Artikel uit het Parool van 17-11-1990:

Schokkers blijven altijd eilanders


Afkalving, evacuatie en inpoldering kregen geest niet dood

Toeter (vooraan) en Diender bij de haven.

Door Theo Van Rhijn.

Schokland bestaat nog steeds, al zien buitenstaanders niet meer dan een paar bulten in de Noordoostpolder. In de harten van afstammelingen van de zevenhonderd laatste bewoners, die in 1859 op last van Willem III het eiland verlieten, leeft het voort - en hoe. Ze vertellen er schitterend en gedreven over, de Schokkers in de diaspora.

SCHOKLAND - Ze lopen langs de oude dijk bij de haven aan de Noordpunt omhoog, in de richting van de school, die na 1859 als lichtwachterswoning dienst deed: Henk Toeter en Cor Diender, Schokker-nazaten met rasechte Schokker namen. Voor wie naar hen luistert, verandert het polderlandschap binnen enkele minuten in een door golven omringd Zuiderzeeeiland en maken de schapen die voor de zeewering en in de droge haven grazen, plaats voor schepen.
“Zie je daar die bult?” vraagt Toeter terwijl hij naar een oneffenheid in het gras wijst. "Dat was de kerk. En die kuil ernaast was de pastorie."
Toeter en Diender zijn respectievelijk voorzitter en tweede voorzitter van de Schokker Vereniging, een vijf jaar oude organisatie die onderzoek doet naar de geschiedenis van het eiland en probeert het verleden op uiteenlopende manieren zichtbaar te maken. De 1600 leden zijn overwegend afstammelingen van eilanders.

Ontruimd
Nadat Willem III het afkalvende eiland had ontruimd omdat hij vanwege overstromingsgevaar bewoning niet langer verantwoord achtte, bouwden de Schokkers elders een nieuw bestaan op. Ze kregen daarvoor uit de schatkist de waarde van hun achtergelaten bezittingen vergoed.
Een jaar of vijf geleden ontmoetten enkele van hun afstammelingen elkaar op Urk bij de presentatie van een boek over de geschiedenis van de Zuiderzee en daarbij ontstonden relaties die in mum van tijd tot de oprichting van de vereniging zouden leiden. Diender en Toeter (beiden gepensioneerd) hebben er hun handen vol aan. De afgelopen jaren zijn opgegaan aan het kweken van contacten met de rits overheidsinstanties die met Schokland te maken hebben. "Nu wordt het tijd te gaan oogsten," zegt Diender.
Toeter houdt halt bij een stuk gras naast de lichtwachterswoning. "Dit is het kerkhof. Het eerste wat wij nu willen," - hij ontvouwt een technische tekening - "is zo'n hek. Gewoon, om duidelijk te maken wat dit is. Die mensen liggen hier nog."
Diender vult aan: "De laatste jaren voor de ontruiming was er ook geen hek meer. Het oude was vergaan, maar ondanks verzoeken aan de gemeente Kampen en de provincie Overijssel (waar het eiland toen onder viel - TvR) kwam het geld voor een nieuw - driehonderd gulden - er niet." Hij aarzelt even. "Officieel was er niets bekend, maar die bestuurders hebben toen al meer geweten natuurlijk." Het klinkt zowaar licht verwijtend.
De materiële verlangens van de vereniging zijn bescheiden en pogingen Schokland te betrekken in diverse plannen voor grootschalige recreatie zijn op fel protest van de Schokker-nazaten gestuit. Voorlopig wordt gestreefd naar het zichtbaar maken van de oude bebouwing van de Noordpunt, bij voorbeeld door de plaatsen van de muren te markeren met schelpen. Een stap verder zou de verwijdering zijn van de twintig tot dertig centimeter grond die in de loop der jaren over de resten van de bebouwing is gekropen. Aan herbouw wordt niet gedacht. Die is financieel onmogelijk en er zou voor de panden ook geen bestemming zijn.
Verder zou herstel van een stuk zeewering welkom zijn - met de loopplank. Die plank illustreert hoe hard het Schokker leven kon zijn. Schokland bestond uit drie bewoonde terpen: Zuidpunt, Middelbuurt (het dorp Ens, waarnaar het huidige Ens in de Noordoostpolder is genoemd) en Noordpunt (de grootste, waar de driehonderd plaatsen tellende haven was met het toenmalige Emmeloord). Het tussenliggende laagland liep vaak onder en de onderlinge verbinding bestond dan uit een loopplank langs de zeewering.

