Artikel uit De Stentor van 10-8-2005 en 11-8-2005:
Kerkje aan de Zee overleeft de getijden
Geschiedenis van Urk is verweven met die van de oudste kerk
in Flevoland

(Foto Hans Veenhuis)
door GERALD MEIJER
11 AUGUSTUS 2005 - URK - Op het hoogste punt van Urk - het dichtst
bij de Schepper - trotseert het Kerkje aan de Zee het getij van vergankelijkheid.
En al is de zee niet meer, het kerkje blijft. Van alle Urkers. En met een knipoog
naar het katholiek verleden.
De hervormde kerk op Urk groeit tegen de klippen
op - en tegen de vaderlandse stroom van de ontkerkelijking in.
Begin september
wijken de gelovigen uit
naar het Kerkje aan de Zee.
Historisch moment.
De huidige hervormde kerk De
Ark kan niet meer iedereen binnenboord houden. Nieuwbouwplannen zijn er wel,
maar in tussentijd wordt het Kerkje aan de Zee
weer in ere hersteld.
Het kerkje staat op het allerhoogste punt op Urk, fier
op de keileembult, zo’n tien meter boven NAP. De geschiedenis van Urk
is ermee verweven.
Het huidige gebouw staat er sinds 1786, gebouwd door Amsterdam
dat indertijd eigenaar was van het eiland. Vooral de kerktoren was nodig, vertelt
Jacob Korf,
scriba (secretaris) van de hervormde kerk op Urk en kenner van het Kerkje aan
de Zee. "Het was een baken in zee. Als je een lijn trekt van de kerktoren
naar de vuurtoren en je trekt de lijn door, dan kom je op het Binnen IJ in
Amsterdam. En als je bij Urk vanaf Amsterdam haaks vanaf die lijn voer, naar
het noordwesten, dan kwam je bij het eiland Wieringen uit. De kerktoren was
een soort ANWB-paal, zeg maar."
Bij de bouw van het huidige Kerkje aan de Zee in 1786 was Urk nog maar net
gewonnen voor de reformatie. Het eiland was eeuwenlang katholiek, eensgezind
met Schokland. Totdat de reformatie onverbiddelijk toesloeg. Het protestantisme
werd de eilanders opgelegd, maar daar trokken de Urkers zich niets van aan.
De eerste (protestantse) predikant van Urk, Petrus Salebien, zette voet aan
wal in 1628. "Een soort zendeling, evangelist", zegt Korf. Hij
begon met een hervormde gemeente die zeven zielen telde. De man heette trouwens
gewoon Peter, maar ‘verlatijnste’ zijn naam naar goede gewoonte.
Dat deed ook predikant Fransiscus Peneüs (waarin het woord ‘peen’ te
herkennen is). In werkelijkheid heette hij Wortelboer.
De Urkers bleven stiekem
naar de mis gaan. Mede ‘dankzij’ Petrus
Aemilius, dominee in Ens, kwam daar een eind aan. Hij bleef bij de bevoegde
instanties klagen over die paapse Urkers. Pas dominee nummer acht, Daniël
Weerman, kon zeggen dat Urk was gewonnen voor de reformatie. Hij kwam in 1730
en vertrok in 1780.
Weerman moet nog hebben geweten van het (katholieke) kerkje
dat op de fundering van de huidige stond. Die was van rond 1600. Daarvoor was
er een Kerkje ín
de Zee. Dat verdween in de Allerheiligenvloed van 1572. "Er is weinig
van bekend", weet Korf. "We hebben alleen de klok nog, die is van
1461."
Ander mysterie: het schaalmodel van een zeventiende-eeuws schip
dat in het Kerkje aan de Zee hangt, boven de hoofden van kerkgangers. Het verwijst
naar de Spitsbergen, in de Engelse oorlogen overmeesterd. Met twee Urker jongens
aan boord. Een van hen was Jacob Teunis Woort. Toen het schip eens onder de
vaderlandse wal voer, sprongen de twee overboord en zwommen naar de Lage Landen.
De naam Woort prijkt op een briefje dat zich binnen in het schaalmodel bevindt
en ontdekt werd tijdens restauratie.
Op het bord met predikanten trouwens ook
de naam van Carel Anton ter Linden. Het verhaal gaat dat zijn kleinzoon Nico
ter Linden die naam daar zag staan, hardop peinzend dat hijzelf waarschijnlijk
nooit zou preken op Urk...
Het Kerkje aan de Zee, dat ís Urk. Huwelijksdiensten vinden er plaats
vanuit alle gezindten, net als begrafenissen. En tijdens het Zingen in de Zomer
en overpeinzingen op winteravonden gaan ze vanuit verschillende kerken samen
op weg naar ‘hun’ Kerkje aan de Zee, bovenop ‘de Bult’.
Een psalm klinkt in alle kerken op Urk even mooi, maar nergens zo speciaal
als in het Kerkje aan de Zee.