Uit het Schokker Erf 25 (januari 1994):
Lichtbrengers op Schokland
Bruno Klappe brengt pastoors, dominees en vuurstokers onder in één boek.
De pastoors van het vroegere Emmeloord, de dominees van Ens en
de vuurstokers op de zuidpunt van Schokland. Bruno Klappe heeft
een bont gezelschap bijeengebracht in een boek, dat op 4
september tijdens de Schokkerdag het licht ziet. Het boek is de
24e uitgave van de Stichting Urker Uitgaven. "En het
wordt een prachtig boekje", zegt uitgever en
stichtingsvoorzitter Tromp de Vries, wijzend op de beschrijving
van de lichtgevende figuren op het vroegere eiland Schokland. "En
geen van hen had een makkelijk leven". 
"Pastoors, predikanten en vuurstokers van het eiland
Schokland" is de titel van het boekje van Bruno Klappe,
dat in een eerste oplage van 500 exemplaren wordt gedrukt. Op de
Schokkerdag biedt hij het aan op de boot, die tussen Kampen en
Lemmer vaart, aan zijn vader Ab Klappe, één van de mensen van
het eerste uur van de Schokkervereniging.
Zeker aanwezig zal Alie van Eerde zijn. Zij is een nakomelinge
van een oude Schokker vuurstoker. Namen als Van Eerde, Loosman en
Snijders duiden op verwantschap met de lichtwachters van
Schokland en de nauwe banden die er bestaan tussen Schokland en
Urk. "Vrij intieme verhoudingen", zegt Tromp
de Vries. "Al mag je misschien ook wel spreken van een
haat-liefde-verhouding".
Een van de meest tastbare bewijzen die herinneren aan het bestaan
van vuurtorenwachters op Schokland is de lichtwachterswoning en
de daarbij gelegen Misthoorn op Schokland. Jan Spit vertrok daar
in 1940 als laatste lichtwachter en havenmeester. De nog
bestaande woning, waar zeker wat het interieur betreft niets meer
herinnert aan vroeger, werd gebouwd tussen 1880 en 1900. Onder
andere de ouders van de bekende Schokker havenmeester,
postkantoorhouder en bijbellezer Harm Smit woonden er. Smit,
geboren op Schokland, hield op geheel eigen wijze bijbellezingen
voor op het eiland verblijvende schippers, voor zowel katholieken
als protestanten.
Ook op de Zuidpunt had Schokland zijn lichtwachterswoning. Pieter
Verschoor, die in 1923 zijn post verliet, was er de laatste echte
lichtwachter. De woning werd kort na de inpoldering gesloopt.
Bruno Klappe gaat veel verder terug in de historie. De
twintigste-eeuwse lichtwachters hadden gas tot hun beschikking.
Het lichtwachter zijn was vaak niet meer dan een nevenfunctie op
het verlaten eiland. De echte vuurstokers hadden een ander leven.
Zij moesten 's nachts hun vuurbaak
brandende houden met kolen, hout en turf. Zij dienden zuinig met
hun brandstof om te gaan, maar in de duisternis consequent het
licht brandende te houden. De vuurbaken op de noord- en zuidpunt
dienden als oriëntatiepunt voor passerende schepen op de
drukbevaren Zuiderzee. Klappe verzamelde een schat aan gegevens
en publiceerde er al eerder over in een tijdschrift. Hij schetst
een beeld van vaak eenzame mannen, die een zwaar beroep hadden,
zeker in de wintermaanden, als het vroeg donker werd en laat
licht. Het leven van sommige vuurstokers is ook omgeven met
mysterieuze verhalen over stokers die op hun eenzame post hun
verstand verloren.
De stad Amsterdam zag in de zeventiende eeuw het belang in van de
vuren op Schokland en ook op Urk en kocht daarom halverwege de
gouden eeuw Urk en de noordelijke helft van Schokland aan. De
Zuiderzee was berucht vanwege de ondiepe zandplaten en de soms
gevaarlijke stormen. Schokland en Urk dienden dan ook als plaats
waar de schepen tijdens zwaar weer de luwte konden zoeken.