Historisch onderzoek
Een groot deel van het verenigingswerk behelst vergaderen en historisch onderzoek. Er wordt gepraat met onder andere de gemeenten Kampen, Urk en IJsselmuiden, de provincies Flevoland en Overijssel, geschiedkundige organisaties, Monumentenzorg, Staatsbosbeheer en destijds ook nog met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Toeter grinnikt: "Ik heb deze week alleen donderdag nog vrij."
Er wordt onderzoek gedaan in kerkelijke en burgerlijke archieven van de plaatsen waar Schokkers in de loop der tijd terechtgekomen zijn. Een op z'n 55ste afgekeurde Schokker-nazaat is hard op weg met een genealogie van alle 110 Schokker families tot in de zeventiende eeuw.
Op de vraag hoe je tot zulke activiteiten komt, geven de twee bestuurders antwoord in een soort samenspraak: "Onze leden zijn mensen in de herfst van hun leven. Dan kijk je niet meer naar de toekomst. Stilstaan bij de wortels van je bestaan doe je pas als je er tijd voor hebt." Daar schuilt ook een zwak punt in: er zitten heel weinig jongeren in de organisatie. Diender: "Wij hebben veel verloop doordat mensen overlijden." Het tij lijkt overigens wel te keren: "Onze nieuwe secretaris is 28," lacht Toeter.
Kennelijk blijft de Schokker afstamming intrigeren, hoewel Diender het bestaan van een echte Schokker cultuur ontkent: "Het was een besloten gemeenschap, dat wel, maar dat was Urk ook."

Integratie
De integratie van de evacués verliep volgens Toeter redelijk vlot, mede doordat de Schokkers konden kiezen waar ze heen wilden. Op een rondschrijven van het rijk aan Zuiderzeegemeenten met het verzoek de eilanders op te nemen, werd door een aantal plaatsen positief gereageerd. Alleen Enkhuizen liet weten geen plaats te hebben. Velen gingen naar Vollenhove, waar ze zeer welkom waren, omdat hun komst het plaatsje recht gaf op vergroting van de haven. Vele katholieke Schokkers kozen Volendam en veel protestanten Urk - met die geloofsgenoten hadden ze al contact. Kampen, waar Schokland bestuurlijk thuishoorde, aarzelde aanvankelijk en hier ontstond even buiten de stad een Schokker kolonie van vijfhonderd man, maar ook die zou volgens het tweetal - zelf in de IJsselstad wonend - 'geleidelijk doch degelijk' in de bevolking opgaan.
Diender vertelt hoe die vestiging in Kampen is gegaan. "Een Schokker onderwijzer, meester Legebeke, kreeg even buiten Kampen - de ommuurde stad wilde gaan uitbreiden - een huis met een enorme tuin. Op zijn uitnodiging kwamen er vijfhonderd Schokkers met planken en kozijnen die ze hadden meegenomen en bouwden in die tuin hun huisjes. Zo ontstond even buiten de stad een buurtschap van vijfhonderd man."
Diender: "Ik zou het interessant vinden als eens werd uitgezocht hoe dat ging: vijfhonderd man in een wildvreemde stad."
Een merkwaardig fenomeen is dat veel Schokker-nazaten trouwden met Schokker-nazaten. Diender: "Maar dat gebeurde niet bewust." Toeter grinnikt: "Diender en ik zijn zelf ook met Schokker-nazaten getrouwd. Mijn schoonzus wou dat beslist niet. Ze gaat dansen in Zwolle, leert daar een jongen kennen, het raakt aan en wat blijkt? Een Schokker-nazaat!"
Diender, inmiddels staande bij de door Staatsbosbeheer keurig geconserveerde ruïne van de kerk van de Zuidpunt: "Stel je dat voor, bij slecht weer, hoog water, harde wind, dat de mensen hiervandaan zo helemaal naar Ens liepen, daarginds." Hij wijst op het torentje van wat nu Museum Schokland is. Het waait, het is somber - en je kunt het je heel goed voorstellen.