Artikel uit de Volkskrant van 03-05-2003:
Terugkeer van de Schokkers
.jpg)
Dr. Arie de Froe (met hoed) kijkt toe bij het opgraven van de botten van Schokland, zomer 1940.
Door Marc van den Broek.
Na meer dan zestig jaar keren de skeletten van Schokland terug naar hun oorspronkelijke rustplaats. Daarmee komt een einde aan een mislukt wetenschappelijk project. Eén ding is zeker: de Schokkers waren geen Neandertalers.
Gelukkig was anatoom dr. Cisca Griffioen met het telefoontje van de Schokkervereniging,
vorig jaar. De nieuwe voorzitter Jan Diender vertelde de onderzoekster van de
Universiteit van Amsterdam dat hij graag de resten van zijn voorouders wilde
terughebben. De schedels en beenderen moesten terug naar de plek waar ze vandaan
kwamen.
Woensdag 7 mei reist bottendeskundige Griffioen naar Schokland om de laatste
resten te herbegraven. Het merendeel is al in december ter aarde besteld. "Ik
ben ontzettend blij dat de zaak van de botten zo goed is geregeld", zegt
Griffioen. "De botten lagen hier maar, en zomaar weggooien is uit den boze.
Dit is een mooie oplossing."
De botten liggen weer ongeveer op de plek waar ze zestig jaar geleden uit de
grond zijn gehaald. Bij de zuidpunt van het voormalige eiland, bij de Enser
kerk. Die kerk wordt gerestaureerd en voordat de vloer wordt geplaatst, moeten
de botten weer de grond in.
In de zomer van 1940 zette op ongeveer dezelfde plek een groep studenten van
de Universiteit van Amsterdam de spade in de bodem. Dat geschiedde onder leiding
van dr. Arie de Froe, die het later zou schoppen tot hoogleraar Antropobiologie
en Menselijke Erfelijkheidsleer, en rector magnificus van de UvA. De Froe had
grootse plannen. Binnen de UvA was veel belangstelling voor de geschiedenis
van de Zuiderzee. Er was in 1936 een Stichting tot Bevordering van het Bevolkingsonderzoek
in de Drooggelegde Zuiderzeepolders opgericht."'Waarschijnlijk omdat Amsterdam
aan die zee ligt", verklaart Griffioen die interesse.
De Froe redeneerde dat op Schokland het oertype van de Nederlander zou moeten
wonen. Nederlanders die zuiver van ras waren, omdat ze zo bijzonder geïsoleerd
woonden op het onherbergzame eiland, in de volksmond Duivelseiland, genoemd.
De bevolking op Schokland was boeiend. In het noorden woonden de katholieken,
in het zuiden was een protestantse enclave. De twee groepen mengden niet. Er
werd alleen binnen de groepen gehuwd (endogamie), wat samengaat met een grotere
kans op inteelt. Vooral in het katholieke deel kwam onderling huwen veel voor.
Rond 1850 werd voor ongeveer de helft van de huwelijken dispensatie aangevraagd
op grond van nauw verwantschap.
" 'De Froe dacht dat de Schoklanders representanten zouden zijn van de
oorspronkelijke Nederlandse bevolking. Er zou een verwantschap bestaan met de
Neandertalers", haalt Griffioen terug. "In de ogen van nu is zo'n
onderzoek moeilijk voor te stellen. Er zijn op meer plekken dergelijke geïsoleerde
bevolkingsgroepen te vinden. Het is alleen de vraag of je dat aan bot- en schedelkenmerken
kunt vaststellen,"
Ook over de manier van opgraven en verzamelen plaatst Griffoen, met de kennis
van de 21ste eeuw in haar achterhoofd, vraagtekens. Om preciezer te zijn, het
verzamelen van de botten verliep klungelig. "De schedels gingen bij de
schedels, de dijbenen bij de dijbenen, enzovoort. Met de inzichten van nu is
dat een wetenschappelijke doodzonde. Je moet de skeletten bij elkaar houden.
Ik denk dat ze het zo deden omdat ze dachten de kenmerken van de bevolking op
schedels en dijbenen zou kunnen vaststellen. Mogelijk was het ook niet eenvoudig
om de skeletten op individuele basis op te graven."
Vijf volle dozen met botten van 148 Schokkers gingen naar Amsterdam. Wat er
toen is gebeurd, is onduidelijk. Griffioen haalt haar mapje Schokland te voorschijn.
Die bevat grote foliovellen, waarop keurig met de vulpen ingevulde tabellen
staan. "Dit zijn de skeletten en hier staan de kenmerken die ze wilden
meten." Het verkleurde vel is groot, maar er staan vooral streepjes op.
"Ik weet het ook niet precies. Hier staan wat getallen. Ik kan er geen
goed wijs uit", geeft Griffioen eerlijk toe. "En weet u wat ik het
genante vind van de hele affaire? Dat opgraven kan best, maar ik heb nergens
een publicatie gevonden over de metingen van de botten."
Begrijpelijk is het allemaal wel, reconstrueert ze. Eerst vijf jaar oorlog en
daarna was een onderzoek naar zuivere rassen ook niet meer zo populair, gezien
de praktijken in Hitler-Duitsland. De botten stonden jaren en jaren op de zolder
van het Ontleedkundig Laboratorium aan de Mauritskade in Amsterdam. Niemand
keek er nog naar om. De Froe verliet de universiteit tijdelijk om hoogleraar
anatomie in Bagdad te worden.
