Artikel uit De Stentor van 31-03-2004:

Schokkers in Franse ogen amfibievolk


Van een onzer verslaggevers.

EMMELOORD - Een verhaal over Schokland uit 1845. En dat uit de pen van een Fransman. Dat is toch bijzonder. Het verhaal van Henry Monnier is samen met de tekeningen die hij maakte, een boekje in de Schokland-reeks waard. De Emmeloorder historicus Aaldert Pol maakt er zich sterk voor.
‘Je kunt met het materiaal dat er is, een schitterend boekje maken‘, zegt Pol. ‘In het Rijksprentenkabinet zijn ook voldoende tekeningen van Monnier te vinden. Alles bij elkaar is het voldoende interessant om het in boekvorm uit te geven.‘ Het verhaal van Monnier over Schokland, onderdeel van zijn reisverslag over zijn bezoek aan Nederland, ‘Souvenirs de la Hollande‘ getiteld, verscheen in 1845 in het Franse blad ‘L‘Illustration, journal universel‘. Riny en Ko Wattel uit Emmeloord, oud-docenten Frans, vertaalden het en Aaldert Pol voorzag het van commentaar. Het is te vinden in het Lentenummer van De Vriendenkring, het blad van de Vrienden van Schokland. Maar er is meer van te maken, meent Pol, zeker gezien het aantal illustraties van Monnier dat voorhanden is. Maar ook Monniers verhaal over Schokland is interessant, geeft de historicus aan. Omdat Schokland maar zelden voorkomt in alle Zuiderzee-reisverhalen. En omdat Monnier een bijzondere kunstenaar is. Hij was niet alleen schrijver, maar ook tekenaar, acteur, humorist en cartoonist. Werk van hem is in meerdere Franse musea te zien. En de gemeente Noordoostpolder heeft drie gravures van hem over Schokland in bezit.
Pol is ook aangenaam verrast door de tekeningen die Monnier over Schokland maakte. ‘Die moeten we koesteren als een belangrijke bron.‘ En hij is getroffen door de typering van Monnier van de Schokkers als ‘amfibievolk‘. Een volk dat door de visvangst vertrouwd was met het water, maar dat ook altijd leefde in de nattigheid op het eiland zelf. ‘Monnier presenteert in zijn reisverslag een Schokker samenleving die meer differentiatie vertoont dan in de gangbare literatuur over Schokland‘, concludeert Pol. ‘Daarbij kun je je de vraag stellen of het verhaal van Schokland niet te zeer vanuit het perspectief van de ondergang en ontruiming in 1859 is geschreven.‘ Want Monnier ziet niet alleen bittere armoede op Schokland, hij ziet ook in de huisjes veel kostbare spulletjes en curiosa, zoals meubels en sieraden. En van dat laatste is weinig bekend.