Artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 12-02-2003:
Het verhaal van koning Arthurs jeugd
Hans van Holten
Sommige boeken met magische trekjes blijken ernstiger gifgroen dan andere
Titel: ”Arthur - in het tussenland”
Auteur: Kevin Crossley-Holland;
vert. Tjalling Bos
Uitgeverij: Lemniscaat, Rotterdam, 2002
ISBN 90 5637 440 0
Pagina’s: 384
Prijs: € 14,95;
Titel: ”Shiva’s vuur”
Auteur: Suzanne Fisher Stapels;
vert. Anneke Koning-Corveleijn
Uitgeverij: Lemniscaat, Rotterdam, 2002
ISBN 90 5637 318 8
Pagina’s: 240
Prijs: € 14,95;
Titel: ”Toen de duivel op Zuidpunt kwam”
Auteur: Bies van Ede
Uitgeverij: Van Goor, Amsterdam, 2002
ISBN 90 00 03467 1
Pagina’s: 204
Prijs: € 6,95.
Alledrie vanaf 12 jaar.
Sinds tien jaar geleden van de hand van drs. R. H. Matzken en Anne Nijburg
het boek ”Rijp en gifgroen” is verschenen, waarin 2400 kinder- en jeugdboeken
op onder meer hun mate van occult zijn kritisch werden getoetst, is er aan de
„occulteboekengolf”, zoals zij dat formuleerden, nog lang geen einde gekomen.
Ik hoef maar de naam van Harry Potter te noemen met alle gekte daaromheen en
u zult dat onderschrijven. Uiteraard is het ene boek met magische trekjes minder
gifgroen dan het andere, en als je ouder wordt, ontkom je er niet aan met dit
soort zaken geconfronteerd te worden, „ook als voorbereiding op het grote leven.”
Zo vinden we heel wat van die trekjes in de drie boeken voor 12-plussers die
ik hieronder zal bespreken. De figuur van de tovenaar Merlijn bijvoorbeeld in
de legenden rondom Koning Arthur is goed voor een flinke dosis Engelse middeleeuwse
magie, en als je daar, zoals Kevin Crossley-Holland dat doet, een eigen verhaal
in drie kloeke delen van maakt, dan staat dat er automatisch bol van.
Het eerste deel, ”Arthur - de zienersteen”, is hier reeds besproken. Onlangs
kwam in Nederlandse vertaling ook het tweede deel uit: ”Arthur - in het tussenland”
(het derde deel moet nog verschijnen), en Merlijn komt daar op de voor- of achtergrond
in ruime mate voor. Vaak alleen door middel van de magische zienersteen, die
hij hoofdpersoon Arthur de Caldicot heeft geschonken. In die steen ziet Arthur
fragmenten uit het leven van zijn beroemde naamgenoot Koning Arthur, maar dat
is niet alles, beseft hij: „Wat er in mijn leven gebeurt en wat er in de steen
gebeurt, is vaak met elkaar verbonden als geluiden en hun echo, of als mijn
linker- en mijn rechteroog die elkaar overlappen, maar elk dingen zien die de
ander niet ziet. Wat ik in de steen zie, lijkt soms op een belofte, en soms
op een waarschuwing... Ik ben Arthur-in-de-steen niet, maar ik weet dat ik toch
een deel van mijn eigen verhaal zie.”
Arthur-buiten-de-steen wordt schildknaap bij Lord Stephen, en zal met hem gaan
deelnemen aan de vierde kruistocht. Behalve de legendes rondom Koning Arthur
spelen ook nog andere motieven mee, zoals de verhouding tot zijn echte vader
en zijn halfbroer, en zijn voorzichtig gezoek naar zijn moeder. Dat alles is
neergelegd, zoals ook in het eerste deel gebeurde, in een serie doorgaans zeer
korte hoofdstukjes, 101 in getal. Heel knap gedaan, dat wel, en het verruimt
je inzicht in het leven van de Britten tijdens de Middeleeuwen, maar de vaart
zit er deze keer minder in dan in ”De zienersteen”. Bovendien, al die (soms
heel moeilijke) namen van zeer vele personen die optreden -het zijn er welgeteld
139- bevorderen de vlotte leesbaarheid ook niet. Gelukkig kun je ze opzoeken
in een lange gerubriceerde lijst, maar dan moet je het lezen wel telkens onderbreken.
