Artikel uit De Stentor van 23-11-2004:
‘Ongelooflijk wat die mensen moesten doorstaan’
door OLGER KOOPMAN
23 NOVEMBER 2004 - SCHOKLAND - Een nerveuze spanning zweeft rond in het bezoekerscentrum
van de Gesteentetuin op Schokland. Zestien dappere dodo’s hebben zich
verzameld voor een lange wandeling op Unesco werelderfgoed, dat is uitgeroepen
tot het mooiste plekje van Flevoland.
Het is een bonte verzameling natuur- en
cultuurliefhebbers, allemaal veertigers en vijftigers. Kaplaarzen aan de voeten,
zuidwestertje op het hoofd, ze zijn
er helemaal klaar voor. En dat moet ook wel, want de snertwandeling die het
Flevolandschap de wandelaars zaterdag voorschotelde, is geen kinnesinne. Vooral
niet met het gure winterse weer dat het voormalige eiland in haar greep heeft. ‘Wat
dat betreft hadden we het niet beter kunnen treffen’, zegt Klaas Tillema,
vrijwilliger bij het Flevo Landschap. ‘Dan smaakt het bakkie snert na
afloop veel beter.’ Hij is, naast Klaas Werkman, een van de twee Klazen
die de wandeling in goede banen moet leiden.
Ze doen dat met hart en ziel: de
liefde voor het eiland spat er vanaf. De uitleg van de beide gidsen wordt tijdens
de wandeling dan ook geabsorbeerd
als een spons. Geboeid luisteren de wandelaars naar de verhalen over het ontstaan
van het Schokkerbos, strijd om het behoud van het bos, de gevarieerde natuur.
‘Juist dat maakt zo’n wandeling interessant. Je ziet en hoort
dingen die je niet zou opmerken als je alleen rond struint’, zegt mevrouw
Looman uit Ruurlo. ‘Dan blijf je ook op de paden.’
Dat is tijdens
de snertwandeling duidelijk niet het geval. Zuigende modderpoelen, prikkeldraad
en andere versperringen maken er een mini-survivaltocht van. De
wandelaars genieten er niet minder van. Zelfs niet als op de vlakte van het
eiland een buitje hagel het gezicht striemt. ‘Ik heb er absoluut geen
spijt van’, zegt Anneke Bink uit Almere, weggedoken in haar jas. Ze banjert
stevig door over de voormalige waterkering. ‘De luchten zijn heel mooi.
En dan die prachtige verhalen over de eilandbewoners. Je gaat je er iets bij
voorstellen hoe die mensen hier geleefd hebben. Dat is toch wat de deelnemers
het meest intrigeert: het bizarre leven van de Schokkers voor de ontruiming
in 1859. Die verhalen komen bijna letterlijk tot leven op de noordpunt van
het eiland, bij de oude haven. De invallende duisternis, de toenemende kou
en het relaas van de twee Klazen over het armetierige bestaan van de Schokkers
dwingt de wandelaar tot ootmoed.