Artikel uit Provinciale Zeeuwse Courant van 22-11-2002:
Onzichtbare steden: Fotosynthese
Door Rudy Kousbroek
Steden bewoond door slaapwandelaars, steden waar alles tijdelijk is, steden bevolkt door mensen die zich niets kunnen herinneren, steden waar iedereen lijkt op een oude bekende; steden waar iedereen altijd dorst heeft, of verdwaald is, of zucht van begeerte, steden als Zenobia, Fedora, Chloe, Valdrada, Ersilia, Leandra - zulke steden bestaan in Le cittą invisibili van Italo Calvino (1972). Maar er bestonden ook steden waar de mensen leefden in permanente angst, dag en nacht, zoals Middelbuurt, of Zuidert, of Oud Emmeloord. Wat ik las over deze dorpjes op het eiland Schokland, waar de mensen leefden in voortdurende vrees te worden weggespoeld, wedijvert met alle scenario`s in de literatuur.

Schokland 1920
Als het stormde was het steeds verder afkalvende langwerpige eiland als een
schip in nood. De Zuiderzee was tot in de 20ste eeuw nog een echte zee, met
eb en vloed en zware stormen die niet alleen mensen (dieren, kinderen) die buiten
waren kon meesleuren, maar ook de stallen, schuren en huizen waarin zij hun
toevlucht namen. De begane grond bevond zich op maar twee of drie voet boven
zeeniveau: bij een springvloed overstroomde het hele eiland, gebouwen werden
ondermijnd en verzakten, de oevers kwamen steeds dichter bij elkaar. De kerk
van Middelbuurt werd in 1825 onherstelbaar beschadigd door een stormvloed. De
kerk die er voor in de plaats kwam werd in 1834 gebouwd door Rijkswaterstaat;
maar de toestand werd onhoudbaar en 25 jaar later, in 1859, werd op last van
Koning Willem III het hele eiland ontruimd. Op dat tijdstip woonden er nog een
kleine 700 mensen, die bij hun vertrek hun huizen demonteerden en meenamen.
Wat overbleef werd prijsgegeven aan de elementen.
De bijgaande foto is van 1920, toen alleen de kerk op Middelbuurt nog beschermd
werd. Een kerk midden in de zee. De afsluitdijk is van 1932, de dichtstbijzijnde
kust was kilometers ver weg; het water ziet er vredig uit, maar als het stormde
sloegen de golven over de hele terp heen. De omringende palissade, herinnerend
aan een versterkte nederzetting op vijandelijk gebied, geeft een idee van het
geweld waar zij tegen bestand moest zijn; die aanblik is nog dramatischer wanneer
je het eiland nu midden in het drooggelegde land ziet liggen en die palissade
nog twee keer zo hoog is - een oudtestamentische vesting, voor wie daarmee opgegroeid
is onweerstaanbaar herinnerend aan Job 38 vers 8: 'Wie heeft de zee met deuren
toegesloten, toen zij uitbrak?... En zeide: Tot hier toe zult gij komen en niet
verder! en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven.'
Er is vermoedelijk geen plek op aarde die zo sterk het Oude Testament oproept
als die kerk op Middelbuurt; de totale verlatenheid, maar tegelijk een soort
bolwerk tegen de woede van de buitenwereld; de rillingen liepen mij over de
rug toen ik hoorde dat iemand daar eens van de kansel het hele boek Job had
voorgelezen. Kijkend naar die foto zie ik de sidderende gemeente daarnaar luisteren,
onder het bulderen van de wind en het donderen van de golven op de zeewering.
Helaas, de werkelijke toedracht was minder pur et dur - het was de acteur Henk
van Ulsen die niet het boek Job zelf, maar een daarop gebaseerd verhaal van
eigen maaksel heeft voorgedragen, 'Job op Schokland', verrijkt met gegevens
ontleend aan de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Een indrukwekkende
prestatie, die mij ontgaan is doordat ik in Frankrijk woonde.
Het boek Job is het wonderlijkste boek van de Bijbel; wat er in aan de orde
komt is de helft van een vraagstuk dat mij als kind al bezighield, namelijk
waarom goede mensen door rampen worden bezocht, terwijl je dagelijks ziet hoe
slechte mensen niet alleen onbestraft blijven maar zelfs rijkelijk worden beloond.
Zo wordt Job op de proef gesteld, iets waarvoor talloze onschuldige mensen en
dieren zonder genade worden opgeofferd. Om de onbegrijpelijkheid van Zijn bedoelingen
te verklaren komt God zelf aan het woord, maar alles wat Hij doet is een opsomming
geven van wat Hij allemaal kan, waaronder de zee bedwingen; fascinerend, maar
als verklaring schiet het tekort.
Geen plek ter wereld... schreef ik, maar dat moet ik herroepen: ik heb een keer
een dienst bijgewoond in de 17de-eeuwse kerk op het eiland Banda, de kerk die
nu verwoest is; de dominee, die nu vermoord is, preekte over stand houden in
de aanstormende branding. Een verbijsterend mooi zingende gemeente hief daarna
Psalm 44 aan, vers 12: 'Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit
ons onder de heidenen.'