Artikel uit Trouw van 31-1-1992:
Landschapswandelingen: Schokland
Zestig jaar na de lofrede in het tijdschrift De Wandelaar vraagt
een ommegang om Schokland een bijna even lyrische beschrijving over 'Gods eigen
eiland'.
Het is een wandeling over de breuklijnen van de tijd. Het voetpad vormt de
grens tussen twee werelden - aan de ene kant de verstilde resten van eeuwenoud
land, aan de andere kant een eindeloze polder waarvan de geschiedenis niet
veel meer vertelt dan noeste arbeid en vruchtbare bodem. En Schokland is nog
steeds een eiland, ook al ligt het al ruim een halve eeuw droog in de Noordoostpolder.
Een verhoging in het vlakke land, langgerekt en zo smal dat het ooit een 'dikke
sajetten draad in de zee' werd genoemd.
Wandelen op Schokland is dus een ontmoeting
met het verleden. Een boek over de historie is dan ook een betere metgezel
op de rondgang dan een routekaart;
het voetspoor wijst zich als vanzelf, verdwalen is nauwelijks mogelijk. En
er is veel over Schokland geschreven, recentelijk nog het aardige 'Schokland,
historie van een weerbarstig eiland' van de geschiedkundige Andre Geurts.
Zonder
de verhalen over de vroegere bewoners, over de zee die het eiland omspoelde of
over de tijd dat de bodem van Schokland hier en daar uit 'losse spongieuse
derry' bestond, is de acht kilometer lange voettocht een loze loop. De Noordbuurt
van het eiland (het vroegere Emmeloord) vraagt om informatie over de bewoning
- en die wordt daar ook, op een groot bord, gegeven. Bij het kerkje op de Middelbuurt
(nu museum) hoort het versje over de dominee van Urk die op weg naar Schokland
door de woelige baren zijn preek vergeten was. En bij de Zuidpunt, waar tot
1944 een vuurbaak stond, mag het verhaal niet ontbreken over de vuurstoker:
als de zee was dichtgevroren hoefde hij niet te stoken, maar kreeg hij ook
geen salaris.
Tot het jaar 1000 maakte Schokland deel uit van het eiland Groot
Urk, bewoning moet er al vele eeuwen voor onze jaartelling geweest zijn. Na de
scheiding
veranderde het voortdurend van vorm. Het was een speelbal van de Noordzee,
pogingen om het met dijken te beschermen bleken steeds onvoldoende. Het eiland
ging in de late middeleeuwen van hand tot hand: het was onder meer bezit van
een benedictinessenabdij en vermoedelijk van Floris de Vijfde, van een stelletje
roofridders uit het Friese Kuinre en de Hollandse edelman Dirk van Zwieten,
van de bisschop van Utrecht en kooplui uit Kampen en uiteindelijk in 1660 (voor
veertienduizend gulden) van Amsterdam.
Tijdens de wandeling vallen de drie terpen
op waaruit het eiland is opgebouwd. Ze werden vroeger opgehoogd met klei, riet,
wier en koemest en vormden de plaats
waar de bevolking samenschoolde. In 1795 woonden op Emmeloord, Middelbuurt
en op de Zuidpunt (Ens) bijna 650 mensen, voornamelijk in 'arme visschershutten'.
Het woningbestand werd regelmatig door grote branden geruneerd, armoede en
voortdurende overstromingen maakten het leven verre van aangenaam voor de vissers
en de Schokkers die hun brood in de vrachtvaart verdienden.
De haven van Emmeloord,
die vroeger plaats bood aan enkele honderden scheepjes, is een aantal jaren geleden
gereconstrueerd, compleet met aanlegsteigers, afmeerpalen
en ijsbrekers - een droge viskom die bij aanhoudende regen toch weer een laagje
water krijgt.
Op de zuidpunt stond vroeger het Ensser kerkje, godshuis van de
'gereformeerden'. Het kerkje van Emmeloord kreeg van de kerkelijke toezichthouders
uit Kampen
veel aandacht vanwege de 'papen' die daar de christelijke religie 'met misse
en andere afgodendienste' (zoals boetprocessies in rouwkleren) onteerden. Uit
het gehele Zuiderzeegebied kwamen roomsgezinden bij gunstig weer naar Emmeloord
om er ongestoord de mis te vieren.
Beide kerkjes zijn verdwenen. Alleen het kerkgebouw
op de Middelbuurt (uit 1717) is na de ontruiming van Schokland in 1859 bewaard
gebleven - als schuilplaats
bij hoog water, als opslagloods voor waterstaat en af en toe als kerk, bijvoorbeeld
voor een preek van acteur Henk van Ulsen. Het is nu museum en herbergt archeologische
vondsten van duizenden jaren oude culturen.
Eeuwenlang was Schokland een speelbal
van de zee. Honderden mensen hadden er een, zij het armoedig bestaan. Sinds 1942
is het niet meer dan een verhoging
in het vlakke landschap van de Noordoostpolder. Een wandeling over de randen
van Schokland, in de vorm van een acht, is ongeveer 8 kilometer lang met een
uitstapje naar de gesteentetuin in het Schokkerbos. Schokland is met het openbaar
vervoer slecht te bereiken, bussen vanuit Kampen en Lelystad stoppen in Ens
en Nagele (op 3 kilometer afstand). Er is een ruime parkeerplaats bij het museum,
dat ook beschikt over een restaurant (toegang alleen met een museumkaart).
Komende week is het museum gesloten, daarna dagelijks open (behalve op maandag).