• Slideheader0
  • Slideheader1
  • Slideheader10
  • Slideheader11
  • Slideheader12
  • Slideheader13
  • Slideheader14
  • Slideheader15
  • Slideheader16
  • Slideheader17
  • Slideheader18
  • Slideheader19
  • Slideheader2
  • Slideheader20
  • Slideheader21
  • Slideheader22
  • Slideheader23
  • Slideheader24
  • Slideheader25
  • Slideheader26
  • Slideheader27
  • Slideheader28
  • Slideheader29
  • Slideheader3
  • Slideheader30
  • Slideheader31
  • Slideheader4
  • Slideheader5
  • Slideheader6
  • Slideheader7
  • Slideheader8
  • Slideheader9

In veel Schokker families weet men uit de overlevering mooie en soms ook wel eens wat minder mooie verhalen te vertellen over het wel en wee van de oude voorvaderen. Niet iedereen wil of kan die verhalen aan het papier toevertrouwen, wat best wel jammer is, want zo gaat immers veel informatie verloren

De heer J.A.J. Klappe uit Winschoten, bijgenaamd "de Bok", een zoon van Ab "de Bok", reageerde in oktober 1988 op een radiouitzending, waarin zijn achterneef (en ons redactielid) Ab Klappe iets vertelde over het ontstaan van zijn familienaam. Onze theorie was dat die naam in 1749 ontstaan was, toen Bruin Klasen tijdens de Schokkerkermisweek met kruit zijn handen en aangezicht verbrandde. In diezelfde week brandde het gehele noorderdeel van Emmeloord, tot aan het kerkhof, tot de grond toe af, maar of dat verband houdt met het kruit van Bruin is niet duidelijk. Sinds die tijd werd hij Bruin Klasen Klappe of Klap genoemd, en men noemde hem ook wel Klappenbruin. Het lijkt ons aannemelijk dat deze naam verband houdt met de klap van het ontploffende kruit (zie het Schokker Erf 1, blz. 5-6).

Ons lid uit Winschoten was het niet zo eens met deze theorie, en meende dat de naam Klappe ook te maken kan hebben met het feit dat men vroeger iemand had die de mensen wekte, een zogenaamde klapper. Later zou volgens hem deze beroepsnaam overgegaan zijn in een familienaam. Het zou mogelijk kunnen zijn, al lijkt ons het verband met de klap op Emmeloord aannemelijker.

Daarna stapte onze briefschrijver over op een intrigerende oude familieoverlevering, waarvan wij nog nooit iets vernomen hadden, ofschoon wij toch vrij nauw verwant zijn. Hij schreef ons:
"De vader van mijn grootvader voer met zijn botter de Noordzee op en haalde daar koffie en thee van de Engelsen. Die begroef men dan op Schokland en werd dan in de winter, als de zee dicht gevroren was, op schaatsen in Kampen verhandeld. Op zekere dag kwamen er twee douaniers hem op het spoor, doch deze mensen heeft men nooit terug gezien. Doch de man (en dat was de vader van mijn grootvader) is thuis gekomen, is op bed gegaan en heeft het niet overleefd."

Het gaat hier om mijn bloedeigen betovergrootvader Gerrit Klasen Klappe, die op 16-11-1800 geboren was op Emmeloord, en daar stierf op 26-4-1843. Hij was op 23-10-1831 gehuwd met Aaltje Alberts Koek (1813-1897). Zij zou later driemaal hertrouwen, achtereenvolgens met Jan Klasen Konter, Joannes Diender en Theodorus Kolleman.
Omdat dit zo'n geheimzinnig verhaal was, heeft ons toenmalige redaktielid Els van der Waag destijds nog een uitvoerig telefoongesprek met onze zegsman gehad. Zij schreef ons hierover:
"Over het gesmokkel van zijn overgrootvader zei hij, dat de koffie en thee over het ijs naar Kampen gebracht werden en daar verhandeld. Deze koffie en thee werden op de Noordzee van de Engelsen gekocht, ver onder de prijs, en de wederverkoop ervan leverde de in de winter broodnodige middelen voor levensonderhoud op. Na de schermutseling met de douaniers is de overgrootvader thuis gekomen, heeft niet meer gesproken en is "kort" daarna gestorven. Hoe kort erna, weet de heer Klappe uit Winschoten niet. De man stierf in 1843, dat is 30 jaar na de opheffing van het door Napoleon ingestelde Continentaal Stelsel dat alle handel met Engeland verbood. Maar ja, misschien is er nadien tóch nog wel smokkelhandel geweest?
De douaniers zouden, naar algemeen in de familie wordt aangenomen, door de overgrootvader zijn gedood en onder het ijs geschoven. Vandaar dat er nooit meer iets van hen gehoord of gezien is. Dat de overgrootvader ook zelf flink werd toegetakeld bij deze onderneming blijkt uit zijn spoedige dood. Maar, zegt de heer Klappe, ik heb ook alles maar van horen zeggen, en in de Schokkervereniging zijn tegenwoordig zoveel knappe mensen. Die kunnen dat vast allemaal wel eens precies gaan uitzoeken."

Wie die knappe mensen dan wel zijn laat ik even in het midden. Gezocht hebben we wel in het archief te Kampen en in plaatselijke kranten, maar spijtig genoeg hebben we niets gevonden wat met deze zaak verband kan houden.
Rest ons een mooi verhaal waarvan we helaas wel nooit zullen weten of er iets van waarheid in schuilt.

 

Bron: Bruno Klappe, het Schokker Erf 36, september 1997