Artikel uit het NRC van 05-09-1988:

Schokker wortels gaan diep


Nazaten bewoners Schokland voelen pijn uit vorige eeuw

Een operettekoor uit Emmeloord, gestoken in Schokker kostuum, ontroert de leden van de Schokkervereniging.
(Foto's NRC Handelsblad/Maurice Boyer)

Door Friederike de Raat.

Alsof het een scheepslading.verloren gewaande schapen betrof. Zo warm werden de Schokker nazaten zaterdag onthaald in het Overijsselse Vollenhove. Het halve stadje was uitgelopen om “die boot vol Schokkers” in ogenschouw te nemen, op de gevoelige plaat vast te leggen en - zodra de loopplank uitlag - te omhelzen.
Het eilandje Schokland is al 129 jaar onbewoond en al 46 jaar geen eiland meer. Maar de nakomelingen van de eilandbewoners voelen nog steeds een band met die ene plek in de Noordoostpolder. Afgelopen zaterdag waren ze naar Vollenhove getogen voor het jaarlijkse dagje uit van hun Schokkervereniging. Ontroerd waren ze, de Schokkers en Schokkerinnen, zoals de nazaten officieel te boek staan, bij het ontwaren van de verrassing in de pal aan het haventje gelegen Grote Kerk: het Emmeloorder operettekoor had zich speciaal voor deze gelegenheid in het traditionele Schokker kostuum gehesen en een ‘afscheidslied aan Schokland’ ingestudeerd. Dat de woede om het aangedane leed en de haatgevoelens jegens hogere instanties nog altijd sluimerend aanwezig zijn in het nageslacht, werd duidelijk uit het lied dat vol overgave werd gezongen op de tonen van het Slavenkoor uit Verdi's Nabucco:

Vaarwel Schokland, wij gaan je verlaten,
Het is de wil van de Provinciale Staten.
Niemand kent onze pijn door dit besluit van hogerhand,
Wij voelen ons berooid en ontheemd.

Burgemeester. Tuin van Vollenhove verwoordde wat vele buitenstaanders zich reeds in stilte hadden afgevraagd: “Is het pure nostalgie, nieuwsgierigheid of een gevoel van onbehagen over hetgeen uw voorouders is aangedaan onder koning Willem III, dat u vandaag hier bijeen bent?” Volgens vice-voorzitter Diender van de in 1985 opgerichte Schokkervereniging, is het “de herinnering” en het besef “dat het heel erg is geweest” dat de nakomelingen van de Klappes, de Toeters, de Kwakmannen en de Corjanussen van weleer bindt. “We praten hier over 129 jaar geleden, maar voor ons is dat niet zo lang.”
Mevrouw Mast uit het Drentse Rooden is wat je noemt een ‘echte fan’ van het voormalige eiland: “Ik knip alles uit over Schokland, ik denk dat ik er wel honderd keer ben geweest. Je komt er gewoon niet los van”.
En mevrouw Krol uit Kampen vindt het “echt leuk om nazaat te zijn. Ze hebben daar zo bekrompen geleefd”. Of de Schokker nazaten nog bepaalde trekken vertonen? “Nou, we worden niet zeeziek.”
Een meneer verkeert nog in gespannen afwachting van het onderzoek dat is ingesteld naar zijn mogelijke Schokker voorvaderen. “Maar ik ben toch maar vast gekomen vandaag, het is hier veel te leuk. Ik zeg altijd maar: je moet net zo ver kruipen alsje gaan kunt.”

Schokland nu: volgens Harry Mulisch 'een sombere heuvel in de weide'.

Sombere heuvel
Sinds de drooglegging van de Noordoostpolder in 1942, is Schokland “een sombere heuvel in de weide” (Harry Mulisch, ‘De sprong der paarden en de zoete zee’). Alleen de kerk en de houten zeewering herinneren aan het feit dat zich hier ooit “een klein geschiedenisje” afspeelde. Een dramatisch geschiedenisje wel te verstaan.
Nadat Schokland - de naam is ontleend aan de schokken (lagen) leem en veen waarmee het eiland werd versterkt tegen de zee - in 1856 ‘onvermogend’ werd verklaard, kwam op 1 maart 1859 het Koninklijk Besluit dat de Schokkers het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Aan deze drastische maatregel waren vele jaren van stormvloeden, overstromingen, afkalving en verpaupering vooraf gegaan. De regelmatig vernieuwde houten zeeweringen hadden niet kunnen verhinderen dat de buurtschappen Emmeloord en Ens, waaruit het eiland bestond, steeds verder in zee verdwenen. In 1859 was het ‘regenwormvormige’ eiland op sommige plaatsen niet breder dan vijftig meter.
De armoede op Schokland was in vroeger tijden in Nederland bijna spreekwoordelijk. Regelmatig organiseerden landelijke dagbladen inzamelacties voor de noodlijdende eilandbewoners. In 1859 besloot de provinciale overheid, die moest opdraaien voor de onkosten van overstromingen, hongersnood en epidemieën, tot definitieve ontruiming van het eiland. De circa 700 Schokkers vestigden zich in de dichtstbijzijnde vissersplaatsen: Kampen, Vollenhove, maar ook Urk en het ‘over-zeese’ Volendam. En daar wonen de meeste Schokkers, 129 jaar na dato, nog steeds.
Tegen vieren loopt de kade van Vollenhove weer vol. De Schokker nazaten gaan, velen beladen met een fles ‘Vollenhover vissersbitter’ uit de plaatselijke proeverij, met de ‘IJsselstroom’ terug naar Kampen. Het animo van ‘die van Veno’, zoals de Vollenhovenaren ter streke worden genoemd, is beduidend minder groot. dan twee uur eerder. Het nieuwtje is er af.