Artikel uit een krant van 27-11-2002:
Schokker klederdrachten verschillen
Terugblikken op de Noordoostpolder en voordien
Door Aart Selles.
Hoe ze heetten weten we niet. Het waren hoge Hollandse heren die in 1792 Schokland
bezochten. Ze gaven hun ogen goed de kost en, nog belangrijker, ze schreven
op wat ze zagen. Een verslag van hun inspectiereis legden ze vast in hun 'Journaal
van een tour met een groot jacht van de OIC in 1792'.
Op zijn beurt haalde T. de Vries het aan in de Kamper Almanak van 1983-1984
(De OIC was de Oost Indische Compagnie).
De hoge Hollandse heren schreven, in wat krom toenmalige Nederlands, over Emmeloord
onder meer: ...'de vrouwen geneeren zig met hunnen beesten te melken en in
de huishouding op te passen, zijnde dezelve, zeer gevorderd in de konst van
borduren op wolle en linnen, hunne dragt is zeer onderscheiden van alle andere
eijlanden van de Zuider Zee, een blauwe kap, die zij op haar hoofd draagen deed
een aardig effect...'.
De heren bezochten ook Ens, maar schreven niets over de Enser klederdracht.
In de tijd voor 1792 waren er vrij grote tegenstellingen tusssen Emmeloord in
het noorden van Schokland en Ens, de zuidelijke helft. Het noorden was samen
met Urk een 'heerlijkheid', bestuurd door een 'heer' en ressorterend onder het
gewest Holland. Het zuiden viel onder Overijssel. Het noorden was rooms-katholiek
na vergeefse pogingen er de reformatie ingang te doen vinden. Het zuiden was
wel protestants geworden en gebleven. Deze godsdienstige en politieke verschillen
vonden hun weerslag in het maatschappelijk leven.
Emmeloord en Ens hadden een verschillend dialect. Ook de klederdrachten verschilden.
Emmeloord was conservatiever en hield de oude dracht langer vast. De sloot die
midden op het eiland van oost naar west het eiland doorsneed was echt een scheidingslijn.
Dat de volksdrachten van beide woonterpen verschilden, blijkt uit diverse prenten
van Schokker, klederdrachten die bewaard zijn gebleven.

De oudst bekende klederdracht van 1787.
(Uit Kamper Almanak 1962-1963)
Kap
De oudst bekende prent van zo'n dracht dateert van 1787, dus de tijd waarin
de Hollandse heren Schokland bezochten en schreven over de kleding van Emmeloord.
De plaat toont een man, een vrouw met een melkjuk met twee emmers over haar
schouders en twee pratende vrouwen. Rechts op de achtergrond staan vier Schokker
huisjes, links zijn scheepsmasten te zien. De vrouwen dragen de in het journaal
beschreven muts van geblauwd gesteven linnen met platte gestreepte bodem en
een rode ondermuts. Verder een kleurige damasten borstrok met korte mouwen,
afgezet met geel band en van voren ovaalvormig openstaand met daarin een rode
borstlap. Over de borstrok dragen ze een rompje zonder mouwen, ook van voren
open en onderaan dichtgeregen met een veter.
De man heeft een halfhoge hoed met een vrij brede rand op, draagt een openstaand
mouwvest, een halsdoek en een broek waarvan de pijpen even onder de knie met
bandjes zijn gesloten.
Ongeveer uit dezelfde tijd, misschien iets eerder, dateert een prent van
'Een Visscher en deszelfs, dochter van het eiland Schokland gelegen in de Zuiderzee'.
De vrouw, een mand met vis in de arm, draagt gelijke kleding als op de prent
uit 1787. De man draagt echter een hoed met een zeer brede rand. Blijkens de
kap van de vrouw is dit ook de dracht van Emmeloord.
Op een prent uit 1840 draagt de vrouw identieke kleding. De man echter draagt
een karpoetmuts, een lang mouwvest tot op de heupen en een ballonbroek tot even
een beneden de knieën.
Hul
Dan komen we aan de prenten van Valentijn Bing en Braet van Ueberfeldt in het
boekwerk 'Nederlandsche Kleederdragten'. Het is in 1857 uitgegeven en
beleefde in 1978 een herdruk. Het bevat belangrijke en interessante informatie.
De plaat 'gezigt van de Middelbuurt naar de Zuidpunt' toont een Schokker
man, vrouw en meisje. Overigens is De Zuidert in 1855 al ontruimd. De prent
grijpt echter terug op een tekening uit 1825. Zoals het onderschrift aangeeft,
bevinden de afgebeelde personen zich in Ens. Hun kleding verschilt belangrijk
van de Emmeloorder dracht. De vrouwen dagen een hul met ondermuts en een oorijzer
van zilver of blik. Deze dracht is ontleend aan de in het midden van de 19e
eeuw in bijvoorbeeld Overijssel in zwang rakende cornetmuts, die zich ontwikkelde
tot knipmuts of neepjesmuts. De Schokker hul miste echter de kanten, geplooide
val die over de schouders viel. De Schokker vrouwen gingen verder een kroplap
zonder mouwen dragen in plaats van een jak. Professor G.A. Mees, die het eiland
in 1847 bezocht, beschreef deze dracht reeds.
De vrouwen van Emmeloord volgden hun Enser zusters weldra in het dragen van
de nieuwe mode. Mees signaleerde het onderscheid in de kleding van de meeste
(jongere) vrouwen en de weinige oudere vrouwen die de oude dracht nog trouw
waren gebleven.
'Vermoord'
Toen Schokland in 1859 werd ontruimd, droegen de meeste vrouwen de nieuwe kleding
al. Ze bleven deze ook in hun nieuwe woonplaatsen lang trouw. Evenals de Schokker
mannen dat deden. In Kampen, waar veel Schokkers naar toe waren gegaan, droegen
de vrouwen nog in de jaren dertig hun witte kanten muts met oorijzer en hun
effen borstrok waarover een kroplap van gebloemde stof. De mannen droegen een
wijde broek, een kort buis, een los omgeknoopte halsdoek en een karpoenmuts.
Uitbundig was de kleur van de kindermutsjes en doopjurkjes. De Schokkervereniging
en het Stedelijk Museum te Kampen bezitten collecties Schokker kleding.
Ook bleven de verdreven Schokkers nog lang hun eigen dialect gebruiken. Met
de verschillen daarin. Een Emmeloorder noemde zijn vader en moeder tate en didde.
Een Ensenaar sprak van taote en memme.
Tegen het einde van de 19e eeuw begonnen de mannen hun kleding aan te passen
en waren niet langer als Schokker te herkennen. En de Kamper jeugd zong hen
niet meer na: 'Schokker, Schokker, ga aan boord. Je hebt je va en moe vermoord'.