Artikel uit De Stentor van 07-11-2003:

Prins geeft


Van een onzer verslaggevers.

SCHOKLAND - Prins Willem Alexander geeft morgen op kavel P14 de laatste zet voor het vernattingsproject rond het voormalige eiland Schokland. Mooier had het niet gekund, meent Gerben Ekelmans, gebiedscoördinator Schokland.
'Iedereen kent de prins vanwege zijn watermanagement. Maar hij is ook historicus. Een mooiere tweeslag is niet denkbaar. En het past precies bij dit project. Modern waterbeheer in een historisch landschap, moderne techniek inzetten voor het behoud van een historisch landschap.' Willem Alexander krijgt een ontvangst in het kerkje van Schokland. Met een koets met paarden trekt hij door de vernatte strook om bij de pompput het wateraanvoerstelsel officieel in werking te stellen.
Dat de prins afrondt waar minister Cees Veerman in januari het startsein voor gaf, is misschien iets te veel gezegd. Want de klus is nog niet helemaal geklaard. Het vernattingsproject moet nog de noordpunt van Schokland rond. Dat deel heeft vertraging opgelopen in de grondverwerving. Maar financieel en procedureel is dat nu ook afgerond. En aan de westkant van het eiland heeft het project nog een kavel nodig. Het Flevolandschap moet nog een plan maken voor die 25 hectare. In elk geval maakt de landbouwgrond plaats voor natuur. Vanaf 1 januari is de koopstop eraf. Ekelmans: 'Dit is het grootse, duurste en belangrijkste project voor Schokland geweest. Het onderstreept de waarde van Schokland als Werelderfgoed.' Het vernattingsproject vergde een investering van tien miljoen euro.
De daadwerkelijke uitvoering was wellicht nog het eenvoudigst. Die kostte maar een jaar. Veel moeilijker was het alle partijen, boeren en Flevolandschap bijvoorbeeld, op één lijn te krijgen. Daaraan is vanaf 1996 gewerkt.
Ekelmans: 'Dat was soms best lastig. Want de oplossing voor de één betekende soms een probleem voor de ander.' Ekelmans: 'Dat Schokland Werelderfgoed is, moet je zien als een onderscheiding, als een eretitel. En dat schept ook verplichtingen, tot een beheer dat een werelderfgoed waardig is. En dan moet je niet alleen denken aan behoud, ook aan ontwikkeling. Er gaat echt geen kaasstolp overheen. We willen dat mensen het gebied gebruiken.'