Uit het Schokker Erf nr. 3 (september 1986):
De tweede ontruiming van Schokland (1940)
81 Jaar nadat de Schokkers gedwongen werden hun
geboortegrond te verlaten, vond er nog een tweede ontruiming
plaats. De resten van de achtergebleven overleden Schokkers
werden opgegraven en verhuisden naar de universiteit van
Amsterdam.
Dr. A. de Froe, destijds docent in de antropologie aan deze
universiteit, heeft tussen 18 juli en 15 augustus 1940
opgravingen verricht op de Zuidpunt van Schokland, met behulp van
een tiental studenten van de medische faculteit. Als lid van de
sectie voor antropologie van de Stichting voor het
Bevolkingsonderzoek der Drooggelegde Zuiderzeepolders kreeg hij
toestemming voor dit onderzoek van de Directie der
Zuiderzeewerken en van het gemeentebestuur van Kampen.
Het Anatomisch Laboratorium van de Amsterdamse Universiteit droeg
bij in de kosten, dankzij de hulp van prof. dr. M. Woerdeman.
Voorwaarde hierbij was wel dat de universiteit eigenaar zou
worden van de overblijfselen die gevonden zouden worden. Ook tal
van winkeliers uit Kampen hebben er toe bijgedragen dat het dr.
De Froe en de zijnen aan niets ontbrak tijdens hun arbeid op het
eenzame eiland.
Waarom nu deze opgravingen?
De Schokker bevolking gold als een der minst vermengde
bevolkingsgroepen in Nederland. Zij hadden, omdat zij op een
eiland woonden, vrij weinig kontakt met mensen uit andere
streken. Het gebeurde niet vaak dat iemand van elders zich op
Schokland verstigde, wat begrijpelijk was gezien de grote armoede
en de erbarmelijke omstandigheden waaronder geleefd moest worden.
Zo komen slechts enkele Schokker families oorspronkelijk niet van
Schokland, maar van elders (o.a. Jongsma, Mastenbroek, Ruiten,
van Kleef).
Een Schokker trouwde dus meestal met een Schokkerin. Bovendien
waren bruid en bruidegom meestal ook nog familie van elkaar. Zo
werden er tussen 1749 en 1812 194 Rooms-Katholieke huwelijken
gesloten, waarbij in 108 gevallen dispensatie aangevraagd moest
worden wegens een verboden graad van verwantschap (2e, 3e of 4e
graads bloed- of aanverwantschap). Dit komt neer op bijna 56% van
de R.K. huwelijken.
Daarbij komt nog, dat ook op het eiland zelf nog eens sprake was
van twee tamelijk streng gescheiden gemeenschappen, nl. het
Katholieke Emmeloord en het Nederduits-Gereformeerde Ens.
De Schokkers zijn dus door hun isolement vrij zuivere
representanten van de middeleeuwse bewoners van midden-Nederland,
en mogen tot de meest oorspronkelijke bevolking van ons land
gerekend worden.
De opgravingen in 1940
Op Schokland aangekomen bleek het Katholieke kerkhof van
Emmeloord grotendeels weggespoeld te zijn door de steeds
weerkerende stormvloeden, terwijl het kerkhof van de
Gereformeerden op de Zuidpunt nog goed intact was. Daarom besloot
men zijn aandacht te richten op de laatstgenoemde begraafplaats,
die gelegen was binnen de ruïne van de middeleeuwse kerk.
Deze kerk dateert uit het begin van de 14e eeuw, en is na de
Reformatie in handen van de Protestanten gekomen. In 1717 wordt
een nieuwe kerk op de Molenbuurt in gebruik genomen, waarna de
oude kerk gesloten wordt. Het gebouw vervalt steeds meer en
tenslotte wordt het omstreeks 1821 afgebroken tot op de
fundering.
Zoals bekend begroef men vroeger de doden onder de kerkvloer. Na
de afbraak bleef men de ruimte binnen de funderingen gebruiken
als kerkhof. Buiten de kerk werden de lijken begraven van hen,
die aan een besmettelijke ziekte waren gestorven.
De bij deze opgravingen tevoorschijn gekomen funderingen werden
in kaart gebracht en beschreven door A.J. Reijers, hoofdopzichter
bij de Gemeentewerken te Kampen (die eerder samen met H.J.
Moerman uitstekende artikelen geschreven heeft over "De
eilanden Schokland en Urk", in 1984 opnieuw uitgegeven
door de Stichting Urker Uitgaven). Deze publiceerde zijn
bevindingen in de Kamper Almanak 1940/41, waarbij Dr. A. de Froe
een korte inleiding schreef.

Opgegraven beenderen van Schokkers.
Foto uit bezit van Dr. De Froe, 1940.
De opgravingen in 1944
In de zomer van 1944 vond er weer een opgraving plaats
op de Zuidpunt. Dit keer door P.J.R. Modderman, die zich
concentreerde op de bouwkundige geschiedenis van het kerkje en
hiervan verslag uitbrengt in zijn proefschrift "Over de
worden en de beteekenis van het Zuiderzeegebied".