In de jaren tachtig werden de universitaire medische instituten bij elkaar gehuisvest
in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam-Zuidoost. Grifioen was toen in
beeld. "Tja, weggooien deden we niet, de botten gingen in winkelwagentjes
van Tomado naar de kelder van het AMC."
In dezelfde tijd kwam ook de vraag van de toen opgerichte Schokkervereniging,
bestaande uit nazaten van de bevolking van het eiland. "Geef ons onze voorouders
terug", luidde het simpele verzoek. In die tijd maakte Griffioen een boekje
over wat er met de botten is gebeurd. Ze wilde het genante een beetje wegpoetsen.
De plaatjes zijn nog met de hand tussen de tekst geplakt in het met de hand
uitgetypte verslag in een olijfgroen kaftje. "Ik vond dat ik verplicht
was aan de nazaten om in ieder geval iets op papier te zetten", zegt Griffioen.
In het boekje staat dat De Froe de schedels op sekse heeft ingedeeld en een
schatting heeft gemaakt van de leeftijd. De meeste begraven mensen, tussen 1700
en 1850 ter aarde besteld, zouden tussen de vijftig en zestig jaar oud zijn
geweest. Dat is iets aan de hoge kant, vindt Griffioen, voor een bevolking uit
de 18de en begin 19de eeuw. Ook is de standaardmeting gedaan aan schedels, zoals
schedellengte, breedte en hoogte. Die cijfers zijn vergeleken met schedels uit
Marken, Volendam en Friesland. Het leverde niet bijster veel op. Ook een vergelijking
van de schedels met Neandertalers was teleurstellend. "De Schokker schedels
lijken op Amsterdams schedelmateriaal en ze tonen geen verwantschap met Neandertalers."
Er zijn nog veel meer metingen mogelijk, maar dat is niet of ten dele gebeurd.
"Ik kon er in ieder geval geen wijs uit", geeft Griffioen toe. De
anatoom had geen zin om met haar studenten of zelf nog eens aan de oude Schokker
resten te gaan meten. "Dat heeft weinig zin. De kans dat er iets gevonden
zou worden, is al klein en bovendien zijn de skeletten gescheiden. je kunt er
niet zoveel meer mee."
Dus gaan de objecten van de wetenschap uit de jaren veertig terug naar Schokland.
De meeste skeletten zijn in december tijdens een mooie, maar koude winterdag
in grote betonnen bakken bij de kerk gestort. Een skelet is bewaard en dat vindt
woensdag zijn laatste rustplaats als officiële afsluiting van een wetenschappelijke
studie die zestig jaar daarvoor is begonnen.
Eigenlijk is de wijze waarop dit is opgelost mooi, vindt Griffioen. "Er
liggen veel botten in de catacomben van het AMC. Soms kunnen ze naar een museum,
maar in veel gevallen weet je het niet. En zomaar weggooien kan natuurlijk niet.
Gelukkig hebben we ruimte genoeg beneden", relativeert ze.
Voorzitter Jan Diender van de Schokkervereniging was aanwezig bij de herbegrafenis
in december. "Je had toch het idee dat je je voorouders begroef. Je vraagt
je af: Wie zou dit zijn? Maar het deed me geen verdriet." De botten worden
anoniem begraven, namen waren niet bekend en konden niet rneer worden achterhaald.
Het enige dat rest is een plaquette.
Een bult op het biljart
.jpg)
Rond het einde van de Middeleeuwen lag er een eiland in de Zuiderzee, niet
ver uit de kust van Kampen. Schokland was een smalle strook veengrond, die voortdurend
afkalfde onder het geweld van het water. Het eiland werd smaller en smaller.
De bewoners leverden een nimmer eindigende strijd tegen de elementen. Hun leven
was eenvoudig en zwaar, en ze aten een eenzijdig dieet van rogge, vis en aardappels.
Stoere Nederlanders waren ze, groot, rondborstig en met brede heupen. Hollands
welvaren in een desolaat oord, zo verwoordde een historicus het ooit.
Vanaf 1820 stroomt het eiland regelmatig geheel onder. De overheid grijpt in.
Het is onverantwoord de Schokkers langer te laten aanmodderen op hun slappe
lapje grond. Schokland was geen paradijs. Besmettelijke ziektes, alcoholmisbruik,
er zat geen toekomst in.
Op last van koning Willem III wordt in 1855 het katholieke terpdorp, de Zuidert,
ontruimd. In 1859 volgt de rest van de bevolking. Er blijft alleen een vuurtorenwachter
achter. Het gebied verandert ingrijpend met de aanleg van de Afsluitdijk in
1932. De zoute, woeste Zuiderzee wordt een zoet, kalm IJsselmeer. De grootse
inpolderingsplannen van ingenieur Cornelis Lely krijgen gestalte en in 1942
valt de Noordoostpolder droog. Schokland is een eiland op het land geworden,
een merkwaardige verheffing in een biljartlakenlandschap.
In termen van de Rijksdienst IJsselmeerpolders is het voormalige eiland een
onhandige hobbel in een oneindig recht landschap. De ploeg erover, vinden de
ingenieurs, maar dat is niet gebeurd. In 1995 belandt de smalle strook land
van vier kilometer lang en hooguit een paar honderd meter breed, op de werelderfgoedlijst
van Unesco. Het eiland is het symbool van de eeuwige strijd van Nederland tegen
het water. Het wordt beschermd, er is een museum en een uitgezette wandeling
langs het eiland. Schokland wordt weer gekoesterd.