Artikel uit De Telegraaf van 29-08-1998:
Herinneringen aan de vergane visserij
Dwalend door oude Zuiderzeestadjes
door Henk de Koning
WIERINGEN/URK - Wij Hollanders zijn altijd de vrachtvaarders van Europa geweest, maar ook de visserij is een kolfje naar ons hand. Voor de komst van de Afsluitdijk en voor grote delen van het huidige IJsselmeer door inpoldering in de Noord Oostpolder en Oostelijk Flevoland veranderden, kende ons land een bloeiende Zuiderzee-visserij.
Het stedeschoon van Enkhuizen.
Meer dan 1000 vissende botters bevoeren toen soms tegelijk de nog zilte Zuiderzee,
die via de zeegaten bij de Wadden in open verbinding stond met de Noordzee.
Mee-deinend met die grote broer kon het op de Zuiderzee vaak behoorlijk spoken.
Tal van oude vissersplaatsjes rond het IJsselmeer herinneren met hun kleinschalige
charme en in stand gehouden namen als 'Olde Vismarkt' en 'Vispoort' aan die
vergane glorie.
Een romantische tijd voor wie er nu naar kijkt, maar die voor de vissers van
toen vaak bijzonder hard kon zijn. Wie het monument voor de visserij op Urk
bezoekt ontwaart een rij gedenkplaten met de namen van vissers die bij storm
en schipbreuk op zee zijn gebleven. Daar zijn de namen bij van heel jonge Urkers.
"De vis wordt duur betaald", zei Kniertje al in het beroemde toneelstuk van
Herman Heijermans, dat veel vissersleed uit die dagen aan de kaak stelde.
De oude Hanzestad Kampen heeft via de IJssel historische banden met de Zuiderzee.
Al in 1849 ontstond een plan voor de droogmaking van de Zuiderzee. Maar eerst
met de bouw van de Afsluitdijk veranderde de Zuiderzee in IJsselmeer. Hierin
geen eb en vloed meer en in het aanvakelijk nog brakke water verdwijnen dan
als snel de haring, ansjovis en gaarnaal. Aal en later ook snoekbaars komen
er als schrale trootst voor in de plaats.
Polderjongens
Dan volgt het optreden van de polderjongens. De Noord Oostpolder (1942) en Oostelijk
Flevoland (1957) ontstaan. Voor veel vissers het eind van hun bestaan. Hun rest
de herinnering, een melancholiek Zuiderzeelied en de bottervloot in oude ansichtkaarten.
Lemmer op een zomerse dag.
Een flinke vangst aan toeristen. De altijd zo levendige visserij-stadjes leken
gedoemd een stille dood te sterven maar veel toeristen raakten onder de bekoring
van hun karakteristieke charme, zodat nieuwe kansen voor die plaatsen ontstonden.
Stadjes als Elburg, Vollenhove, Harderwijk, Spakenburg, Marken, Volendam, Enkhuizen
en Urk worden overtroomd met bezoekers die de kassa opnieuw doen rinkelen. Urk
koestert het toerisme, maar vist ook weer op zee, want voor Urk geldt met name
dat het bloed toch kruipt waar het niet gaan kan.
Museumstukken
De geest van de oude tijd, van bot- en spieringslepen, repen en het breien van
900 mazen aan één stuk, leeft voort in wat de vroegere visserij aan museumstukken
heeft nagelaten. Klederdrachten, stijlkamers, fotomateriaal uit de oude doos,
maar ook video- en diapresentaties van hoe het was, onderstrepen dit laatste
contact met onze, zeg maar gerust: dappere vissende voorvaderen. Het moet in
de vorige eeuw een prachtvolle aanblik zijn geweest: honderden botters met bollende
zeilen en het hoorbaar rammelen van de schoot op de golven van de schuimspattende
Zuiderzee naar vis te zien jagen. In 1966 is het afgelopen en verdwijnt de laatste
zeilende botter voorgoed uit de beroepsvisserij.