Bijzonder meisje
In ”Shiva’s vuur” van Suzanne Fisher Staples is sprake van een heel ander soort
magie. Zoals de titel al suggereert (Shiva is de hindoegod van vernietiging
en schepping) speelt het verhaal zich in India af. Hoofdpersoon is een eenvoudig
dorpsmeisje, Parvati, dat op exact hetzelfde moment geboren wordt als de ”yuvaraja”,
de zoon van de radja. Ook op datzelfde moment verwoest een cycloon grote delen
van het land, komt Parvati’s vader om het leven, en vele kinderen worden kort
daarna ziek en sterven.
De dorpelingen geven Parvati de schuld van al deze rampen en ze wordt met wantrouwen
bejegend. Ook al omdat ze zich ontpopt tot een zeer bijzonder meisje. Vissen
en wilde dieren zoals een tijger en een cobra gehoorzamen haar, en ze demonstreert
een zeer groot danstalent door net als Shiva in de vlammen van een vuur te dansen
zonder brandwonden op te lopen. Maar wat het allermerkwaardigste is, Parvati
maakt als baby alles bewust mee, verstaat ook alles wat er gezegd wordt en slaat
dat op in haar geheugen.
„Misschien herinner jij je niet dat je nadacht toen je een baby was”, zegt ze
boos tegen vriendin Kamala. „Maar ík herinner me alles.” En Kamala antwoordt:
„Dat is onzin. Baby’s herinneren zich niets, omdat ze niet kunnen denken.”
Dat denk je als nuchtere, niet magisch georiënteerde lezer ook. Goed, Parvati
wordt ontdekt door een klassiekedansgoeroe, die haar meeneemt naar zijn ”gurukulam”
om haar een intense dansopleiding te geven.
Als zij jaren later voor de radja op mag treden, ontmoet ze de yuvaraja Rama.
Ze worden verliefd op elkaar en Rama bekent haar dat hij ook „bijzonder” is.
„Ik heb altijd kunnen lopen. Dat hoorde bij mijn gaven. Toen ik nog heel klein
was, klom ik, als iedereen sliep, uit mijn wieg en liep door het paleis.” Ook
hij beschouwt zichzelf als veroorzaker van de cycloon en de dodelijke ziekte
van al die kindertjes daarna. U ziet: magie te over.
En dan gaat Parvati dansen. „Ze riep de energie op uit het kosmische vuur in
haar diepste binnenste en uit de menigte zielen om haar heen. De lucht floot,
en de wind van duizend moessons bevochtigde haar gezicht. Iedere beweging van
haar handen en ogen vormde een volmaakt verstild moment. „Dit is het”, zei een
stem zacht in haar oor en ze wist dat het de stem van Shiva was. „Jij bent de
magie van alle mogelijkheden.”
Heksen
Ook Jeroen, de centrale figuur in ”Toen de duivel op Zuidpunt kwam” van Bies
van Ede (een herdruk, oorspronkelijk verschenen in 1991) hoort een geheimzinnige
stem in zijn hoofd: „Ze hebben ons eiland afgenomen.” Dat eiland blijkt Schokland
te zijn, waar zijn overgrootouders gewoond hebben tot het in 1859 op last van
de regering ontruimd werd. Hij krijgt meer merkwaardige signalen van het eiland:
geheimzinnige figuren die hem op zijn zolderkamertje in Nijverdal bezoeken;
visioenen uit het verleden die hij ervaart als hij met z’n vader het eiland
bezoekt. „Maar dat was onmogelijk. Hij kon niet dromen over iets wat hij nog
nooit gezien had.”
Dan krijgt hij, met zijn vader, een auto-ongeluk. Hij wordt in coma in het ziekenhuis
opgenomen, en tegelijkertijd voelt en ziet hij dat hij op het oude Schokland
terechtkomt. Daar herkent hij mensen en dingen die hij gedroomd heeft en komt
hij erachter wie „de man van de stem” is. Een heks blijkt hem ontvoerd te hebben
naar het verleden; zo wordt Jeroen het ongewilde middelpunt van een strijd tussen
kwade en goede krachten, met als hoogte- of dieptepunt een ware heksensabbat
met de duivel in eigen persoon.
Het door Van Ede bedachte boek sluit hiermee aan bij de griezelverhalen die
vroeger over Schokland de ronde deden. En dat is het boek zelf ook: wél spannend,
maar ook magisch op het zwarte en griezelige af. En er wordt nogal eens in gevloekt.
Ten slotte: welk van deze drie boeken kun je beschouwen als „voorbereiding op
het grote leven”, zoals de schrijvers van ”Rijp en gifgroen” dat noemden? Voor
”Arthur - in het tussenland” geldt dat zeer zeker, voor ”Shiva’s vuur” min of
meer. Maar ”Toen de duivel op Zuidpunt kwam”, het meest occulte van de drie,
heeft daar niets mee te maken. Ik zou er mijn kinderen niet mee verontrusten.