• Slideheader0
  • Slideheader1
  • Slideheader10
  • Slideheader11
  • Slideheader12
  • Slideheader13
  • Slideheader14
  • Slideheader15
  • Slideheader16
  • Slideheader17
  • Slideheader18
  • Slideheader19
  • Slideheader2
  • Slideheader20
  • Slideheader21
  • Slideheader22
  • Slideheader23
  • Slideheader24
  • Slideheader25
  • Slideheader26
  • Slideheader27
  • Slideheader28
  • Slideheader29
  • Slideheader3
  • Slideheader30
  • Slideheader31
  • Slideheader4
  • Slideheader5
  • Slideheader6
  • Slideheader7
  • Slideheader8
  • Slideheader9
Het leugenschip van Schokland Bespreking door Els van der Waag-Conijn in Het Schokker Erf nummer 11:

Barre winters
Hij laat de plank zien die hij met zijn mouw wat schoon geveegd heeft. Er is iets ingebrand. Een naam. Op de plank staat in ruwe letters een tekst gebrand. Een deel is onleesbaar door de inwerking van het water, vermoedelijk de plaatsnaam van het schip. Maar nog steeds goed leesbaar, na ruim een eeuw, is de naam van de tjalk: ‘DE TOEKOMST’

Deze regels vormen het slot van een hoofdstuk van ‘Het leugenschip van Schokland’, geschreven door Jacob Starreveld. Jongens en meisjes, leden van de Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis, zijn uit alle windstreken naar de polder gekomen om er onder leiding van een scheepsarcheoloog een scheepswrak uit de grond te graven. Hun wroeten in de modderige klei heeft succes, maar het is een succes waarmee niet alle leden onverdeeld gelukkig zijn, want kreten van afgrijzen klinken, als blijkt dat het wrak twee skeletten bevat… Op het moment van die afgrijselijke ontdekking staan de jeugdige geschiedvorsers op de half vergane bodem van ‘DE TOEKOMST’ oog in oog met het verleden. En hoe dat verleden er uit heeft gezien, daar komen ze, na lang en geduldig speurwerk, van lieverlede achter. En ook wij, de lezers van dit boek, kijken over hun schouders mee naar wat er zich in de vijftiger jaren van de vorige eeuw op en om Schokland zoal heeft voorgedaan.

Het boek speelt zich af tussen twee winters, de winter van 1866 en die van 1986, beide nog echte, koude winters, met vriesweer en ijs, maar, en daarbij gaat Jacob Starreveld uit van ons aller ervaring, de winter van 1986 wordt niet als erg koud beleefd: een duo uit de Jeugdbond reist dan per auto warm en comfortabel nog eenmaal terug naar het opgegraven wrak, zich bovendien nog koesterend in hun ontluikende verliefdheid! Maar voordat we, mét de Jeugdbond, in de polder aan de slag zijn gegaan, hebben we in de barre winter van 1866 oog in oog met de dood gestaan op het schip ‘DE TOEKOMST’ waarmee het schippersechtpaar Klaasman en hun knecht Arend Dubbels schipbreuk lijden op de Zuiderzee. De schipper en zijn knecht komen beide om, de vrouw van de schipper over leeft de ramp net lang genoeg om de toedracht ervan aan anderen bekend te maken, waardoor de nazaten van Arend Dubbels weten op welke manier deze aan zijn einde is gekomen.

Deze Arend speelt een centrale rol in het boek, dat eigenlijk opgebouwd is als een klassieke raamvertelling. Het raam wordt gevormd door de lotgevallen van de leden van de Bond ter Bestudering van de Geschiedenis, terwijl zich binnen die lijst de gebeurtenissen afspelen die Arend Dubbels als kind en jongeman meemaakt op Schokland in de jaren waarin dit eiland met ondergang en ontruiming bedreigd wordt.

Het blijkt dat hij van alles wat hij heeft beleefd een soort verslag heeft geschreven, dat hij aan zijn zoon heeft nagelaten. Diens weduwe geeft deze papieren later aan de Jeugdbond in handen. Want de jonge archeologen zijn door hun knappe historische onderzoek op het spoor van Arend Dubbels en zijn nazaten gekomen, en zo kan Starreveld in het centrale deel van het boek, deel III, Arend Dubbels a.h.w. aan het woord laten als ik-verteller en ooggetuige.

Waarschijnlijk zullen de echt orthodoxe Schokland-kenners onder onze lezers bij het doornemen van dit deel van het boek af en toe de wenkbrauwen fronsen, misschien soms zelfs wel eens het wijze hoofd schudden, maar dat neemt niet weg, dat er tal van spannende episoden, vermakelijke anecdotes en mooie volksverhalen verteld worden, waaronder ook het verhaal over het Leugenschip dat aan het boek als titel is gegeven. En de vele aspecten van het verleden van Schokland die naar voren komen zullen jong en oud kunnen boeien.

Dat het boek is ingedeeld volgens de seizoenen wekt wel licht bevreemding, maar is toch wel op zijn plaats, omdat op Schokland de wisseling van zomer en winter veel intenser, veel lijfelijker ervaren werd, zeker de winter, wanneer, zoals ook hier verteld wordt, Schokland soms door kruiend ijs van de rest van het land was afgesneden, en er honger en gebrek werd geleden. Het boek is mooi geïllustreerd en heeft een kleurige omslag waaraan direkt te zien is, dat het zich in twee tijden en in twee werelden afspeelt. Het lijkt mij een uitstekend verjaarscadeau voor kinderen en kleinkinderen van Schokker nazaten. Maar, met het overhandigen van dit geschenk bent u er natuurlijk nog niet! Want vanzelfsprekend moet u uw nakomelingen ook nog verder inwijden in de eigen Schokker familiegeschiedenis.

Jacob Starreveld, met tekeningen van Henk Tol
Het leugenschip van Schokland - ISBN 9021606984 - Ploegsma, 1987
Het boek is alleen nog tweedehands verkrijgbaar.