Artikel uit De Stentor van 3-3-2005:

Oude verhalen over nieuw land



(foto Björn Kiezenberg)

door NIEK MEGENS

3 MAART 2005 - UIT - Bij Flevoland denk je al snel aan lege vlaktes, nieuwe steden, kaarsrechte wegen. De twaalfde provincie van Nederland lijkt er eentje zonder geschiedenis. Dat niets minder waar is, blijkt uit de collectie en presentaties van het gloednieuwe Nieuw Land Erfgoedcentrum. Gelegen in Lelystad, aan de boorden van het Markermeer, vertelt Nieuw Land het verhaal van de grootste polder ter wereld.
Ooit gehoord van de Swifterbantman, de Kuinder Ridders of Aaltje Derks? Waarschijnlijk niet. Hooguit bij de naam Cornelis Lely gaat hier en daar een belletje rinkelen. Flevoland zit boordevol verhalen die hoognodig verteld moeten worden.
Nieuw Land Erfgoedcentrum wacht een schone taak. Nederland is een polderland bij uitstek, maar wat weten de Nederlanders van hun eigen polders?
Veel te weinig, vindt Ralph Keuning. Hij is directeur van het Lelystadse Nieuw Land Erfgoedcentrum, waarin onder meer het voormalige Poldermuseum is opgegaan. De geschiedenis van de polder lijkt zich op het eerste gezicht te beperken tot de vorige eeuw, waarin de Zuiderzee IJsselmeer werd en de Afsluitdijk Friesland met de kop van Noord-Holland verbond.
"Nee", zegt Keuning. "Het verhaal van Flevoland is beslist geen puur twintigste eeuwse geschiedenis. De historie gaat terug tot de Swifterbantcultuur, ruim vierduizend jaar voor Christus."
In die periode, de Nieuwe Steentijd, vestigden zich de eerste mensen op de latere Zuiderzeebodem. In 1968 vonden archeologen bij het huidige polderdorp Swifterbant de resten van een zesduizend jaar oude nederzetting en een grafveld met daarin negen skeletten. Uit onderzoek is gebleken dat deze mensen jaagden op zeehonden en wilde varkens, maar dat ze waarschijnlijk ook graan verbouwden. Deze Swifterbant-mensen, zoals ze nu genoemd worden, krijgen uitgebreid aandacht in een van de zes permanente presentaties van het nieuwe museum.

Basaltstenen
Het gaat snel met Nieuw Land. Het indrukwekkende gebouwencomplex werd binnen exact een jaar uit de polderklei opgetrokken. Zwarte basaltstenen, afkomstig uit Vietnam, domineren het geheel. De stenen verwijzen naar zee, dijken en polders. De architecten van het Haagse Atelier Pro groepeerden de gebouwen rond het ‘cultuurhistorisch marktplein’.
Deze centrale plek is voor iedereen toegankelijk en biedt straks ruimte aan bijvoorbeeld een boekenmarkt. De collecties van deelnemende instellingen als het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland, het Archeologisch Depot Flevoland en de gemeentearchieven van Lelystad, Zeewolde, Dronten en Urk liggen opgeslagen in de depottoren.
Even verderop heeft het ‘bewegend industrieel erfgoed’, ofwel de ontginningsmachines die in de polder hebben gediend, een halfopen onderdak. Absolute blikvanger is de buisvormige ‘kijker’. Hierin was het voormalige Poldermuseum gehuisvest. De uitbreiding van het museumoppervlak vond onder de kijker plaats.
Opvallend element aan de linkerzijde is de originele schuur uit de Noordoostpolder, die als extra expositieruimte dient en als zodanig in het complex is geïntegreerd. "Het is van een ruige soort schoonheid", prijst Keuning de schuur.

Visie
Wie de centrale ontvangsthal betreedt, wordt als vanzelf naar de blauwe filmruimte met daarop een afbeelding van Cornelis Lely getrokken. Het zaaltje toont ‘De droom van Lely’, een korte film over het leven van de grondlegger van de Flevopolder, gespeeld door professionele acteurs. Terwijl elders in Europa de Eerste Wereldoorlog woedt, kijkt Lely uit over het water en denkt hardop na: "Wij winnen vreedzaam grond uit zee, waar ginds jongens zinloos sterven voor luttele kilometers land."
Tijdens de film blazen ventilatoren een koel zeebriesje de zaal in. Alsof je aan de kust staat. Het past naadloos in het concept dat Keuning voor ogen heeft. "Kijken, horen en beleven", vat de directeur zijn visie samen. "Wij willen dat bezoekers, en dan vooral kinderen, de poldergeschiedenis zelf ondervinden."
Een voorbeeld daarvan is het ‘Watertheater’, waar kinderen een heuse polder kunnen beheren, compleet met sluizen en stuwen. Voor de allerjongsten heeft het museum een imitatie van een scheepswrak in huis. Met animaties brengt het museum daarin het onderwatervolk ‘de Watermensen’ tot leven. Daarnaast kunnen kinderen zich vermaken met zoeken naar archeologisch materiaal in een nagebootste archeologische site. De opgravingen kunnen in archeologisch lab nader worden bestudeerd.

Protest
Bij de overdracht van informatie kiest Nieuw Land voor ‘oral history’. Door persoonlijke verhalen komt de geschiedenis van het Zuiderzeegebied tot leven. Via de koptelefoon luistert de bezoeker al lopend van het ene naar het andere ‘kabinet’ naar verhalen over bijvoorbeeld de Kuinder Ridders, die vanaf Urk en Schokland piraterij bedreven, en het relaas van de Urkers Tjeerd Hoekstra en Jacobje Willemszoon of dat van Aaltje Derks en haar veelbewogen leven op Schokland.
Verhalen van doodnormale Flevolanders komen aan bod in de tijdelijke expositie ‘Opnieuw beginnen’. Hierin toont het museum dierbare voorwerpen die de huidige Flevolanders meenamen uit het ‘oude land’. Zo nam Arie Langendijk uit de Noordoostpolder een blik wormen mee vanuit Noord-Holland. In de verse polderbodem kwamen immers nog geen regenwormen voor, die wel nodig zijn om de grond doorlatend te maken.
Keuning hoopt met zijn aanpak een breed publiek te kunnen aanspreken. "Ik wil niet alleen het standaard-museumpubliek, zeg maar de dertigers en veertigers. Opa’s en kleinkinderen moeten hier ook komen."
Met de gunstige ligging in Batavia Stad, naast de Batavia Werf - waar momenteel het vlaggenschip de Zeven Provinciën wordt nagebouwd - en het Outlet Shopping centrum, denkt de directeur goud in handen te hebben. "We bieden samen met de Batavia Werf een voordelig combiticket aan."
Keuning mikt daarnaast op bezoek van scholen. De Flevolandse scholen worden bestookt met lespakketten, ter voorbereiding op een schoolreisje. "Maar eigenlijk is Nieuw Land interessant genoeg voor alle Nederlandse scholen. De Flevopolder is puur Hollands cultuurgoed, daarin hoeven we niet onder te doen voor een stad als Amsterdam."

Nieuw Land ligt aan de Lelystadse Oostvaardersdijk 01-13 (Batavia Stad) en is dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur geopend.
Entree voor volwassenen is € 7,-, kinderen tussen 6 en 17 jaar betalen € 3,50, houders van een 65+Pas en CJP betalen € 6,50.
Een combinatieticket met de Batavia Werf kost volwassenen € 11,- en kinderen € 5,50.

Meer informatie op www.nieuwlanderfgoedcentrum.nl