• Slideheader0
  • Slideheader1
  • Slideheader10
  • Slideheader11
  • Slideheader12
  • Slideheader13
  • Slideheader14
  • Slideheader15
  • Slideheader16
  • Slideheader17
  • Slideheader18
  • Slideheader19
  • Slideheader2
  • Slideheader20
  • Slideheader21
  • Slideheader22
  • Slideheader23
  • Slideheader24
  • Slideheader25
  • Slideheader26
  • Slideheader27
  • Slideheader28
  • Slideheader29
  • Slideheader3
  • Slideheader30
  • Slideheader31
  • Slideheader4
  • Slideheader5
  • Slideheader6
  • Slideheader7
  • Slideheader8
  • Slideheader9
Op 22-6-1814 stierf op Schokland de vroedvrouw Catharina Petronella de Wit <1>, de weduwe van de schoolmeester Willem Steenbeek <2>.
Op de Molenbuurt van Ens werden hun zes kinderen geboren:
  1. Reinerd, geboren 18-10-1796 ;
  2. Jan, geboren 9-2-1798, jong gestorven;
  3. Klaas, geboren 30-11-1799;
  4. Trijntje, geboren 20-9-1801;
  5. Marijtjen, geboren 4-9-1803 jong gestorven;
  6. Willempje, geboren 19-9-1804.

Bij de doop van Willempje, op 23-9-1804, trad Zwaantje de Wit <3>, de zuster van de moeder, op als getuige, omdat de vader van het kind reeds overleden was.
Op 18-7-1814, om twaalf uur 's middags, kwam een aantal mensen bijeen in het sterfhuis, staande op de Zuiderbuurt van Ens, wijk 2, nummer 7, om een inventaris te maken van de meubelen en andere roerende goederen die Catharina Petronella de Wit had nagelaten.

Als crediteur trad hierbij op de timmerman Everhard Philip Seidel <4> uit Vollenhove, die hiertoe op 8-7-1814 benoemd was door de Vrederechter van het Kanton Kampen.
Verder waren aanwezig de schoolmeester Johannes de Wit <5>, die een broer was van Catharina Petronella, en de schout Gerrit Jan Gillot <6>, respectievelijk voogd en toeziend voogd over de vier dan nog levende kinderen van het overleden echtpaar: Reinerd (18 jaar), Klaas (15 jaar), Trijntje (13 jaar) en Willempje (10 jaar).
Tevens waren aanwezig de Schokker schoolmeester Tobias Springstok <7> en de Kamper deurwaarder Willem Stevens van Rhoden, die als getuigen optraden, en de Kamper notaris Gerrit Jan van Wijhe.

