Uit het Schokker Erf nr. 29 (mei 1995):
Twee gearresteerde Schokkers
Zoals dat in elke samenleving het geval is, kwamen ook
Schokkers weleens in aanvaring met Justitie. In het
Gemeente-archief van Kampen vonden we enkele arrestatie-bevelen
uit het jaar 1856. Iedereen weet natuurlijk dat Schokkers
goud-eerlijke mensen zijn, dus het kan onmogelijk iets ernstigs
geweest zijn wat zij gedaan hebben. Ook de hoogte van de
opgelegde straf wijst in die richting. Laten we het er maar op
houden dat de armoede hen parten heeft gespeeld......
In het eerste arrestatiebevel lezen we:
Zwolle, den 7 Maart 1856.
Aan den Heer Burgemeester te Schokland. De persoon van Louwe Tromp, oud 54 jaren, arbeider, geboren en woonachtig te Schokland, is bij vonnis mijner Regtbank d.d. 21 februarij jongstleden veroordeeld tot eene gevangenzetting voor den tijd van acht dagen. Ik verzoek UEd.:
1. hem af te vragen of hij een verzoek tot gratie heeft ingediend, zoo ja, mij dit dadelijk te melden;
2. zoo niet, alsdan hem aan te zeggen, dat hij zich tot het ondergaan van de gemelde straf vóór of uiterlijk op vrijdag 14 maart aanstaande, des voormiddags tusschen tien en één uur, bij mij op het parquet moet vervoegen, vooral niet later;
3. op den hierboven vermelden dag onderzoek te doen of door hem aan de oproeping het vereischt gevolg is gegeven, zoo niet de nalatigen onmiddellijk te doen arresteren en gevankelijk herwaarts te doen overbrengen.
De Officier van Justitie te Zwolle.
Het tweede arrestatiebevel luidt als volgt:
Zwolle, den 25 Maart 1856.
Aan den Heer Burgemeester te Schokland.
De persoon van Albert Bruins Diender, visscher, woonachtig te Schokland, is bij vonnis mijner Regtbank d.d. 6 Maart jongstleden veroordeeld tot eene gevangenzetting voor den tijd van acht dagen. Ik verzoek UEd.:
1. hem af te vragen of hij een verzoek tot gratie heeft ingediend, zoo ja, mij dit dadelijk te melden;
2. zoo niet, alsdan hem aan te zeggen, dat hij zich tot het ondergaan van de gemelde straf vóór of uiterlijk op vrijdag 28 maart aanstaande, des voormiddags tusschen tien en één uur, bij mij op het parquet moet vervoegen, vooral niet later;
3. op den hierboven vermelden dag onderzoek te doen of door hem aan de oproeping het vereischt gevolg is gegeven, zoo niet de nalatigen onmiddellijk te doen arresteren en gevankelijk herwaarts te doen overbrengen.
De Officier van Justitie te Zwolle.
Louwe Tromp <1>, die zich op 14 maart moest melden om
zijn straf uit te zitten, zag zo tegen zijn aanstaande verblijf
in de gevangenis op, dat hij er maar helemaal van af zag .....
De officier van Justitie te Zwolle schreef op 25-3-1856 aan
burgemeester Gillot:
"De persoon van L. Tromp, op de bepaalde tijd niet
verschenen zijnde, wordt UwEagb. verzocht hem dadelijk te doen
arresteren en herwaarts over te brengen, hetwelk u volgens mijne
brief van den 7e dezer reeds de 15de dezer verpligt was".
Twee dagen later legde burgemeester Gillot uit aan de Officier
van Justitie wat er gebeurd was. Dadelijk na de ontvangst van het
arrestatiebevel van 7-3-1855 was Louwe Tromp meegedeeld wat dat
bevel inhield, waarna hij beloofd had zich op de vastgestelde
tijd te melden op het Parket te Zwolle. Op woensdag 12-3-1855 was
hij al met de beurtman naar Kampen vertrokken, met medeneming van
een begeleidende brief van de burgemeester. Hij had beloofd zich
ruimschoots op tijd in Zwolle te melden om zijn straf te
ondergaan.
Hoe dichter hij in de buurt van Zwolle kwam, hoe zenuwachtiger
hij werd. Het werd hem zo zwaar te moede, dat hij tenslotte maar
besloot zich niet te melden.....
Acht dagen later kwam hij weer op Schokland aan. Burgemeester
Gillot, hoogst verbaasd dat Louwe Tromp nu al terug was, vroeg
hem om uitleg. Tromp antwoordde hierop dat hij netjes de brief
van de burgemeester afgegeven had aan de heren van het Parket in
Zwolle.
Daarop zou hem gevraagd zijn of hij wel in de gevangenis wilde
zitten, waarop hij geantwoord had: "Als ik het verdiend
heb, dan wel". De meelevende heren zouden toen gezegd
hebben: "Gaat dan maar weder naar uw vrouw en
kinderen".
Toen een kleine week later de Officier van Justitie opheldering
vroeg aan burgemeester Gillot over het wegblijven van Tromp,
besefte Gillot eindelijk hoe de vork in de steel zat.
Onmiddellijk begaf hij zich naar het huis van Tromp om hem aan te
houden, maar hij bleek op zee aan het vissen te zijn.
"Zoodra hij te huis komt zal ik hem onmiddellijk doen
arresteren en gevankelijk doen overbrengen", schreef
Gillot op 27-3-1856 aan de Officier van Justitie.
Blijkbaar enigszins benauwd dat ook de tweede veroordeelde iets
dergelijks zou uithalen, schreef Gillot:
"Volgens missive van UwelEd. Gestrenge d.d. 25 Maart
j.l. heb ik mij begeven ten huize van Albert Bruins Diender
<2> om hem aan te zeggen dat hij zich op den door UwelEd.
Gestr. bepaalden tijd op het Parquet bij Uwed. Gestrenge moest
vervoegen, ten einde daar de straf te ondergaan waartoe hij op
den 6den Maart veroordeeld is. Daar hij echter van huis was om in
de Zuiderzee te visschen, zoo heb ik bovenstaande aan zijne vrouw
aangezegd, die beloofde om hem dit te zeggen. Indien het mij mogt
blijken dat hij aan deze oproeping niet voldoet, dan zal ik hem
onmiddellijk doen arresteren en gevankelijk naar UwelEd.
Gestrenge over zenden."
Noten:
Ab en Bruno Klappe, Eindhoven.

Emmeloord, getekend door Henry Monnier.