Fabrieken op Schokland. Katoenweverij van 1838 tot 1857.

Op 20 augustus 2007 is een nieuw boek over Schokland verschenen, getiteld:
Fabrieken op Schokland. Katoenweverij van 1838 tot 1857.
Dit boek is geschreven door dhr. J. Spitse uit Abcoude en wordt uitgegeven door de Schokkervereniging. Het drukwerk werd verzorgd door Hooiberg in Epe.
De uitgave werd mogelijk gemaakt dankzij een financiele bijdrage van Anton Ekker Parket in Zwolle.
Het boek werd op 1 september 2007 officieel gepresenteerd in Volendam, op de jaarlijkse Schokkerdag van de Schokkervereniging.

Inhoud:
De lezer kan zich met dit boek op de hoogte stellen van de besluitvorming over de katoenweverij op het voormalige eiland Schokland. Ook de weverij te Vollenhove krijgt, zij het minder uitgebreid, aandacht. De weverij werd op Schokland bedreven van 1838 tot 1857. Gedurende de eerste 5 jaren voerde de medicus Evert Ekker vanuit Vollenhove de directie, van 1842 tot 1848 de op het eiland wonende opzichter van Waterstaat Casimir Frederik Seidel, vervolgens de firma Salomonson uit Almelo en tenslotte gedurende de twee laatste jaren de firma L. Bottenheim uit Kampen.
Het boek richt zich op besluitvorming inzake de weverij. Wat beoogde men? Wat waren de beweegredenen? Hoe lagen de verhoudingen? Met fabrieken worden weeflokalen bedoeld, armoedefabrieken, opgericht voor een bevolking, die het brood met vissen niet meer kon ver-dienen. Tevens betekent de term: fabriceren.
Het boek biedt geen wetenschappelijke analyse, maar een non-fictie verhaal op basis van historisch materiaal uit o.a. het Nationaal Archief, Het Historisch Centrum Overijssel, Het Utrechts Archief en het Gemeentearchief Kampen.

Actualiteit:
Op 30 juni 2007 werd het Akkoord van Schokland getekend, waarmee acht Millenniumdoelen op de agenda werden gezet, o.a. gericht op halvering van de armoede in 2015, onderwijs voor alle kinderen en bestrijding van ziekten. De ondertekening vond plaats op Schokland. De situatie van de bevolking op Schokland tot 150 jaar geleden vormde de aanleiding deze handeling juist hier te verrichten. Schokland werd destijds geteisterd door zware stormen en landafslag. Er was gebrek aan schoon drinkwater. De bevolking bestond voornamelijk van visserij, die noodlijdend was. Met de invoering van calicotweverij (katoenweverij) probeerde men tussen 1838 en 1857 het inkomen van de bewoners aan te vullen. In 1859 werd het eiland ontruimd. Een bezoek aan deze plek midden in de Noordoostpolder leert, dat anno 2007 de Millenniumdoeleinden voor Schokland inmiddels zijn behaald. Museum Schokland ontrukt de geschiedenis van het voormalige eiland echter aan de vergetelheid. Ook dit boek draagt daaraan bij.
Er werd in de afgelopen weken een heftige discussie gevoerd over de organisatie van de op 30 juni 2007 gehouden manifestatie. Een aantal zaken uit ‘Fabrieken op Schokland’ is in die discussie herkenbaar. De weverij had een hoog ideaal: van publieke bedelaars weer werkzame lieden maken. Het Akkoord van Schokland heeft eveneens een hoog ideaal: de armoede in de wereld moet in 2015 zijn gehalveerd. De fabrikanten werden ervan beschuldigd zich te willen verrijken ten koste van hun wevers in tegenstelling tot weldoeners, die geld gaven voor de noodlijdenden. Nu wordt een commercieel campagnebureau verweten een ton aan de manifestatie over te houden, terwijl artiesten onbaatzuchtig meewerkten.
De geschiedenis van de calicotweverij ondervond onlangs, als onderdeel van de geschiedenis der textielindustrie, aandacht op de tentoonstelling “Thuis bij de familie Stork”, die t/m 9 september te zien was in het Historisch Museum Hengelo. Alvorens zich met de vervaardiging van machines bezig te houden bedreef men weefindustrie. Eén van de familieleden aan wie op de tentoonstelling aandacht wordt gegeven is Charles Theodoor Stork uit Oldenzaal (1822-1895). Hij kan als de grondlegger van de Storkfabrieken worden beschouwd. Er is een link tussen tentoonstelling en boek. De in 1834 door Evert Ekker c.s. in Vollenhove opgerichte calicotfabriek werd vanaf 1848 voortgezet onder de naam C.T. Stork en Cie. In 1853 werd Evert Ekkers zoon Hendrik Jan in de firma Stork opgenomen. Hij trouwde in 1855 met een zus van C.T. Stork. (zie de redevoering bij het 100-jarig bestaan van C.T. Stork en Co.)
De calicots werden geleverd aan de Nederlandse Handel-Maatschappij, die ze naar Indië ex-porteerde. Na de verhuizing van de NHM van Den Haag naar Amsterdam was de NHM vanaf 1831 gevestigd aan de Herengracht 40. En vervolgens vanaf 1858 aan de Herengracht 466. Beide panden bestaan nog. In 1926 betrok de Maatschappij het gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat hoek Herengracht. Op 7 augustus 2007 werd in dit gebouw het vernieuwde Stadsarchief van Amsterdam voor het publiek geopend. De officiële opening door koningin Beatrix vond plaats op 12 september j.l.

Verkoop:
Het boek is te koop bij de volgende boekhandels:
Plantage Bos, Kampen;
Plantage Boekhandel Kroonpassage, Lelystad;
Marsman, Emmeloord;
Koster, Urk;
Museum Het Oude Raadhuis, Urk;
Museum Volendam;
Voster, Dronten;
Waanders, Zwolle;
Boek&Mix, Vollenhove.

Fabrieken op Schokland. Katoenweverij van 1838 tot 1857.
Schrijver: J. Spitse
ISBN: 978-90-812155-1-0
NUR: 685
Verkoopprijs: €12,95
Aantal bladzijden: 119