Artikel uit De Stentor van 16-10-2006:

Als het oog te kort schiet, is er nog de mond


door Dik van Herwaarden.

16 OKTOBER 2006 - NAGELE - Van 83 tot 94 centimeter diep zit er een laag ditritus met zand in het boortje. Na dat veenbagger volgt een laag rietveen. De bovenste laag is gewoon polderklei. Dick Velthuizen, archeologisch medewerker van het Nieuw Land Erfgoedcentrum en zo’n twintig vrijwilligers brachten zaterdag een rivierduintje uit de prehistorie op kavel J126 bij Schokland nader in kaart.

Met de precisie van landmeters brengen vrijwilligers van de Archeologische Werkgemeenschap en de Vrienden van Schokland de ligging van het rivierduin in kaart.
Foto HANS VEENHUI
S


Met boren die tot drie meter diep gaan brengen de vrijwilligers van de Flevolandse afdeling van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland en de Vrienden van Schokland de bodem secuur in kaart. Dat de kavel aan de Oud-Emmeloorderweg op een oude rivierduin ligt, is bekend. Maar hoe het duin precies heeft gelegen en hoe groot het was, is onduidelijk. De meeste rivierduinen van de vroegere Overijsselse Vecht zijn in kaart gebracht. Deze nog niet. Wel is bekend dat er in de midden-steentijd, meer dan 8000 jaar geleden, mensen hebben geleefd. Het duin moet ongeveer vijftig meter lang zijn geweest en 25 meter breed, schat Velthuizen.
Het aardappelveld ligt bezaaid met vuursteentjes. Ruwe, maar ook verbrandde, wat duidt op sporen van vroegere bewoning. Enkele weken terug heeft Velthuizen, direct na de aardappeloogst, tientallen vuursteenrestanten en overblijfselen van werktuigen verzameld. Voor nader onderzoek. "En nu brengen we de contouren van het duin in kaart en kijken we hoe de afdekkende lagen zijn."
Voor de Vrienden van Schokland is het meteen een aardige praktijkles. Het gaat om een groep die de cursus Archeologie volgt.
Heb je wel eens echte klei geproefd?, vraagt vrijwilliger Evert de Boer, tevens voorzitter van de historische vereniging. Hij neemt gretig een hapje van wat net diep uit de grond is opgeboord. Niet voor de honger en niet voor de smaak. Maar wat het oog niet ziet, kan de mond wel proeven. Of het om pure klei gaat, of dat er nog zand in zit. Dan knarst het tussen de tanden.
Dat het vroegere rivierduin zwaar verstoord is, is wel zeker. Sinds de polder is er altijd landbouw op bedreven en die laat zijn sporen na. De boringen geven ook een beeld van de omvang van de verstoring. Komt de boorploeg zand tegen direct onder de bouwvoor, dan is dat een duidelijke aanwijzing voor de verstoring. "Ja, dat is zonde", geeft Velthuizen aan. En ook al is het duin op J126 niet het meest unieke, "een woonplaats uit de steentijd is sowieso bijzonder", benadrukt de archeologisch medewerker van het erfgoedcentrum.
De boringen maken het ook mogelijk verbanden te leggen tussen de geologie en archeologische waarden. Maar de operatie van zaterdag is zeker geen archeologisch onderzoek. "We zoeken niet naar archeologische resten. Dat mag niet eens van de wet" aldus Velthuizen. Wat niet weg neemt dat de vrijwilligers "wel met het linkeroog" kijken. Maar in de smalle boortjes treffen ze vooral hout aan tussen het broekveen. Stukjes oeroude wilg, els en eik. Van de bomen die op het duin stonden. Hoe de samenstelling van de bodem is, is ook van belang om een beeld te krijgen hoe sterk de archeologische waarden in de ondergrond zijn beschermd. Als die er zijn tenminste. Goed doorworteld veen, dat is de beste afdeklaag.