Vervolgens werd nauwgezet alles genoteerd wat zich in het huis bevond, zodat we een heel aardig beeld krijgen van het interieur.
"En hebben wij gevonden in het vertrek met een raam aan de straat uitziende:
Een wit werkers cabinet waarin zich bevonden de navolgende goederen.
Op de onderste plank of rim: een blaauwe gestikte rok, een blaauwe greinen rok, een blaauwe damasten rok, een zwarte boezelaar, een nacht ronden (?) jak, een zwart krippen jak, een paars bont jak, een wollen boezelaar, een dito wollen, een rood bont jak, een doos met eenige lappen, een dekzel met lappen.
Op de tweede plank of rim: een doos waarin zich bevond: een waaijer met vijf mutsen, een zwarte satijnen broek, een bruine mans rok, een dito buisje, een driekanten mans hoed, een vrouwen hoed, een vrouwen broek, een deekentje, een kinderdeekentje, een zwarte zijden boezelaar.
Op de derde plank of rim bevonden zich: een half hemd, een serviet, een tafellaaken, een laken, een hemd, een vrouwen doek.
Op de vierde plank of rim bevonden zich: drie servietten, twee halsdoeken, negen sloopen.
In de eerste laade van het hiervoren gemelde cabinet bevond zich eenig kindergoed met en benevens een hoboo.
In de tweede laade: zes paar mouwen, twee paar zijden vrouwe moffen, een hoboo, vier stropjes, een zak met kinkhorens.
In de eerste uittrekslaade van het gemelde cabinet: een mans hemd, drie hoedjes, een duitsche pijp met porceleinen kop met mondstuk, een dito zonder mondstuk, een pakje vlas, twee vrouwen tassen, en eenige kleinigheden van geen waarde.
In de tweede laade bevond zich: een zwarte zijden doek met kant er om, en een muts met kant er om.
In de derde laade bevonden zich: elf groote delfsche schotels, zes witte borden, twaalf delfsche borden, waaronder een gebrooken, een trekpot, spelkom, zuikerpot, melkkan en theebus, een houten theestoof met kooper bak, twee schilderijtjes.
Een groen geverfde eiken kist, waarin zich bevonden: een zwarte mans broek, een blaauw bont beddejak, een paars dito, een wit bond vrouwen jak, een dito rok, een wit mouselijnen jak, een rijlijf, een grijze lakensche jas, een zwart camisool, een zwarte lakensche rok, een zwart satijnen camisool, een roode gewaterde grijnen rok, een geele gestikte rok, een vrouwen zwarte hoed.
Een groene geverfde houten kist, waarin zich eenige papieren van geen waarde bevonden, een vrouw jak, een witte borstrok, acht sloopen, vier hemden, acht laakens, een bont sloop.
Een laatafel met drie laaden.
In de bovenste laade bevonden zich eenige goederen van geen waarde.
In de tweede laade bevonden zich: Een koperen coffijkan, een verlakt blaadje, een bruin theekistjen met drie koperen bakjes met en benevens eenige lappen.
In de derde laade was een oude bijbel met eenige lappen.
Een lessenaar.
Een glaasen kast waarin zich bevonden: een koper keteltje, drie tinnen coffijkannen, een tinnen mengel, een blikken tregter, een tinnen theebus, een kooperen aschschop, een koper dekzel, een tinnen bord, een stelzel van driën, een koper dekzel, vier delfsche borden, een blikken trommeltje, twee theebusschen met koper dekzels, een zonder, en eenige goederen van geen waarde.
Een tabaksdoos en eenige boeken, een koperen braadpan en koperen coffijketel, twee koperen vang met stoof hengzel, een kooper keteltje, een ijzeren pot, een pannekoekspan, een hangijzer, een koper lamp, een vriesche klok, een tinnen nachtpot, een haal, een tang, een houten theeblaadje, een emmer met ijzer banden, eenig aardwerk, een bruin kasje, een glad tafeltje, twee opslagtafels, een schutje, een spinwiel, een lessenaar en een staande lessenaar, negen keukenstoelen.
Op de zolder bevonden zich twee losse kasjes, een houten schotelrek, acht steenen kruiken, een kinderstoel, een timmerkist, een ton, een vischkar, twee schaapevagten, een schotelrek, twee bedden, zeven kussens met een klein dito, een peuluwe, noch een dito, acht lakens, vijf wollen deekens, een schoudermantel, twee kinderdeekentjes, twee groene en twee bonte bedde gordijnen, een koper scheerbekken, twee emmers met ijzere banden, een balie met ijzer banden, twee keulsche potten, een tafeltje, een vuilnisbak, een blikken busch en een tafeltje, een kooper steelpannetje, een ijzeren aschpot, een koffijmoolen, een tinnen quispeldoor, een mandje met vier lepels en vier vorken.
Een gouden oorijzer gemerkt W.S.T.W., twee zilver beugeltassen, een zilver etui, een zilver kinderbel, een zilver haak met zilver doosje er aan, een schaar met zilver beslag, een paar gouden oorbellen, een zilver haak met een ketten, zeventig zilveren losse borstrokknoopjes, twee zilver belletjes, een zilver pijpepooker, twee zilver haakjes, een paar zilver centuurhaakjes, een paar zilver oorringetjes, twee penningen aan een zilver ring.
Twee oude schaapen en vier lammeren.
Een huis staande op het Eiland Schokland op Zuiderbuurt, zijnde wijk twee nummer zeven.
Een jaar tractement als gepensioneerde vroedvrouw ten summa van eenhonderd en vijftig guldens, hetwelk den boedel van het rijk al noch competeert."


Handtekeningen van Gerrit Jan Gillot (1782-1869), Johannes de Wit (1778-1825), Everhard Philip Seidel (1788-1873) en Tobias Springstok (1752-....). Wat men daarna met deze inventarislijst gedaan heeft, is niet helemaal duidelijk. Op 28-11-1815 werd door de rechtbank te Zwolle wederom een taxatie van de nagelaten goederen van Catharina Petronella de Wit gelast, en op 26-4-1816 bepaalde dezelfde rechtbank dat het genoemde huis en "wheere" (erf) op de Zuiderbuurt verkocht moest worden.
Vervolgens werden vanaf eind mei tot eind juni om de twee weken aanplakbiljetten opgehangen in Zwolle en op Schokland (zie bijgaande afbeelding), en vijfmaal advertenties geplaatst in de Overijsselse Courant.

Op maandag 15-7-1816 (en niet op 1-7-1816 zoals het aanplakbiljet meldt!) om elf uur 's morgens vond op Ens de "inzate" of voorlopige toe-eigening van het genoemde huis plaats in de kroeg van Jacob Reijers Kale <8>, in aanwezigheid van notaris G.J. van Wijhe uit Kampen, en van Johannes de Wit en Gerrit Jan Gillot, resp. voogd en toeziend voogd over de vier minderjarige kinderen van wijlen Willem Steenbeek en zijn vrouw. Na het voorlezen door de notaris van de verkoop-voorwaarden, opgemaakt bij akte van 20-5-1816, werd overgegaan tot het bieden.

