Belazerd voelden ze zich, de deelnemers aan de Schokkerdag 1994 op het
oude eiland. Belazerd, omdat ze een weeklang gehoord hadden, en gezien
op de t.v., dat deze zaterdag de mooiste dag in een reeks van minder
mooie dagen zou zijn. Dus niet.... Of de gasten uit het noorden kwamen
of uit het oosten, zuiden of westen, allemaal hadden ze onderweg een
fikse regenbui over zich heen gehad, en er kwam nog meer regen, maar
daarover later.
Zo tussen negen en tien uur druppelden de gasten binnen. Binnen was in
de grote tent die op het weiland naast de terp was neergezet. De gebruikelijke
taferelen, groeten, zoenen, handjes geven, veel lachen, veel grijze kopjes,
het vertrouwde beeld.
Het karakter van deze Schokkerdag was wat anders als anders. Het feit
dat het 135 jaar geleden was dat Schokland werd ontruimd, een soort kroonjaar
dus, was door het bestuur aangegrepen om een stuk van het ochtendprogramma
in het teken van een herdenking te plaatsen.
De gasten die met de bus in Ens waren aangekomen, werden met vereende
krachten opgehaald en naar het voormalige eiland gebracht.
Tot een uur of één speelde het programma zich af in de
tent. Op de wanden waren de 48 meest voorkomende Schokker familienamen
bevestigd. De koffie was klaar en de Schokkermoppen ook, dus om exact
6 minuten over 10 kon Ben Kroes, de voorzitter, de jaarvergadering openen.
Hij vroeg enige ogenblikken stilte om het overlijden van de vorige voorzitter,
Henk Toeter, te gedenken, en ook andere leden van de vereniging werden
herdacht. Daarna dankte hij de sponsoren, die de organisatie van deze
dag hadden gesteund. Hij deed een beroep op de aanwezigen om het "Schokkerverhaal" in
eigen kring steeds weer te vertellen; ook sprak hij de hoop uit dat
de ledenaanwas van onderen op zou gebeuren.
De agenda werd in sneltreinvaart afgewerkt; iedere bestuursfunctionaris
kreeg applaus, maar het agendapunt "benoeming ereleden" werd
wat uitvoeriger behandeld. De onbegrijpelijke weigering van enige leden
van het oude bestuur om het erelidmaatschap van de vereniging te aanvaarden,
noopte de voorzitter om hier wat langer bij stil te staan. Hij sprak
uit dat de vereniging dankbaar was voor het vele goeds dat door het
vorige bestuur was gedaan. Ook geluiden uit de vergadering wezen op
dankbaarheid
t.o.v. het oude bestuur en een niet begrijpen van de weigering. Uiteindelijk
werd het erelidmaatschap verleend aan vier personen die zich zeer verdienstelijk
hadden gemaakt. Het was jammer dat van deze vier alleen Ab Klappe aanwezig
was om de mooie oorkonde in ontvangst te nemen. In zijn dankwoord sprak
ook Ab Klappe zijn spijt uit over de starre houding van de "weigeraars".
Ben Kroes vroeg de vergadering toestemming om aan het werk te gaan met
de aanpassing van de statuten en het huishoudelijk reglement. Die toestemming
werd hem verleend.
Om 11.35 begon de rondvraag met het voorlezen van een brief, geschreven
door Tiemen Roos uit Urk. De brief behelsde een droevig probleem: beenderen
van voorouders, die eens door prof. de Froe op de Zuidpunt waren opgegraven
en voor onderzoek waren gebracht naar de Universiteit van Amsterdam.
Het onderzoek werd wel of niet uitgevoerd en de beenderen liggen al jaren
in kisten op een zolder van de Amsterdamse Universiteit. Wat er verder
over werd gediscussieerd doet in dit verband niet terzake, maar wat overblijft
is een gevoel van onbehagen over de gang van zaken. Dit kan en mag niet
en de voorzitter beloofde om voorzichtig te beginnen met een onderzoek
naar deze trieste zaak.
