Artikel uit een krant van 31-01-2003:

Meer water om Schokland beter te beschermen


Sinds de drooglegging van Noordoostpolder in 1942 is de bodem van Schokland één tot twee meter gezakt.
Minister Cees Veerman gaf gisteren het startsein voor het vernattingsproject, dat verdere inklinking van de klei- en veenlagen moet tegengaan.

Van een onzer verslaggevers.

SCHOKLAND - Minister Cees Veerman kon gisteren met eigen ogen zien welke schatten de bodem van en rond Schokland in zich heeft. De demissionaire bewinsdman groef een stukje sloot en legde stinkend veen vol scherven bloot. Het officiële startsein voor de vernatting aan de oostkant van Schokland.
Die vernatting van een strook van 135 hectare, twee- tot driehonderd meter breed, moet bijdragen aan een stukje natuurontwikkeling, aan de bescherming van de archeologische en cultuur-historische waarden en het verzakken van het eiland tegengaan. Of het bijzondere project een succes zal zijn, is afwachten. Sceptici zijn er ook. Die zeggen dat er meer water rond het voormalige eiland moet komen om het inklinken echt te kunnen stoppen. En een ander sceptisch front vreest dat de natuurstrook een eldorado voor muggen zal zijn.
Gisteren hief iedereen het glas op het succes van het vernattingsproject, dat tot stand is gekomen door de bijzondere samenwerking van een groot aantal partijen, die wel eens tegengestelde belangen hebben: gemeente en provincie, ministerie van Landbouw en Natuurbeheer, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, het Flevolandschap, als beheerder en eigenaar, Waterschap Zuiderzeeland en landbouworganisatie NLTO. De actie van minister Veerman, die 'geen zware preek' hield vanaf de preekstoel van het museumkerkje, vormde de start voor de inrichting van het zuidelijk deel van de zogenoemde hydrologische zone. Voor het project is anderhalf miljoen euro uitgetrokken. De helft is afkomstig van het ministerie.
Gedeputeerde Laura Bouwmeester uitte gisteren haar zorgen over de afronding van het project, waarvoor de financiering nog niet rond is. Dat heeft er vooral mee te maken dat de plannen naarmate ze vorderden, grotere vormen aannamen. Zo is er nog geen geld voor de aankoop van een kavel van elf hectare aan de Palenweg. Die zou het ministerie moeten financieren. Probleem is de afgekondigde aankoopstop. Ook de inrichting rond de noordpunt, met meer natuur en oog voor de cultuurhistorie, is nog niet rond. Wel zeker is de restauratie van de oude haven van Emmeloord, waarvoor het Flevolandschap subsidie heeft toegezegd gekregen. De restauratie kan waarschijnlijk in het najaar van start gaan.
Minister Veerman, in een ver verleden bezocht hij met zijn opa uit Creil Schokland al eens, kon gisteren geen harde toezeggingen doen over de ontbrekende financiën. Meer dan beloven zijn best te doen, kon hij niet. De minister stoort zich trouwens 'aan de vele potjes met vele schotjes' op zijn ministerie. Het is veel beter dat er één groot budget komt voor het gebiedsgericht beleid in het landelijk gebied. Dat werkt efficiënter.
Het deed de minister deugd dat op Schokland - "een historische parel te midden van een modern verkavelde polder" - zoveel tegenstellingen zijn overbrugd. Zoals die tussen landbouw- en natuurbelangen. "Deze wijze van werken moeten we verder uitbouwen."
De natte strook langs Schokland bestaat uit twee zones. De binnenste schil moet uitgroeien tot een drassig natuurgebied. De buitenste schil, die de moerasstrook scheidt van het landbouwgebied, wordt vochtig en bloemrijk grasland. Tegelijkertijd werkt het Flevolandschap aan het zichtbaar maken van een aantal oude dijkjes en terpjes, die zo kenmerkend waren voor het vroegere Schokland.

Rijke oogst bij graafwerk Schokland
Bij het graafwerk aan de oostkant van Schokland zijn de afgelopen weken al heel veel sporen uit het verleden aangetroffen. Een bijzonderheid was een nog bijna gaaf baardmannetje, een kruik waarschijnlijk uit de veertiende eeuw. Alleen de hals was afgebroken. Typerend was de afbeelding op de kruik: een gezicht met een lange baard.
De vondsten zijn afkomstig van wat de Schokkers in het verleden in de Zuiderzee gooiden, van wat schepen achterlieten, maar ook van een verder verleden van bewoonde terpen op het eiland. Waarschijnlijk zijn er ook terpen geweest waarvan het bestaan tot voor kort niet bekend was. Ook zijn er sporen die wijzen op bewoning uit een verder verleden, op de rivierduinen van de vroegere Overijsselsche Vecht. Ze moeten zo'n zesduizend jaar oud zijn. De provinciaal archeoloog brengt alle vondsten nauwkeurig in kaart. De 'oogst' van het graafwerk bestaat vooral uit scherven van aardewerk (van de twaalfde tot en met de zeventiende eeuw) en dierlijke botten, uit restanten van vroegere zeeweringen en een anker. Ook zijn oude resten verbrand bot en vuursteen uit de Steentijd aangetroffen.