Uit het Schokker Erf 26 (mei 1994):
De nagelaten goederen van Willem Steenbeek
Op 22-6-1814 stierf op Schokland de vroedvrouw Catharina
Petronella de Wit <1>, de weduwe van de schoolmeester
Willem Steenbeek <2>.
Op de Molenbuurt van Ens werden hun zes kinderen geboren:
Bij de doop van Willempje, op 23-9-1804, trad Zwaantje de Wit
<3>, de zuster van de moeder, op als getuige, omdat de
vader van het kind reeds overleden was.
Op 18-7-1814, om twaalf uur 's middags, kwam een aantal mensen
bijeen in het sterfhuis, staande op de Zuiderbuurt van Ens, wijk
2, nummer 7, om een inventaris te maken van de meubelen en andere
roerende goederen die Catharina Petronella de Wit had nagelaten.
Als crediteur trad hierbij op de timmerman Everhard Philip Seidel
<4> uit Vollenhove, die hiertoe op 8-7-1814 benoemd was
door de Vrederechter van het Kanton Kampen.
Verder waren aanwezig de schoolmeester Johannes de Wit <5>,
die een broer was van Catharina Petronella, en de schout Gerrit
Jan Gillot <6>, respectievelijk voogd en toeziend voogd
over de vier dan nog levende kinderen van het overleden echtpaar:
Reinerd (18 jaar), Klaas (15 jaar), Trijntje (13 jaar) en
Willempje (10 jaar).
Tevens waren aanwezig de Schokker schoolmeester Tobias Springstok
<7> en de Kamper deurwaarder Willem Stevens van Rhoden, die
als getuigen optraden, en de Kamper notaris Gerrit Jan van Wijhe.
Vervolgens werd nauwgezet alles genoteerd wat zich in het huis
bevond, zodat we een heel aardig beeld krijgen van het interieur.
"En hebben wij gevonden in het vertrek met een raam
aan de straat uitziende:
Een wit werkers cabinet waarin zich bevonden de navolgende
goederen.
Op de onderste plank of rim: een blaauwe gestikte rok, een
blaauwe greinen rok, een blaauwe damasten rok, een zwarte
boezelaar, een nacht ronden (?) jak, een zwart krippen jak, een
paars bont jak, een wollen boezelaar, een dito wollen, een rood
bont jak, een doos met eenige lappen, een dekzel met lappen.
Op de tweede plank of rim: een doos waarin zich bevond: een
waaijer met vijf mutsen, een zwarte satijnen broek, een bruine
mans rok, een dito buisje, een driekanten mans hoed, een vrouwen
hoed, een vrouwen broek, een deekentje, een kinderdeekentje, een
zwarte zijden boezelaar.
Op de derde plank of rim bevonden zich: een half hemd, een
serviet, een tafellaaken, een laken, een hemd, een vrouwen doek.
Op de vierde plank of rim bevonden zich: drie servietten, twee
halsdoeken, negen sloopen.
In de eerste laade van het hiervoren gemelde cabinet bevond zich
eenig kindergoed met en benevens een hoboo.
In de tweede laade: zes paar mouwen, twee paar zijden vrouwe
moffen, een hoboo, vier stropjes, een zak met kinkhorens.
In de eerste uittrekslaade van het gemelde cabinet: een mans
hemd, drie hoedjes, een duitsche pijp met porceleinen kop met
mondstuk, een dito zonder mondstuk, een pakje vlas, twee vrouwen
tassen, en eenige kleinigheden van geen waarde.
In de tweede laade bevond zich: een zwarte zijden doek met kant
er om, en een muts met kant er om.
In de derde laade bevonden zich: elf groote delfsche schotels,
zes witte borden, twaalf delfsche borden, waaronder een
gebrooken, een trekpot, spelkom, zuikerpot, melkkan en theebus,
een houten theestoof met kooper bak, twee schilderijtjes.
Een groen geverfde eiken kist, waarin zich bevonden: een zwarte
mans broek, een blaauw bont beddejak, een paars dito, een wit
bond vrouwen jak, een dito rok, een wit mouselijnen jak, een
rijlijf, een grijze lakensche jas, een zwart camisool, een zwarte
lakensche rok, een zwart satijnen camisool, een roode gewaterde
grijnen rok, een geele gestikte rok, een vrouwen zwarte hoed.
Een groene geverfde houten kist, waarin zich eenige papieren van
geen waarde bevonden, een vrouw jak, een witte borstrok, acht
sloopen, vier hemden, acht laakens, een bont sloop.
Een laatafel met drie laaden.
In de bovenste laade bevonden zich eenige goederen van geen
waarde.
In de tweede laade bevonden zich: Een koperen coffijkan, een
verlakt blaadje, een bruin theekistjen met drie koperen bakjes
met en benevens eenige lappen.
In de derde laade was een oude bijbel met eenige lappen.
Een lessenaar.
Een glaasen kast waarin zich bevonden: een koper keteltje, drie
tinnen coffijkannen, een tinnen mengel, een blikken tregter, een
tinnen theebus, een kooperen aschschop, een koper dekzel, een
tinnen bord, een stelzel van driën, een koper dekzel, vier
delfsche borden, een blikken trommeltje, twee theebusschen met
koper dekzels, een zonder, en eenige goederen van geen waarde.
