Uit het Schokker Erf 36 (september 1997):
Twee verdwenen douaniers
In veel Schokker families
weet men uit de overlevering mooie en soms ook wel eens wat
minder mooie verhalen te vertellen over het wel en wee van de
oude voorvaderen. Niet iedereen wil of kan die verhalen aan het
papier toevertrouwen, wat best wel jammer is, want zo gaat immers
veel informatie verloren
De heer J.A.J. Klappe uit Winschoten, bijgenaamd "de
Bok", een zoon van Ab "de Bok", reageerde in
oktober 1988 op een radiouitzending, waarin zijn achterneef (en
ons redaktielid) Ab Klappe iets vertelde over het ontstaan van
zijn familienaam. Onze theorie was dat die naam in 1749 ontstaan
was, toen Bruin Klasen tijdens de Schokkerkermisweek met kruit
zijn handen en aangezicht verbrandde. In diezelfde week brandde
het gehele noorderdeel van Emmeloord, tot aan het kerkhof, tot de
grond toe af, maar of dat verband houdt met het kruit van Bruin
is niet duidelijk. Sinds die tijd werd hij Bruin Klasen Klappe of
Klap genoemd, en men noemde hem ook wel Klappenbruin. Het lijkt
ons aannemelijk dat deze naam verband houdt met de klap van het
ontploffende kruit (zie het Schokker Erf 1, blz. 5-6).
Ons lid uit Winschoten was het niet zo eens met deze theorie, en
meende dat de naam Klappe ook te maken kan hebben met het feit
dat men vroeger iemand had die de mensen wekte, een zogenaamde
klapper. Later zou volgens hem deze beroepsnaam overgegaan zijn
in een familienaam. Het zou mogelijk kunnen zijn, al lijkt ons
het verband met de klap op Emmeloord aannemelijker.
Daarna stapte onze briefschrijver over op een intrigerende oude
familieoverlevering, waarvan wij nog nooit iets vernomen hadden,
ofschoon wij toch vrij nauw verwant zijn. Hij schreef ons:
"De vader van mijn grootvader voer met zijn botter de
Noordzee op en haalde daar koffie en thee van de Engelsen. Die
begroef men dan op Schokland en werd dan in de winter, als de zee
dicht gevroren was, op schaatsen in Kampen verhandeld. Op zekere
dag kwamen er twee douaniers hem op het spoor, doch deze mensen
heeft men nooit terug gezien. Doch de man (en dat was de vader
van mijn grootvader) is thuis gekomen, is op bed gegaan en heeft
het niet overleefd."
Het gaat hier om mijn bloedeigen betovergrootvader Gerrit Klasen
Klappe, die op 16-11-1800 geboren was op Emmeloord, en daar
stierf op 26-4-1843. Hij was op 23-10-1831 gehuwd met Aaltje
Alberts Koek (1813-1897). Zij zou later driemaal hertrouwen,
achtereenvolgens met Jan Klasen Konter, Joannes Diender en
Theodorus Kolleman.
Omdat dit zo'n geheimzinnig verhaal was, heeft ons toenmalige
redaktielid Els van der Waag destijds nog een uitvoerig
telefoongesprek met onze zegsman gehad. Zij schreef ons hierover:
"Over het gesmokkel van zijn overgrootvader zei hij, dat
de koffie en thee over het ijs naar Kampen gebracht werden en
daar verhandeld. Deze koffie en thee werden op de Noordzee van de
Engelsen gekocht, ver onder de prijs, en de wederverkoop ervan
leverde de in de winter broodnodige middelen voor levensonderhoud
op. Na de schermutseling met de douaniers is de overgrootvader
thuis gekomen, heeft niet meer gesproken en is "kort"
daarna gestorven. Hoe kort erna, weet de heer Klappe uit
Winschoten niet. De man stierf in 1843, dat is 30 jaar na de
opheffing van het door Napoleon ingestelde Continentaal Stelsel
dat alle handel met Engeland verbood. Maar ja, misschien is er
nadien tóch nog wel smokkelhandel geweest?
De douaniers zouden, naar algemeen in de familie wordt
aangenomen, door de overgrootvader zijn gedood en onder het ijs
geschoven. Vandaar dat er nooit meer iets van hen gehoord of
gezien is. Dat de overgrootvader ook zelf flink werd toegetakeld
bij deze onderneming blijkt uit zijn spoedige dood. Maar, zegt de
heer Klappe, ik heb ook alles maar van horen zeggen, en in de
Schokkervereniging zijn tegenwoordig zoveel knappe mensen. Die
kunnen dat vast allemaal wel eens precies gaan uitzoeken."
Wie die knappe mensen dan wel zijn laat ik even in het midden.
Gezocht hebben we wel in het archief te Kampen en in plaatselijke
kranten, maar spijtig genoeg hebben we niets gevonden wat met
deze zaak verband kan houden.
Rest ons een mooi verhaal waarvan we helaas wel nooit zullen
weten of er iets van waarheid in schuilt.
Bruno Klappe, Eindhoven.