Artikel uit De Stentor van 16-03-2006:

Werelderfgoederen in de polder werken samen


door GERALD MEIJER


16 MAART 2006 - SCHOKLAND - Na de volgende zin niet verder lezen maar even nadenken. Wat zijn de zeven werelderfgoederen die tot het Koninkrijk der Nederlanden behoren? U weet het niet? Of u komt niet verder dan Schokland, Kinderdijk of heel misschien Willemstad op Curaçao? Treur niet. U behoort tot het gros van de Nederlanders die het antwoord schuldig moet blijven.
Wat staatssecretaris Medy van der Laan betreft weet over een paar jaar elk kind van twaalf jaar moeiteloos de zes werelderfgoederen in Nederland en het werelderfgoed op Curaçao op te dreunen.
Schokland is het allereerste werelderfgoed van Nederland, de status werd toegewezen in 1995. In de museumkerk op het voormalige eiland in de Noordoostpolder startte Van der Laan de website www.werelderfgoed.nl. En overhandigde ze de vertegenwoordigers van bijna alle werelderfgoederen een plaquette en oorkonde.
De staatssecretaris zei op Schokland dat de erfgoederen laten zien waar ‘we’ goed in waren. Waar ‘we’ vandaan komen. Onze identiteit dus. Zoals de strijd van de lage landen tegen het water. Met Schokland voorop, ging onder en kwam weer boven. En de Droogmakerij in de Beemster, natuurlijk de vele molens in Kinderdijk. En het Woudagemaal bij Lemmer. De twee andere nog niet genoemde werelderfgoederen: de Stelling van Amsterdam en het Rietveld Schröderhuis.
Van der Laan, als een moderne missionaris aan de voet van de kansel in het Schoklandkerkje: ‘Het laat zien wat ons land drijft, wat we geleden en gestreden hebben en wat onze cultuur gemaakt heeft tot wat we vandaag zijn.’ Verhalen van toen die het heden uit de klei trokken. ‘Die bijzondere verhalen over ons land vertellen iets over onze identiteit. En juist nu, nu kennis over onze geschiedenis steeds minder vanzelfsprekend is, moeten we die verhalen doorgeven.’
Daar wordt aan gewerkt. De zeven erfgoederen staken de koppen bij elkaar en bundelen de krachten op allerlei gebied. Via de website, via brochures. Wellicht via een naslagwerk in samenwerking met de ANWB. En zelfs in boekvorm. De Beemster beleefde het al. Anderen volgen.
Maar een waarschuwing is op zijn plaats. Van der Laan zei het gisteren. Een werelderfgoed hebben is een lust en een last. Neem de tegenstellingen die je moet verenigen. Toegankelijkheid (parkeerplaatsen, fietspaden, infoborden) én het behoud van het cultuur-historisch aanzicht. Wie dat kan, heeft goud in handen.