Naast de schat aan gegevens over lichtwachters verzamelde Klappe
een berg informatie over de predikanten, die op Schokland werden
gestationeerd. Aanvankelijk was het de bedoeling van de Stichting
Urker Uitgaven de historie van de predikanten van Urk en
Schokland in één boek onder te brengen. Want vele ingewijden
kennen het vers van de zeezieke Urker predikant die op Schokland
zou preken, maar door het razen der zee zijn tekst was vergeten.
Al snel bleek dat het Urker predikantenleven alleen al voldoende
stof bood om een kloek boek te vullen. De Schokker predikanten
werden vervolgens bij de lichtwachters gevoegd en toen mochten
vanzelfsprekend de pastoors niet ontbreken. Klappe ging opnieuw
op onderzoek uit. En zo komen volgende week de vuurstokers, de
pastoors van Emmeloord en de dominees van een boek van meer dan
honderd pagina's, geïllustreerd door Klappe en Albert van Urk
van de stichting verzamelde tekeningen.
Uiteraard, zo erkent Tromp de Vries, zijn er praktische redenen
om de vertegenwoordigers van drie ambten in één boek onder te
brengen. Het geschrift moest toch enige body hebben. maar
geforceerd is de combinatie in uitgeversogen allerminst.
Vuurstokers, dominees en pastoors, allen mensen met een
verantwoordelijke functie, mensen met invloed ook. "Van
pastoors en dominees wordt toch verwacht dat het lichtgevende
figuren zijn. Ieder wilde op zijn eigen manier licht verspreiden,
geestelijk of letterlijk", aldus De Vries. Daarbij
wijst hij erop dat geen van de drie ambtsdragers op Schokland een
makkelijk bestaan had.
De Schokkers kenden tijden van welvaart, maar meer nog van
armoede en dan werd er nog wel eens naar de fles gegrepen. Van de
dominee of de pastoor werd in dergelijke gevallen een oplossing
verwacht. "De dominee had een moeilijk leven. En voor de
pastoor gold hetzelfde. Eenzaam waren ze vaak. Want er was toch
ook een kwalitatief verschil. Zij hadden gestudeerd. En zeker
voor 1800 konden echt niet zoveel mensen lezen en schrijven.
Velen hadden na één of twee jaar de buik vol van het leven op
Schokland. Ze werden er ziek van en vertrokken. Vandaar dat er
ook vrij veel geweest zijn. Al waren er wel die langer bleven en
veel goed werk deden. Je moet ook bedenken: dominees, pastoors en
vaak ook de lichtwachters waren mensen die van elders naar
Schokland kwamen. De Schokkers zelf waren vissers of
vrachtvaarders. Die laten zich niet zo snel opsluiten in een
gebouwtje."
Naast de "geestelijke zorg" hadden dominees en pastoors
ook hun praktische zorgen. De elementen teisterden het eiland en
zijn kerken. Zoals bijvoorbeeld de Emmeloordse kerk, waarvan in
1840 aan het licht kwam dat deze zo slecht gefundeerd was, dat
sloop van kerk en pastorie de enige oplossing was. Op dezelfde
plaats werd een nieuwe kerk gebouwd, maar het bisdom beknibbelde
op de kosten. De opeenvolgen de pastoors klaagden de jaren daarna
onophoudelijk over gebreken, armoedige inrichting en gebrek aan
comfort in de pastorie.
Alles bij elkaar, zo zegt De Vries, is een boeiend boek ontstaan,
passend in de grote belangstelling die er voor Schokland is. "Het
legt ook een heel stuk van de geschiedenis van het eiland
bloot". Hoewel Schokland "in" is, houdt de
stichting de eerste oplage bescheiden: 500 exemplaren worden er
gedrukt. Belangstelling ervoor wordt vooral verwacht van de
nazaten van de eilandbewoners op de Schokkerdag en van de grote
schare die belangstelling toont voor Schokland. Het boekje komt
in de verkoop in de Urker boekhandel en bij Museum Schokland.

Het 149 pagina's tellende boekje van Bruno Klappe, Pastoors,
predikanten en vuurstokers van het eiland Schokland, (ISBN
90-71521-10-9) is ook schriftelijk of telefonisch te bestellen
bij de uitgever, de Stichting Urker Uitgaven.
Besteladres: Mevr. A. Scheffer-Hakvoort, Singel 8, 8321 GT Urk
(tel. 05277-3420).
Prijs: 18,90 + verzendkosten.
(Overgenomen uit "Het Nieuwe Land" van eind augustus 1993)