Artikel uit De Stentor van 1-6-2005:

Vogeltrek natte zone Schokland


door GERALD MEIJER

1 JUNI 2005 - SCHOKLAND - De vernatting van Schokland ligt op schema. Naar verwachting over een jaar of twee is het grondwaterpeil waar die moet zijn. In tussentijd hebben vogels de nattere oostzijde van het voormalige Zuiderzee - eiland ontdekt als polderparadijs.
De hogere grondwaterstand aan de oostkant van Schokland moet het wegzakken van het eiland tegengaan. Het water moet bovendien de bodemschatten conserveren.
Sinds een jaar is Schokland-beheerder Flevolandschap samen met Waterschap Zuiderzeeland bezig ongeveer 130 hectare te vernatten. Simpelweg door in dat gebied het waterpeil te verhogen.
De effecten zijn duidelijk merkbaar, zegt Riet Rijs van het Flevolandschap. Zelfs al moet het waterpeil nog zo’n vijftig centimeter stijgen. "Er zijn nu heel veel weidevogels te zien."
Logisch omdat veel voormalig akkerland is omgetoverd in ruigere weides. Maar de vogelsoorten die zich op de oostrand hebben gestort, zijn niet de eerste de beste. Volgens Rijs zijn er bijvoorbeeld ijsvogels en talingen te zien, naast grutto’s en de watersnip. "En ook de gele kwikstaart is terug"
Een jaar geleden begonnen de twee partijen met de feitelijke vernatting. Daarnaast werd het gebied ingezaaid met een zogeheten ‘uiterwaardenmengsel’: een mix aan plantensoorten die zowel tegen water als droogte bestand zijn. De soorten doen het uitstekend, weet Riet. En er beginnen zich inmiddels verschillen af te tekenen in de flora op de verschillende hoogtes (waaronder wat dijkjes) en de laagtes in het gebied.
Het ‘moerasplan’ krijgt vermoedelijk over twee jaar zijn definitieve gezicht als het waterpeil zo’n vijftig centimeter hoger is dan nu. Veel meer plasdras - zeker na veel regen - en zeer waarschijnlijk nog meer variëteit in flora en fauna.
De boeren rond de natte zone mogen daar nauwelijks last van hebben. Bij het voormalige eiland is het waterpeil het hoogst, aan de rand van zone is dat het laagste. Volgens Rijs maakte onderzoek van het waterschap duidelijk dat er nauwelijks ‘uitstraling’ is van de natte zone naar het boerengebied.