Artikel uit Apeldoornse Courant van 25-07-2002:
Eiland in een verdwenen zee
De regio herbergt talloze monumenten en bijzondere gebouwen.
Wij bezochten zes belangwekkende locaties, die een culturele functie hebben.
Zes weken achtereen verhalen over deze plekken, hun geschiedenis, gebruikers
en culturele bestemming.
Vandaag deel 3: Schokland.
Door Marion Groenewoud.
Het voormalige Zuiderzee-eilandje Schokland werd in '95 het eerste en enige
archeologische Werelderfgoedmonument van Nederland. De wereld heeft dus gezamenlijk
de verantwoordelijkheid op zich genomen voor het behoud van dit waardevolle
stukje grond dat hiermee dezelfde status heeft als onder meer de Egyptische
piramide van Gizeh, het paleis van Versailles en de Chinese Muur.
Een sculptuur van Piet Brouwer bij het museum op Middelbuurt staat symbool voor
het definitieve vertrek van de Schokker bewoners. Koning Willem III liet in
1858 uit veiligheidsoverwegingen het eiland ontruimen. Stormen, cholera en hongersnood
maakten Schokland destijds tot de armste gemeente van Nederland. Op bevel verlieten
de laatste (635) mannen, vrouwen en kinderen in bootjes achter elkaar hun geboortegrond.
Het bescheiden bronzen beeld bestaat uit man, vrouw en kind met onderschrift:
Zie hier hoe een jong gezin staat
bij een schamel beetje huisraad,
dat gedwongen door gebrek
heeft besloten tot vertrek.
Zij, die blijvend zorgzaam meegaat,
hij, het anker op de nek.
De zee was de voornaamste bron van inkomsten maar het stijgende water werd tegelijkertijd
de grootste vijand van dit weerbarstige vissersvolk.
Voelbaar
Vandaag is er allerminst sprake van dreiging. Waar voorheen het Zuiderzeewater
spookte is het nu uitgestrekt vlak en rustgevend groen. Schokland werd in 1942
deel van het Nieuwe Land, de Noordoostpolder en is sindsdien omgeven door weilanden
en veel akkerland.
In de drooggevallen haven Emmeloord, het noordelijkste puntje van het ruim vier
kilometer lange eiland, liggen koeien gemoedelijk te herkauwen in de schaduw
van de houten zeewering. Alleen de overheersende metershoge brandnetels, die
boven de kade uitgroeien, hebben nog iets afschrikwekkends.
Op de smalle, niet al te solide loopplank is de verdwenen zee nog het meest
voelbaar. Een groepje mannen bekijkt het half gerestaureerde Lichtwachtershuisje
met timmermansogen. Dit was tot 1941 in gebruik door een havenmeester-lichtwachter
en zijn assistent. Een rood en groen geverfd houten havenlicht - de echte liggen
in het museum op Middelbuurt - markeren de pier. De aanlegsteigers zijn zoveel
mogelijk in oude staat hersteld. Op deze smalle terp - één van de drie oorspronkelijke
woonterpen van Schokland - moeten in de 19de eeuw nog 50 woningen hebben gestaan.
De huidige omtrek van het eiland is beplant met essen en sparren om de grenzen
van het eiland aan te geven. 'Dat vind ik nou zo jammer', wil een fietser uit
Emmeloord kwijt die samen met zijn vrouw en een thermosfles koffie uitrust op
een bankje. 'Door die bossen zie je het hoogteverschil nauwelijks meer. Juist
die langgerekte hoger gelegen vorm is zo speciaal.' Hij beaamt dat er plannen
zijn om delen van het omliggende gebied weer onder water te zetten. 'Maar dat
willen de boeren natuurlijk niet, logisch want dat heeft invloed op hun grond.'
Vanuit het noordelijk deel is het een klein stukje rijden richting het Schokkerbos
en de Gesteentetuin. Schelpenpaadjes leiden naar zwerfstenen uit de IJstijd,
stille getuigen van het landijs dat tijdens de Saale (voorlaatste) IJstijd een
groot deel van ons land bedekte. Schokland werd namelijk pas omstreeks 1450
een eiland.
Een kind graaft met een - bij het bezoekerscentrum verkrijgbaar - schepje in
een archeologische zandbak. Zijn grootouders kijken verwachtingsvol mee. 'Je
mag niet meer dan drie vondsten meenemen, dan hebben de andere kinderen ook
nog wat', waarschuwt het bordje achter hen. De jongen diept zijn tweede schat
uit de kuil.
Een smalle weg leidt naar de populaire Middelbuurt, vroeger Ens genoemd. Op
deze weg moesten de bewoners destijds als men wilde passeren, elkaar vasthouden
om niet in zee te vallen.
Lijken
Bij het museum is het een stuk drukker. Op het restaurantterras wordt een familiefeestje
gevierd. De serveerster die nauwelijks in evenwicht blijft op haar veel te hoge
hakken, kan het tempo nauwelijks bijbenen. De exploitant wijst naar de foto
boven de bar van Maxima en Willem-Alexander. 'Maxima vond het hier prachtig.