De heer de Lange vroeg hoe het stond met de contacten met de vereniging
Vrienden van Schokland. De voorzitter kon hem vertellen dat de contacten
naar tevredenheid zijn gelegd en als bewijs daarvoor wees hij op het
feit dat er een kraam van de Vrienden op de terp stond.
Hierna werd begonnen met het herdenkingsprogramma. De gasten werden
begroet en als eerste trad op de wethouder van Kunst en Cultuur van
de gemeente
Noordoostpolder, mevr. van den Berg-Otter, die het Schokkerbeeldje
ging onthullen. Het Urker Mannenkoor Hallelujah had zijn plaats op
het podium
al ingenomen en mevr. van den Berg moest zich tussen al die stoere
vissers naar voren begeven en toen zij na enkele welgekozen woorden
het doek
dat over het beeldje hing, langzaam omhoog trok, ontlokte dat veel
ooh's en aah's aan de Urker mannen. Mevr. van den Berg treuzelde even
met het
onthullen en sprak de gedenkwaardige woorden: "Urker mannen zijn
kennelijk niet zoveel gewend". Het beeldje is leuk en krijgt een
mooie plaats op de terp.
In haar hieropvolgende toespraakje wees de wethouder er op, dat er in
1859 niet alleen armoede heerste op Schokland, maar dat in geheel Nederland
van die dagen op vele plaatsen armoede werd geleden. Ook sprak zij haar
spijt er over uit dat er kennelijk een bepaalde tweedracht in de vereniging
was geslopen en zij hoopte dat deze zaak tot een goed einde werd gebracht.
Daarna was de beurt aan de heer W. Oosterhof, directeur van het Museum
Schokland, die in een knap opgebouwd verhaal iets over de geschiedenis
van het eiland vertelde. Hij sprak over de belangrijkheid van het gebied,
dat nu ook internationaal wordt erkend. Al pratende ontvouwde hij een
interessante gedachte. De door generaties overgeleverde spijt over
het verloren eiland, dat ze in 1859 hadden moeten verlaten omdat het
onbewoonbaar
werd verklaard, en dat tot het droogvallen van de Noordoostpolder in
1940 als eiland was blijven bestaan en ook nu nog boven het polderlandschap
uitsteekt, zou iets te maken kunnen hebben met het ontstaan van de
Schokkervereniging. Ook pleitte hij voor de wedergeboorte van de geografische
naam "Schokland",
want die naam staat niet meer op de kaart.
De Urkers gingen staan, dirigent Zwart verklaarde in grote moeilijkheden
te verkeren: de piano was in de modder blijven steken, de solisten
vergaderden en waren hier dus afwezig, zodat er een kleine programmawijziging
doorgevoerd
moest worden. "'t Scheepje onder Jezus hoede" werd gezongen,
even kletterde de regen op het tentdak, daarna zongen ze "Come,
O Jesus, come to me", een mooi lied waar de goede luisteraar het
bekende "Pie Jesu" in hoorde.
Dominee Heegsma en pastoor Ketelaer traden op, rug aan rug, om beurten
vertellend van de moeilijkheden van de Schokker zielzorgers door de
eeuwen heen. Ze bleken altijd dezelfde zorgen te hebben gehad, ook
wat betreft
de vele "stippeltjeshuwelijken". De laatste opmerking, en toen
stonden ze naast elkaar, was dat ze nu "broeders" waren en
deze uitspraak werd met applaus beloond. Na dit applaus dacht Ben Kroes
dat ze klaar waren met hun act, maar dat was niet zo, dus Ben weer
schielijk af. De slotopmerking van de dominee was een beetje pesterig
tegen de
pastoor. Hij zei dat hij als eerste weer had gestaan op de kansel van
het kerkje op de terp.
De Urkers weer: "Lof aan de Heer" werd gezongen en daarna: "Meester
de Stormwind" en de regen kletterde en de tentzeilen wapperden zo
erg, dat soms het zingen niet werd gehoord. Veel applaus was het resultaat
en ze zongen een toegift: "Frieden", niet gestoord door de
regen. Een mooi optreden, zowel voor het oog als voor het oor.