Het doen van een bod moest binnen een bepaalde tijd gebeuren, en om die tijd te meten werden waslichten ontstoken, die ieder ongeveer één minuut konden branden. Het eerste bod werd gedaan door de aannemer Gerrit Jan Gillot, die 50 gulden bood. Meteen daarop bood Everhard Philip Seidel, meester-timmerman te Vollenhove, 60 gulden, waarop Gillot 70 gulden bood. Tenslotte bood Seidel 90 gulden. Na dit laatste bod gingen drie waslichten, het een na het ander aangestoken, uit, zonder dat iemand het bod verhoogde, zodat de voorlopige toe-eigening van het voornoemde huis en wheere toegestaan werd aan Everhard Philip Seidel.

Op maandag 22-7-1816 om elf uur 's morgens vond tenslotte de finale toe-eigening plaats, wederom ten huize van de kastelein Jacob Reijers Kale. In de week daarvoor waren er opnieuw aanplakbiljetten opgehangen in Zwolle en op Schokland en was een advertentie in de Overijsselse Courant geplaatst. Na het gebruikelijke ontsteken van waslichten, die één minuut konden branden, bood Everhard Philip Seidel 125 gulden voor het huis. Tijdens het opbranden van drie waslichten werd door niemand een ander bod uitgebracht, zodat daarmee de koop gesloten was. Seidel bleek daarna het huis gekocht te hebben voor Jetske Siebes <9> en Klaas Jansen Louwe <10>, echtelieden op Schokland.

Noten:
  1. Catharina Petronella de Wit werd op 2-7-1772 op Emmeloord geboren als dochter van Jan de Wit (1733-1818), schoolmeester op Emmeloord, en Trijntje van de Reijn (1740-....). Zij werd vernoemd naar Katharina Petronella Wijnstok, de overleden vrouw van de Schokker dominee David Nikolaas van Nes.
  2. Willem Reinders Steenbeek, schoolmeester te Ens, was op 26-5-1771 geboren te Blankenham. Hij trouwde op 13-6-1791 te Blankenham met Geertruid Willems Taats (....-1791). In 1804 was hij schout van Schokland.
  3. Zwaantje de Wit werd op 26-10-1770 op Emmeloord geboren als dochter van Jan de Wit, schoolmeester op Emmeloord, en Trijntje van de Reijn.
  4. Everhard Philip Seidel jr. werd geboren op 8-8-1788 te Vollenhove als zoon van Lucas Seidel (1760-1827), schout van Schokland (1793-1804), en Elisabeth Johanna van Guldener (....-1841). Hij woonde in het latere hotel Seidel te Vollenhove, en overleed op 12-12-1873 te Vollenhove.
  5. Johannes de Wit werd op 19-1-1778 op Emmeloord geboren als zoon van Jan de Wit en Trijntje van de Reijn. Evenals zijn vader was hij schoolmeester op Emmeloord. Ook zijn grootvader Jan Jansz de Wit (1700-1748), afkomstig uit Blokzijl, was schoolmeester op Emmeloord. Jan de Wit (1778-1825) is eerder tweede schoolmeester te Vollenhove geweest, en trouwde op 19-8-1808 te Vollenhove met Geertje Laan uit Hellendoorn. Hij overleed op 30-5-1825 te Kampen ten gevolge van letsel dat hij opliep tijdens de stormvloed in februari van dat jaar.
  6. Gerrit Jan Gillot (1782-1869), de latere burgemeester van Schokland.
  7. Tobias Springstok, geboren 1-4-1752, wonend op de Middelbuurt op huisnr. 6.
  8. Jacob Reijers Kale, die ook jachtschipper was, werd 10-2-1749 geboren op Schokland als zoon van Reijer Jacobs Kale (1706-1773) en van Leijsje Michiels (1718-1751). Hij is overleden 23-1-1824 op Schokland, en was gehuwd met Jannetje Pieters Buter (1759-1842).
  9. Jetske Siebes of Sijbes (1760-1825), afkomstig uit Berlicum in Friesland, was evenals Catharina Petronella de Wit vroedvrouw. Zij was dat al toen zij op 20-3-1815 trouwde met de Schokker visser Klaas Jansen Louwe. Zij stierf op 15-5-1825 op Schokland.
  10. Klaas Jansen Louwe was op 12-8-1761 op Schokland geboren als zoon van Jan Jansen Louwen en Eva Klaasen Boese. Hij overleed 13-12-1829 op Ens.
 
Bron: Ab en Bruno Klappe, het Schokker Erf 26, mei 1994