Artikel uit het Algemeen Dagblad van 3-9-1988:

Klappe wroet nog dagelijks in Schokland


Ab Klappe toont een kaart van het eiland Schokland zoals het er in 1850 uitzag.
(Foto: John Claessens)

door Janny Kok.

EINDHOVEN - Hun voorouders stonden bekend als stugge, domme mensen die een armelijk bestaan leidden. Ze ontruimden in 1859 op last van koning Willem III gelaten hun eiland Schokland. Het was vrijwel niet meer mogelijk het eiland tegen de woeste Zuiderzee te beschermen. Maar de nazaten van die eilandbewoners zijn er tegenwoordig trots op van Schokker afkomst te zijn.
"Een eiland heeft op zich al iets mysterieus en als je dan ook nog weet dat je voorouders noodgedwongen vertrokken, spreekt dat helemaal tot de verbeelding", zegt Ab Klappe (66), ‘volbloed’ Schokker en mede-oprichter van de drie jaar oude Schokkervereniging. Vandaag houden de Schokkers in Vollenhove een reunie.
"Je komt stukjes bij beetjes wat van het leven op zo'n eiland te weten als je genealogisch onderzoek doet. In doop-, trouw- en begrafenisregisters staan soms dingen die je een indruk daarvan geven en je hebt natuurlijk ook wat aan de stukjes in oude kranten. Ik ben met mijn eigen ouders en voorouders begonnen. Nu heb ik gegevens van zo'n 7000 mensen die van Schokker afkomst zijn. Dat ben je als tenminste een van je voorouders op Schokland heeft gewoond. Ik ben erachter gekomen dat Jan Keizer en Carola Smit van BZN ook Schokkers zijn."

Geen pretje
Uit geschriften over Schokland blijkt dat het leven op het eiland bepaald geen pretje moet zijn geweest. De ongeveer 700 bewoners zagen hun eiland - dat eens met Urk en het verzonken eiland Nagele één geheel vormde - steeds meer afbrokkelen. Net voor de ontruiming in 1859 was het nog maar 5 kilometer lang en 300 meter breed. Als het stormde, moesten bewoners met hun dieren vaak naar de zolder van hun huis vluchten, omdat de benedenverdieping vol water stond. Soms gingen de elementen zo tekeer, dat de zeedijk met grafzerken versterkt moest worden. Dijkverzwaringen bleken onvoldoende te zijn voor de oprukkende zee. In de strijd om het behoud van het eiland werden de eilandbewoners bovendien nog geplaagd door honger, ziekte en kou.
Dat in 1833 de helft van de bevolking was aangewezen op de bedeling en armenzorg toont aan hoe arm de mensen waren. Pastoors voelden zich als in een verbanningsoord en wisten vaak niet hoe snel ze het eiland konden ontvluchten om een comfortabeler leven te kunnen leiden in een 'gewone' parochie.
De visvangst moest de Schokkers in hun bestaan voorzien. Vis en aardappelen waren het hoofdvoedsel. Zaterdags gingen de vrouwen zich te buiten aan de luxe van pannekoeken bakken.
De enkele bezoeker van Schokland viel het op dat vrouwen 'ongemeen blank' waren en lichtblond haar hadden. Het moeten struise dames zijn geweest met een onbevangen blik en een niet bepaald verfijnd taalgebruik. De mannen gingen door voor zwijgzaam. Met de vrouwen hadden ze gemeen dat hun uiterlijk krachtig en gehard was, maar dat ze toch kwetsbaar voor ziekten waren. Volksziekte nummer een was rheuma.

De pastorie en de rooms-katholieke kerk op Schokland toen het nog was omringd door water.

Bijgelovig
De eilandbewoners waren bijgelovig, ziekten ervoeren zij als een betovering. Tot grote ergenis van 'mijnheer pastoor' trouwden ze vaak pas wanneer er een kleine op komst was. De bewoners van Urk keken met minachting neer op de Schokkers, die ze maar een stelletje armoedzaaiers vonden. Als Schokland in het nieuws kwam, was het vanwege de armoede en de talloze verzoeken om hulp.
Toen de honkvaste eilanders in 1859 een andere woonplaats moesten zoeken, stond niemand te dringen hen op te nemen. De gemeente Vollenhove <1> wees een groep Schokkers terreinen toe in het oude vissersdorp Bruneppe, waar de zogenoemde Schokkerbuurt al even armelijk werd als het er op Schokland uitzag. Kampen nam met weerzin eilandbewoners op, Urk en Volendam deden hetzelfde, maar Enkhuizen weigerde huisvesting te bieden.
"Ik denk dat de overheid er gewoon geen geld voor over had het eiland voor de bewoners te behouden", zegt Klappe. „De vermenging van de bevolking was ook een bron van grote zorg. De pastoor moest regelmatig dispensatie vragen voor huwelijken van neven en nichten.
Het eiland is toch nog behouden tot de inpoldering in 1940. Schippers hebben ervoor gevochten, omdat het een behoorlijke havenplaats was. Het was bovendien een soort golfbreker en dus een bescherming voor Vollenhove. Daarom is voorkomen dat Schokland in de zee is verzonken.

In kaart
"Het heeft me zeker tien jaar gekost alle bewoners in kaart te brengen. Mijn zoon Bruno helpt me enorm. Hij is net zo geïnteresseerd als ik. Mijn interesse voor mijn voorouders begon in 1976 toen ik in de WAO kwam. Ik was vakbonds-bestuurder van de Voedingsbond FNV toen ik in 1974 ernstig ziek werd. Ik kreeg tijd in te gaan op vragen van mijn kinderen. In de familie was er niet veel bekend en aan mijn vader heb ik ook niet veel kunnen vragen. Mijn ouders zijn in 1944 in Kampen gedood toen er een bom op hun huis viel. Mijn vader was visser: Wat ik mij van hem kan herinneren, is dat we op zondag pleziertochtjes met zijn schip maakten. Als we dan langs het eiland voeren, zei hij alleen dat daar zijn ouders hadden gewoond."
"Je hoorde er ook niet veel over omdat de mensen nogal gesloten waren", vult de vrouw van Klappe aan. "Mijn grootmoeders ouders kwamen van Schokland en haar broers waren er nog geboren. Ik weet nog wel dat als een van die broers bij mijn grootmoeder kwam, ze Schokkers praatten. Dat was heel leuk. Ik weet ook nog dat ze angst voor storm en water had."
Klappe en zijn vrouw weten niet veel van typische Schokkerse gebruiken: "Die hele gemeenschap is tenslotte uiteen gevallen, dus moet je het doen met bidprentjes, en wat je in de archieven vindt. Het oudste doopboek dat ik heb gevonden is van 1688, van de Nederduits Hervormde Kerk. En verder heb ik een katholiek doopboek uit 1714 gevonden. Ik ben erachter gekomen dat veel Schokkers onder hun bijnaam werden geregistreerd toen ouder Napoleon iedereen een achternaam moest hebben. Zo werd Kleine Peter: Klein, en Kale Aalbert: Kale. Alle Klappes in Nederland - en dat zijn er 900 - zijn zonder uitzondering afkomstig van Klaes Albersten en Antonia Albersen die in 1728 trouwden. De naam Klappe komt van Bruin Klaasen. Hij raakte in 1749 in een kermisweek door buskruit gewond aan handen en gezicht en werd daarna Klappe Bruin genoemd. Vijf jaar later stond die bijnaam al in het doopregister."

<1> Lees: Kampen.