht.
Om het verlies aan inkomen van Vermunt tijdelijk veilig te stellen heeft hij de beschikking gekregen over 3,5 hectare aan de Eggestraat bij Nagele, daar waar vroeger het barakkenkamp heeft gestaan. Anderhalve hectare meer dan dat tot monument is verklaard, maar zes kilometer van huis. Ook tijdens het graven wordt Vermunt schadeloos gesteld. Ten eerste is dat de plek waar gegraven wordt en waar de onvolgroeide 'vruchten des velds' het moeten afleggen tegen de archeologen. In de tweede plaats is er het pad er naar toe. "Men heeft steeds een acceptabele regeling getroffen om de schade te vergoeden", aldus Vermunt. Dat gebeurde zelfs toen als gevolg van heen en weer rijdende auto's op het kavelpad de groei van de naastgelegen bieten door het opwaaiende stof geremd werd. "Nee, daar hebben ze nooit moeilijk over gedaan."

Zomer
Vraag is echter, waarom niet buiten het groeiseizoen wordt gegraven, zodat het IPP geen schadeclaims hoeft uit te keren?
Drs. Hogestijn: "Wij zijn afhankelijk van de zomerperiode omdat we veel met vrijwilligers moeten werken. Dat zijn bijna allemaal studenten die in de zomermaanden vakantie hebben. Dat kost ons wel een paar centen, maar het is nog steeds goedkoper dan dat we buiten het zomerseizoen met hulp van dure arbeidskrachten zouden moeten graven."
Gewapend met schepje en stofkwastje zullen binnenkort de onderzoekers weer neerstrijken op P14. Tijdelijk gehuisvest in een niet gemeubileerde en gestoffeerde woning van de woningbouwvereniging in Ens zal met name extra aandacht gegeven worden aan de al eerder opgegraven voetstappen, die destijds al veel stof hebben doen opwaaien.

 

 

Landbouwer Gerard Vermunt.