Artikel uit De Stentor van 25-09-2006:

Natte Schokland-zone proefveld


door Dik van Herwaarden.

25 SEPTEMBER 2006 - SCHOKLAND - ‘Nut en Natuur’ heet het project waarvan directeur Bouwe Bakker van Landschapsbeheer Flevoland hoge verwachtingen heeft. Als het weer een beetje meewerkt krijgt biologisch landbouwer Joost van Strien over enkele weken zijn eerste vracht compost uit de hydrologische zone langs Schokland. ‘Een hele goede bodemverbeteraar en een veel betere benutting van het maaisel dan storten’, zegt Bouwe Bakker.


Regelmatig flink opschudden van de ruggen met maaisel is noodzakelijk. Het materiaal moet zuurstof krijgen.
Foto Landschapsbeheer Flevoland.

Het is een bijzonder gezicht in een deel van de natte zone langs Schokland. Enkele rijen van het pas gemaaide gras liggen er op grote ruggen. Af en toe gaat er een trekker met een grote schudder overheen, om het materiaal om te zetten en zuurstof te geven. En is het te droog, dan krijgt het ‘afval’ water toegediend. In zes tot acht weken moet het zijn omgezet tot compost. Het kan flink gaan broeien in de ruggen. Dat moet ook. Het is lekker schadelijk voor onkruiden. Al het maaisel van de volledige 130 hectare van de natte zone is op enkele hectares bijeengebracht.
Landschapsbeheer heeft 230.000 euro subsidie opgehaald voor het bijzondere experiment. "Dat klinkt veel, maar er zit ook heel veel onderzoek aan vast", geeft Bakker aan.
Een groot aantal partijen is betrokken bij de proef. Landschapsbeheer, het Flevolandschap als beheerder van de natte zone, het Louis Bolkinstituut, dat wetenschappelijk onderzoek doet naar de ontwikkeling van duurzame en biologische landbouw, Waterschap Zuiderzeeland en provincie. "Het is een geweldig project en het levert een hele goede bodemverbeteraar op", zegt Klaas Stapensea van het Flevolandschap.
Landschapsbeheer-directeur Bouwe Bakker ging vorige week meteen op onderzoek uit toen hem klachten uit de buurt over stank bereikten. Want het verwerkingsproces van het maaisel hoort zo goed als reukloos te zijn. Omwonenden wezen echter met de beschuldigende vinger naar de grote ruggen in de natte zone. Die zouden stinken en hordes vliegjes aantrekken. "Ja, het ruikt niet zo fris en dan druk ik me nog zacht uit", zegt Lenie Soepboer, die het dichtst in de buurt woont. "Eerlijk gezegd zijn wij er niet zo blij mee. Het was op zijn minst netjes geweest als ze ons hadden ingelicht over wat hier ging gebeuren."
"Ik zou enorm balen als de stank van ons experiment zou komen. Want dat gaat er iets niet goed", reageert Bouwe Bakker.

Rotten
Met het experiment is niets aan de hand, geeft Adrie van Assem, de uitvoerder van de proef, aan. Iemand heeft een opraapwagen vol gras net buiten het proefveld gestort. En die berg was flink gaan rotten en dus stinken. De herkomst is ons onbekend, geeft Van Assem aan. De stank moet nu opgelost zijn, want Van Assem heeft het illegaal gestorte gras laten opruimen.
Het is een proefproject en in theorie kan er altijd wat misgaan, erkent Bouwe Bakker. "Maar zou ons project voortdurend tot stank leiden, dan is het ook einde project. Maar daar ga ik niet vanuit. We werken natuurlijk met redelijk voedselrijk materiaal. Het is ook zoeken naar het juiste ritme van het schudden van de ruggen." Bakker wijst erop dat voor het experiment geen milieuvergunning nodig is, zo heeft navraag bij provincie en gemeente geleerd.
‘Nut en Natuur’ moet leiden tot een nuttige en goedkope verwerking van maaisel uit natuurterreinen en ecologische zones. Het gaat met name om de tweede snede. Het eerste maaisel vindt nog wel aftrek als veevoer bij landbouwers. Maar voor de tweede snede, vaak lastiger droog te oogsten en met veel minder voedingswaarde, hebben boeren veel minder interesse. In de praktijk betekent dat afvoeren naar een composteringsinstallatie. Een dure oplossing. Goedkoper is het ter plekke te composteren. Bakker spreekt trouwens liever van ‘verwerken van het maaisel’.

Bron
En wat is er voordeliger dan het gecomposteerde maaisel dicht bij de bron kwijt te kunnen, terwijl de boer een nuttige bodemverbeteraar ontvangt, die het organisch stofgehalte van zijn grond omhoog brengt? Landbouwers zijn door de strengere mestwetgeving steeds meer op zoek naar dit soort bodemverbeteraars. In Groningen loopt een vergelijkbaar experiment als bij Schokland, maar dan met maaisel van armere kleigrond.
Onderdeel van het experiment is ook te onderzoeken of riet, dat bijvoorbeeld afkomstig is van natuurlijke oevers, is te gebruiken als strooisel in potstallen. Hetzelfde geldt voor houtig maaisel dat koeien niet vreten.
Een geslaagde proef bij Schokland kan het balletje flink aan het rollen brengen, verwacht Bouwe Bakker. Natuurbeheerders komen eenvoudig van hun maaisel af. En daardoor zal de interesse voor het ecologisch beheer van bermen en graslanden flink toenemen. "Dit is een heel waardevol experiment. Het is een proef met heel veel potentie", aldus Bakker.
Waarom het grasmaaisel afvoeren als je het ter plekke kunt composteren en even verderop een boer het graag wil hebben? Landschapsbeheer Flevoland experimenteert aan de rand van Schokland met een nieuwe manier van verwerken van het ‘afval’ uit de vernatte zone langs het voormalige eiland.
"Dit is een experiment met heel veel potentie".