Twisten
In de jongere jaartelling van ons land vormden de nog niet drooggelegde binnenmeren
van Noord-Holland en het eveneens niet afgesloten IJ vrijwel één groot geheel
met de Zuiderzee. De vangsten waren goed en waar goud blinkt, blijven twisten
niet uit. Al in de 16e eeuw doen de vissers aan de Overijsselse en Gelderse
kant van de Zuiderzee dan ook een beroep op de overheid hen te beschermen tegen
de "ronduit hebberige vangstmethoden van de Hollandse vissers".
Marken werd vroeger regelmatig belaagd door het water van de Zuiderzee. Woningen
werden daarom op palen gebouwd.
Veel zeilende vissersschepen slijten hun laatste jaren uiteindelijk meewarig
als weekendhuisje of als woonschip op een binnenwater.
Aan het eind van de Afsluitdijk prijkt trots het beeld van de grootmeester van
onze moderne inpoldering: ir. Lely. Wat naast hem ontbreekt, is het beeld van
een treurende visserman.
De oude bottervloot rotte weg, maar in 1968 werpt de'Vereniging Botterbehoud'
zich op voor het behoud van traditionele vissersschepen. Tal van vroegere houten
types als pluten, aken en kwakken ondergaan dank zij die zorg op speciale werven
een complete vernieuwing; andere worden vakkundig opgekalefaterd. Zo blijft
een stuk cultuur voor het nageslacht bewaard. Oud vissers stelden voor het behoud
hun rijke ervaring ter beschikking. Op schrift, maar ook wel sprekend voor een
bandje. Bijvoorbeeld: "Hallo, hier Evert van Klaas van Jannetje. Luustert! Het
zeil wordt met drie à vier rabanden met kloten om de mast geslagen, wordt gehesen
aan een kromme gaffel en de haak van de schoothoek pikt in een oog op het eind
van de giek. Dat was't."
Wie het allemaal met eigen ogen wil zien, moet eens een kijkje nemen bijvoorbeeld
in de zeilmakerij (uit de dertiger jaren) in het museum van Urk.
Prachtig zijn ook de vissersverhalen, door Peter Dorleijn opgetekend in het
boekwerk: 'Van Gaand en Staand Want' (uitgeverij Van Wijnen-Franeker). Een visser
vertelt: "De barometer stond slecht, maar vader zei: daar kunnen we niet naar
kijken. Dus naar de Zuiderzee. En 's nachts waaien. 't Haar dat waaide uit je
kop. We gingen de haven uit, nog achterom kijken, maar geen mens kwam ons achterna.
't Liep allemaal goed af en ik geloof dat we voor een dikke honderd gulden bot
hadden. De vis was duur want d'r was d'r geenen die verder wat had."
Stijlkamers in musea tonen hoe het leven er vroeger aan toe ging.
Ook dwalend in het museum Schokland komen de gebeurtenissen van toen weer helder
op je af. Koning Willem III gelaste in 1859 de totale evacuatie van dit eiland
in de Zuiderzee. Door de daling van de bodem en verhoging van de vloedhoogte
verdwenen telkenmale grote delen in het opstandige water. Nu golft het akkerland
vredig rond Schokland dat in een museumdorp is veranderd.
Een anonieme schrijver verhaalt in een uitgave van het 'Urker Volksleven' in
plechtige, haast zegenende bewoordingen: "Beweren kroniekschrijvers niet dat
Urk oudtijds verenigd zou zijn geweest met het eiland Schokland? In dat verzonken
land heeft een grote kerk gestaan, waarvan de vissers in het laatst der 18e
eeuw, bij laag water, nog duidelijk de fundamenten hebben waargenomen. Zelfs
vond een visserman in het jaar 1772 in een zijner netten een zilveren kandelaar,
afkomstig uit bedoeld bedehuis, zo wreed verzwolgen door de golven."
De Afsluitdijk is - dan weet u dat - niet gesloten met behulp van caissons,
zoals later bij dijken in Zeeland en de afsluiting van de Lauwerszee, maar volgens
het beginsel van 'overmacht'. Dat wil zeggen: met man en macht zoveel keileem
in het laatste gat gooien tot je het wint van de schuring van de waterstroom.
Op de plek waar de Afsluitdijk sloot, prijkt een opvallend monument met het
motto: 'Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst.' Gaat u maar kijken.