Hij uit felle kritiek op zijn voorgangers als hij zegt: "Het
is jammer dat bij het onderzoek geen rekening werd gehouden met
de meest elementaire begrippen van de opgravingstechniek. Het
ware immers zeer eenvoudig geweest, dienaangaande een deskundige
te raadplegen. Men had dit van een wetenschappelijk onderzoek
toch stellig mogen verwachten." Aldus Modderman.
Doordat hij systematischer en grondiger onderzoek deed dan zijn
voorgangers (die overigens in hun artikel al de wens uitspraken
dat dit nog eens mocht gebeuren), kwam Modderman tot beter
uitgewerkte en deels andere konklusies. Duidelijkheidshalve moet
vermeld worden dat dit betrekking heeft op het bouwkundige deel
van het onderzoek.

Een schedel van een Schokker wordt bekeken.
Foto uit bezit van Dr. De Froe, 1940.
De publiciteit ten tijde van het
onderzoek
In de zomer van 1940 wordt er veel aandacht besteed aan
de opgravingen op Schoklands Zuidpunt. In krantenartikelen is
sprake van verrassende resultaten en van belangrijk materiaal
voor de antropologische wetenschap. De KRO-gids van 17 augustus
1940 makt melding van tal van interessante vondsten en zeer
belangrijk materiaal, evenwel zonder in details te treden.
Van de hand van Dr. De Froe verscheen in de Kamper Almanak
1940/41 een korte uiteenzetting over zijn aandeel in de
opgravingen. Hierin benadrukte hij het historisch, maar ook het
toekomstig belang van de kennis der bevolking van Wieringen,
Marken, Urk en Schokland. Want zij zou ons de oorspronkelijke
samenstelling van het Nederlandse volk leren kennen en hieruit
zou men medisch-antropologische konklusies kunnen trekken voor de
individuele Nederlander. Resultaten worden hier echter nog niet
vermeld.
De laatste zin in bovengenoemd artikel luidt: "Aan het
groote belang dat de intensieve bestudeering van deze
overblijfselen voor de kennis van de Nederlandsche bevolking in
het bijzonder, en voor de wetenschap van de mensch in het
algemeen heeft, ontleenden wij het recht ze te vrijwaren voor
algeheele vernietiging, ze te verwerven voor wetenschap en
onderwijs".
Pijnlijk is het te beseffen dat dit tevens de laatste zin is die
de wetenschap over de opgegraven Schokkers gepubliceerd heeft.
De resultaten
In maart 1986 liet ik, nieuwsgierig geworden naar de
resultaten van het onderzoek, informeren bij Dr. De Froe of ik
inzage zou kunnen krijgen in het eindrapport. Deze moest
mededelen dat er in het geheel geen rapport is, daar men het
onderzoek nooit geheel heeft afgerond. Hij gaf volmondig toe dat
dit in wetenschappelijke kringen erg ongebruikelijk is.
Eind maart heb ik Dr. De Froe schriftelijk gevraagd naar o.a. de
redenen van een en ander. Tot op heden heb ik daar nog geen
antwoord op gehad. Zijn de resultaten achteraf gezien niet de
moeite waard gebleken? Is het een kwestie van geldtekort? Of is
het soms de kritiek die door Modderman is uitgeoefend op de zijns
inziens amateuristische wijze van opgraven? Vragen waar ik graag
het antwoord op zou weten.
Nu, 46 jaar na de opgravingen, lijkt de kans op een behoorlijke
afronding van het onderzoek erg klein. De opgegraven Schokkers
zijn echter nog wel aanwezig in het Anatomisch Laboratorium te
Amsterdam, waar zij hun (voorlopig) laatste rustplaats gevonden
hebben in een vergeten hoekje. Dit echter moet toch voor hun vele
nakomelingen een onbevredigende situatie zijn. Had men er niet
beter aan gedaan onze voorouders rustig te laten liggen, daar
waar zij geboren zijn, geleefd hebben en tenslotte gestorven
zijn?
Toestemming tot opgraving is gegeven met de gedachte dat dit voor
de wetenschap zeer belangrijk was. Nu blijkt dat men na 46 jaar
nog niets met de overblijfselen heeft gedaan, is mijn mening dat
de Amsterdamsche Universiteit in gebreke is gebleven en dus ook
niet langer als eigenaar van de beenderen beschouwd kan worden.
De terugkeer van "de onbekende
Schokkers"
Mijn voorstel is: breng onze voorouders terug naar de
plaats waar ze thuis horen: Schokland. Leg ze opnieuw te ruste op
hun dierbare geboortegrond. Het liefst zou ik zien dat allen weer
konden terugkeren, maar indien dit op problemen zou stuiten,
kunnen we ook het volgende doen.
Het moet toch mogelijk zijn dat de Amsterdamse Universiteit ons
in de gelegenheid stelt minimaal één man en één vrouw op hun
voormalige eiland te herbegraven. Laten we op hun graf een
gedenksteen oprichten ter ere van alle Schokkers die
noodgedwongen hun laatste rustplaats elders gevonden hebben. Laat
"de onbekende Schokkers" een symbool zijn van hun
verbondenheid met dat armzalige stukje grond, waar zij zich zo
thuis voelden. Een verbondenheid die bij velen van hun nazaten na
al die jaren nog merkbaar is. Laat "de onbekende
Schokkers" terugkeren, want een Schokker hoort op Schokland
thuis.
Bruno Klappe, Eindhoven.
April 1986.