De bar ging open, een gezellig drankje; minder gezellig om er een te
krijgen, en daarna volgens het programma een "Lopende Lunch",
maar er had beter kunnen staan "Stilstaande Lunch", want
het duurde echt te lang. Iedereen kreeg uiteindelijk wel zijn kop soep
en
zijn portie broodjes, keus uit drie, dus niet zo ingewikkeld.
Het middagprogramma begon om 14.00 uur. De manifestaties waren voor het
grootste gedeelte buiten. Het leek wel of het bestuur een speciaal lijntje
had met de weergoden, want bijna op commando verdwenen de regenwolken
en stapelden zich de hoge witte wolken op, waartussen de zon verscheen
die het mooie toneel op de terp letterlijk in het zonnetje zette. Hoe
mooi was dat, tegen het decor van het kerkje en het mooie landschap van
de polder! De kleurige kraampjes en het optreden van mensen in klederdracht.
De modeshow van oude drachten op Urk, als man-speaker trad op de heer
P. van der Zwan, die olijk zijn modellen begeleidde en niet schroomde
ze te waarschuwen de onderrokken niet te hoog op te trekken, en liet
weten dat het niet nodig was de binnenkant van de rokken te laten zien.
Jammer dat de geluidsinstallatie ontbrak, want de heer van der Zwan was
erg geestig.
Het Zeebodemkoor uit Ens trad op, meeslepend, vrolijkheid uitstralend,
feestvreugde verhogend. De dansgroep Vidam (wat waren de vrouwtjes klein)
leed ook onder het gebrek aan geluid. Vliegensvlug werd een bandrecorder
met boxen uit Lelystad gehaald en de voorstelling kon beginnen. Charmant
is het woord, kleurig en vakkundig, een streling voor het oog!
Ondertussen reed een pendelbus van de terp naar oud-Emmeloord. Volgens
de chauffeur had hij bij zijn eerste pendel slechts één
vrouwelijke passagier aan boord, maar of die ook van Oud-Emmeloord
was teruggekeerd wist hij niet. Echter de volgende pendels waren goed
bezet
en velen ervoeren onder de hoge luchten de eenvoudige grootheid van
dit stukje land. De gedeeltelijke reconstructie toont iets van hoe
het is
geweest. Sommige bezoekers moesten door de chauffeur, die er niet tegenop
zag zijn bus te verlaten, bij de lurven worden gepakt, omdat ze als
vastgenageld in de dierbare grond waren blijven staan.
Terugkomend op de terp klonken weer de klanken van het Zeebodemkoor,
echt, een uniek sfeertje! De lucht betrok weer, het contact met de
weergoden was verbroken en de meute begaf zich tentwaarts voor het
laatste uur
van de dag. Het orkest De Tunes speelde al de hele middag in de tent
en er werd nu, na vijven, gezellig gedanst en gezongen. Het Zeebodemkoor
gaf weer acte de presence, waarbij de "gouden" boer, medewerker
en zanger Vercraeije als spreekstalmeester optrad. Moeder Vercraeije
werd toegezongen en massaal werd het tot Schokker Volkslied gebombardeerde "Vaarwel
Schokland" meegezongen, hoewel er eigenlijk een ander lied als Schokker
Lied is gecomponeerd dat we niet meer horen. Maar ja,...... het Slavenkoor
uit Aïda van Verdi zingt zo heerlijk weg....
Maar aan dat alles komt een eind. Ben Kroes vroeg: "Wat doen we
het volgende jaar, gaan we weer met de boot, bijvoorbeeld de IJssel op?" Veel
handopstekers gaven blijk van instemming, dus misschien volgend jaar
weer in het schip. Bij een glaasje bier werd nog even gebrainstormd,
voortbordurend op het archeologisch belang van Schokland; volgend jaar
varen we de Thames op en sluiten een vriendschapsverdrag met de Tower
of London, zo doen we dat!
Ieder ging zijns weegs, een mooie Schokkerdag, een bijzondere, was voorbij
en het bestuur ruimde de tent op. Tafels en stoelen op een pallet, de
kramen buiten werden weer tot vlakke proporties teruggebracht en er werd
een laatste drankje gedronken.
Tot de volgende Schokkerdag!
Thijs Jansen, Drachten