Een tabaksdoos en eenige boeken, een koperen braadpan en koperen
coffijketel, twee koperen vang met stoof hengzel, een kooper
keteltje, een ijzeren pot, een pannekoekspan, een hangijzer, een
koper lamp, een vriesche klok, een tinnen nachtpot, een haal, een
tang, een houten theeblaadje, een emmer met ijzer banden, eenig
aardwerk, een bruin kasje, een glad tafeltje, twee opslagtafels,
een schutje, een spinwiel, een lessenaar en een staande
lessenaar, negen keukenstoelen.
Op de zolder bevonden zich twee losse kasjes, een houten
schotelrek, acht steenen kruiken, een kinderstoel, een
timmerkist, een ton, een vischkar, twee schaapevagten, een
schotelrek, twee bedden, zeven kussens met een klein dito, een
peuluwe, noch een dito, acht lakens, vijf wollen deekens, een
schoudermantel, twee kinderdeekentjes, twee groene en twee bonte
bedde gordijnen, een koper scheerbekken, twee emmers met ijzere
banden, een balie met ijzer banden, twee keulsche potten, een
tafeltje, een vuilnisbak, een blikken busch en een tafeltje, een
kooper steelpannetje, een ijzeren aschpot, een koffijmoolen, een
tinnen quispeldoor, een mandje met vier lepels en vier vorken.
Een gouden oorijzer gemerkt W.S.T.W., twee zilver beugeltassen,
een zilver etui, een zilver kinderbel, een zilver haak met zilver
doosje er aan, een schaar met zilver beslag, een paar gouden
oorbellen, een zilver haak met een ketten, zeventig zilveren
losse borstrokknoopjes, twee zilver belletjes, een zilver
pijpepooker, twee zilver haakjes, een paar zilver centuurhaakjes,
een paar zilver oorringetjes, twee penningen aan een zilver ring.
Twee oude schaapen en vier lammeren.
Een huis staande op het Eiland Schokland op Zuiderbuurt, zijnde
wijk twee nummer zeven.
Een jaar tractement als gepensioneerde vroedvrouw ten summa van
eenhonderd en vijftig guldens, hetwelk den boedel van het rijk al
noch competeert."

Wat men daarna met deze inventarislijst gedaan heeft, is niet
helemaal duidelijk. Op 28-11-1815 werd door de rechtbank te
Zwolle wederom een taxatie van de nagelaten goederen van
Catharina Petronella de Wit gelast, en op 26-4-1816 bepaalde
dezelfde rechtbank dat het genoemde huis en "wheere"
(erf) op de Zuiderbuurt verkocht moest worden.
Vervolgens werden vanaf eind mei tot eind juni om de twee weken
aanplakbiljetten opgehangen in Zwolle en op Schokland (zie
bijgaande afbeelding), en vijfmaal advertenties geplaatst in de
Overijsselse Courant.
Op maandag 15-7-1816 (en niet op 1-7-1816 zoals het aanplakbiljet
meldt!) om elf uur 's morgens vond op Ens de "inzate"
of voorlopige toe-eigening van het genoemde huis plaats in de
kroeg van Jacob Reijers Kale <8>, in aanwezigheid van
notaris G.J. van Wijhe uit Kampen, en van Johannes de Wit en
Gerrit Jan Gillot, resp. voogd en toeziend voogd over de vier
minderjarige kinderen van wijlen Willem Steenbeek en zijn vrouw.
Na het voorlezen door de notaris van de verkoop-voorwaarden,
opgemaakt bij akte van 20-5-1816, werd overgegaan tot het bieden.
Het doen van een bod moest binnen een bepaalde tijd gebeuren, en
om die tijd te meten werden waslichten ontstoken, die ieder
ongeveer één minuut konden branden. Het eerste bod werd gedaan
door de aannemer Gerrit Jan Gillot, die 50 gulden bood. Meteen
daarop bood Everhard Philip Seidel, meester-timmerman te
Vollenhove, 60 gulden, waarop Gillot 70 gulden bood. Tenslotte
bood Seidel 90 gulden. Na dit laatste bod gingen drie waslichten,
het een na het ander aangestoken, uit, zonder dat iemand het bod
verhoogde, zodat de voorlopige toe-eigening van het voornoemde
huis en wheere toegestaan werd aan Everhard Philip Seidel.
Op maandag 22-7-1816 om elf uur 's morgens vond tenslotte de
finale toe-eigening plaats, wederom ten huize van de kastelein
Jacob Reijers Kale. In de week daarvoor waren er opnieuw
aanplakbiljetten opgehangen in Zwolle en op Schokland en was een
advertentie in de Overijsselse Courant geplaatst. Na het
gebruikelijke ontsteken van waslichten, die één minuut konden
branden, bood Everhard Philip Seidel 125 gulden voor het huis.
Tijdens het opbranden van drie waslichten werd door niemand een
ander bod uitgebracht, zodat daarmee de koop gesloten was. Seidel
bleek daarna het huis gekocht te hebben voor Jetske Siebes
<9> en Klaas Jansen Louwe <10>, echtelieden op
Schokland.
Noten:
Ab & Bruno Klappe, Eindhoven.

Handtekeningen van Gerrit Jan Gillot
(1782-1869), Johannes de Wit (1778-1825),
Everhard Philip Seidel (1788-1873) en Tobias Springstok
(1752-....).