Artikel uit Apeldoornse Courant van 07-12-2002,
en uit de Zwolse Courant van 07-12-2002:

'We hebben nooit iets gemerkt van verschil in mentaliteit'


Marie Klappe bleef geboortestad Kampen trouw, zus Coby woont al 34 jaar in Zwolle

Tijdsbeeld jaren '40: r.k. school Kampen. Kinderen tonen werkstukjes, de beide juffen/nonnen willen niet in beeld.
(Foto Collectie Frans Walkate Archief SNS-bank Kampen)

Door Wout Sleijster

ZWOLLE/KAMPEN - Het zal een mix van Kampers en Zwols wezen, maar als 't moet kunnen de beide zussen ook 'algemeen beschaafd Nederlands' spreken. De jongste van de twee, Coby (61), woont al 34 jaar in Zwolle. Haar oudste zus Marie (64) woont in IJsselmuiden, dat nu deel uitmaakt van de gemeente Kampen.
Van een tegenstelling tussen Zwolle en Kampen, laat staan tussen de twee zussen, is geen sprake. Integendeel, ze gaan 'super' met elkaar om en van de vooral vroeger bestaande tegenstelling tussen de beide steden hebben Coby en Marie nooit iets begrepen.
Beide vrouwen komen uit de Kamper familie Klappe en zijn geboren in Kampen. Hoewel, Kamper familie? Coby van Dijk-Klappe beklemtoont dat de familienaam 'een echte Schokkersnaam' is. 'De voorouders kwamen uit de visserij. Maar mijn vader, geboren in 1912, was een echte Kamper'. Hun vader en moeder, de laatste leeft nog en is op haar 85-ste nog kras, werden gezegend met een groot gezin. Marie is de oudste en daarna volgden nog vijf meiden (Bep, de genoemde Coby, Truus, Nel en de helaas al op 5-jarige leeftijd verdronken Annie) en twee jongens (Bruno en Henk).
Het gezin Klappe was een warm nest, beklemtonen Marie en Coby. De harmonie is nog altijd groot. Zo gaan de zussen jaarlijks veertien dagen met elkaar naar Spanje. Terugblikkend op hun jeugd in het Kampen van toen, zegt Marie: 'Komend uit een katholiek nest ging ik naar de katholieke school aan de Oudestraat, naast de katholieke kerk. Er stond een klooster bij. De meeste juffen waren kloosterzusters. Die waren, zo is me altijd bijgebleven, heel lief. Laatst hebben we nog een reünie gehad, prachtig.'
Na de lagere school volgde voor Marie een te korte periode op de Kamper huishoudschool. Te kort, omdat ze toen (1947/1948) tuberculose opliep. 'Het was een epidemie waar destijds ook een meisje van onze school aan is overleden. Ik moest een paar jaar thuisblijven, kreeg extra voeding en zo.'
Voor de drie jaar jongere Coby was de verhuizing van het gezin naar Ramspol in die tijd beeldbepalend. 'Onze vader ging aan de slag bij de Zuiderzeewerken. Je zag de Noordoostpolder als het ware uit het water oprijzen. Er was bij Ramspol nog geen brug. Ik herinner me het wonen bij Ramspol als fantastisch, in een zee van ruimte waar alles groeide en bloeide. Op een gegeven moment gingen we in de zomermaanden met de fiets naar het schooltje in Ens, in de wintermaanden op de schaatsen', vertelt Coby. En met een scheut weemoed: 'Je had toen nog échte winters'.
Maar Kampen bleef uiteraard volledig in beeld. Daar werd bijvoorbeeld steevast gewinkeld. Coby: 'Kampen had uitstraling. Die oude lange IJsselbrug had wat'. De Klappe-meisjes gingen er naar verenigingen, zoals de operettevereniging en de wandelvereniging. En toen de meisjes meiden werden, gingen ze daar uit. Marie denkt met plezier terug aan de dansschool ('Van de Berg') en de dansavonden in het Parochiehuis, maar ook die in De Buitenwacht. Al rap had ze verkering, met Rein Langeman, toen voetballend bij VV Kampen. En passend in die tijd ging Marie aan het werk, in tassenatelier Aresa ('Er moest immers geld verdiend worden, want het was geen vetpot').
Hield Marie het met Rein, waarmee ze in 1961 trouwde, Coby kreeg verkering met Herman van Dijk, ook al 'een echte Kamper'. Coby en Herman trouwden in 1968 en togen naar Zwolle. Voor Coby en Herman was de sprong naar Zwolle voor de hand liggend. Coby: 'Mijn man werkte daar als vertegenwoordiger en ik werkte en werk bij Vroom en Dreesmann. Zo konden we beiden op onze fiets naar het werk. Een auto zat er nog niet in.'
Het jonge stel Van Dijk-Klappe vestigde zich in een nieuwe flat (Beethovenlaan) in een nieuwe stadswijk (Holtenbroek). 'Een keurig nette wijk in die tijd', voegt Coby eraan toe. 'Drie jaar later hebben we een huis in de Leliestraat gekocht en daar wonen we nog steeds, met genoegen.'
De zeven jaar eerder getrouwde oudste zus, Marie, vestigde zich in IJsselmuiden, aan de Erfgenamenstraat. Voor haar is Zwolle de stad waar haar zus Coby woont én de stad waar ze zo nu en dan winkelt. 'Soms ook in Emmeloord, maar het meest winkel ik in Kampen.' Voor het overige is Zwolle een stad waar ze vanuit Kampen op is aangewezen als het bijvoorbeeld gaat om de gezondheidszorg. 'Toen mijn man het in 1987 aan de nieren kreeg, moesten we erg vaak naar ziekenhuis De Weezenlanden.' Hij is twee jaar geleden overleden.
De link met De Weezenlanden is stevig. 'Mijn beide dochters hebben er gewerkt.' Waarbij komt dat een van de dochters 'met een Zwolse' getrouwd is. Kortom, volop schakels tussen het Zwolse en het Kamperse.
De aftakeling van het Kamper ziekenhuis, waarbij veel van de zorg richting Zwolle ging, ervaart Marie wel als pijnlijk: 'Dat mis je wel'. Zoals zij ook het huidige Kampen met hoofdwinkelstraat Oudestraat ervaart als 'niet meer zoals het geweest is'.
Coby heeft vestiging en leven in Zwolle nooit als een lastige opgave beschouwd. 'Van een verschil in mentaliteit heb ik niets gemerkt. Nee, de Zwollenaar is niet stugger dan de Kampenaar. Wel denk ik dat de oudere Kampenaar snel neigt naar een houding van 'er gaat niets boven mijn eigen stadje'. Maar sommige Zwollenaren hebben dat ook wel. Zwolle heeft wat meer te bieden als ik denk aan winkels, scholen en ziekenhuizen. En de nieuwe stadswijken zijn kolossaal. Maar wij komen nog wekelijks in Kampen/IJsselmuiden. Er zijn momenten dat we er wel eens aan denken om te zijner tijd terug te keren naar Kampen. Maar of ik 't doe?'