En Willem-Alexander wist alles over ons gebied te vertellen. Want als het over
water gaat?'
De droge commentaarstem op de video die boven op het zoldertje van het nagebouwde
Schokkerhuisje is te horen, constateert: 'Schokland, een vis op het droge.'
Die vis lijkt vandaag alles best te vinden, spartelen doet het al lang niet
meer. Maar wie het schokkerhuisje binnen wil, moet eerst over lijken. De resten
van een verdronken visser liggen bij de ingang. Hij werd eeuwen geleden gevonden
op het noordoostelijk deel van Schokland en lacht nu zijn witgele grote tanden
bloot van onder een glasplaat. Naast de Waterstaatskerk uit 1834 waar jaarlijks
klassieke concerten zijn te beluisteren, liggen overblijfselen van een zoetwaterreservoir.
Peil
Een 5000 jaar oude eik ligt voor dood op de grond. En een werkloze waterpeilmeter
staat doelloos in het gras. Op 14 januari 1916, een van de ergste stormrampen,
kwam het water 3.05 meter boven Amsterdams Peil. Vanaf het ronde bankje onder
de iep kun je met een beetje fantasie de kracht van het omringende water op
dit kleine stukje grond voorstellen. De graanvelden komen langzamerhand gevaarlijk
omhoog richting het eiland. Klotsende donkere golven tot vlak voor je voeten
veranderen echter snel in vriendelijk, zwaaiende halmen.
De voormalige haven Emmeloord, de Gesteentetuin, het museum op Middelbuurt.
Vergeten we iets?
'Je hebt slechts de helft van het eiland gezien', zegt Henk Kloosterman monter
tegen het eind van de middag. Hij werkt als collectiebeheerder op Schokland.
De geboren Ensenaar - alle huidige plaatsen in de polder zijn genoemd naar een
vroeger eiland of plaats - werkt hier ruim 16 jaar en noemt zichzelf daarom
'een levend fossiel' dat gemiddeld op zo'n 35.000 tot 40.000 bezoekers per jaar
mag rekenen.
Op advies van Henk nog even naar het meest zuidelijke puntje van het eiland
'De vuurplaat'. Daar liggen de resten van de vroegere vuurtoren die minstens
12 meter was. 'Het leidend licht op zee' uit de 14de eeuw deed dienst tot 1717.
Aanvankelijk werd de vuurbaak door steenkolen aangewakkerd. Later kwam er een
toren die vernoemd werd naar lichtwachter Jacob van Eerden, de 'schokker Jaap'.
Deze werd automatisch ontstoken tot hij op 10 mei 1940 voorgoed werd gedoofd.
De wiebelige uitkijktoren die er nu staat, biedt een mooi maar wankel uitzicht
op het achtergelegen Ketelmeer.
Kerk
Verderop ligt de legendarische ruïne van de kerk van Ens uit de 14de eeuw. De
Ensenaren bleven nog lang hun doden begraven op deze roerige plek. Een minuscuul
stenen spatmuurtje naast de ingang moest bescherming bieden tegen het water.
Maar tevergeefs, de kerk raakte in verval door voortdurende wateroverlast.
Tussen de bossen brandnetels staat ook hier een waterpeilmeter buiten werking.
Men kon destijds niets vermoeden van een oppompbare dijk die door middel van
één druk op de knop het water zou kunnen tegenhouden. De zogenaamde balgstuw
die, zoals een bord vlak buiten Schokland ruimhartig meldt, 'het landschap van
Overijssel beschermt tegen hoogwater'.
Dr. B. Meijlink schreef in 1858 over deze uithoek: 'De Zuidpunt, waarlijk geen
benijdenswaardige woonplaats waar het enige wat men ziet, lucht en water, het
enige wat men hoort, het geloei van de storm of het geklots der golven is.'
Loeien doet het al lang niet meer. Zelfs de koeien zijn verstomd nu de boeren
een groot deel van hun veestapel af moeten stoten. Voor de echte landschapsonderzoeker
is tenslotte een bezoek aan Oud-Kraggenburg, tien kilometer richting het vroegere
vasteland, onontbeerlijk. Bij deze terp konden vroeger zeker zeventig schepen
na een woelige zeetocht richting Zwolle of Kampen, in de eerste veilige haven
aanleggen. Op Oud-Kraggenburg staat een opmerkelijk lichtwachtershuis met een
vernieuwde mistbel en een vuurtorenlicht op het dak, dat na vijf minuten wandelen
tussen de weilanden helaas particulier eigendom blijkt te zijn en dus? 'verboden
toegang'. De pauw van de eigenaar bekijkt de bezoekers argwanend. Het dier krijst
en toont pestend zijn kleurrijke verentooi. Zonder twijfel is hij mooier dan
de roestige lichtopstand aan het eind van het zandpad.